‘We moeten voorkomen dat onze studenten eenheidsworst worden’

Inclusiviteit is mooi, maar het moet geen bedreiging worden voor de vrijheid van meningsuiting. Docent Klaas van der Kolk beschouwt dat als een reëel probleem. Ook op Windesheim.

Een fototentoonstelling over afvalruimers in Ghana op de campus van Wageningen riep heftige reacties op. De foto’s zouden het stereotiepe beeld van ‘problematisch’ Afrika bevestigen. De Universiteit besloot daarop om de tentoonstelling te verwijderen. In Maastricht kreeg de redactie van het Universiteitsblad Observant de wind van voren omdat ze in een artikel over de gratis verstrekking van maandverband geschreven had over ‘vrouwen die menstrueren’. Volgens woke actievoerders had daar moeten staan: ‘mensen die menstrueren’. De redactie kreeg te maken met dreigementen en haatmail. Het streven van actievoerders op te komen voor minderheden, voor inclusiviteit, lijkt soms uit te draaien op een cancel culture, waarbij anderen het zwijgen wordt opgelegd. Vorige maand wees minister Robert Dijkgraaf er op dat in het hoger onderwijs ‘confrontaties, debat en lastige gesprekken’ mogelijk moeten blijven. Klaas van de Kolk hoopt dat ook op Windesheim de ruimte daarvoor zal blijven bestaan.

‘Ik denk dat het goed is om te benadrukken dat iedereen welkom is op een hogeschool. Maar we moeten oppassen dat inclusiviteit niet zó gaat uitpakken dat het een beperking wordt van de vrijheid van meningsuiting. Inclusiviteit moet niet de norm worden. Iedere student en docent moet alles kunnen zeggen, ook bijvoorbeeld dat hij of zij geen voorstander is van inclusiviteit en daar vragen bij heeft. Want anders zou dat betekenen dat inclusiviteit mensen uitsluit. En dát is het gevaar. De tolerantie kan een boemerangeff ect krijgen. Dat we gedwongen worden zo tolerant te zijn dat we bepaalde onderwerpen gaan mijden.’

‘Kern van de zaak is dat iedereen mag zeggen wat hij of zij denkt. Inclusiviteit mag niet betekenen dat sommigen vanwege hun mening in een hoek gedrukt worden. En daar komt bij: mensen die zo denken, die vinden dat bepaalde opvattingen verboden zouden moeten worden, schieten gemakkelijk in een “kramp” waardoor ze steeds meer willen verbieden. Dat is het grootste gevaar.

Inclusiviteit is het nieuwe modewoord, zeker in de onderwijswereld. Het zou het onderwijs verrijken.

‘Dat wordt gezegd: hoe meer smaken, hoe beter het is. Maar het gaat erom hoe je met die smaken omgaat. Een bord gevuld met alle smaken door elkaar, smaakt uiteindelijk nergens naar. Kijk, een student die naar Windesheim komt, komt niet alleen voor een opleiding maar is ook bezig met de ontwikkeling van zijn identiteit. Dat kan op allerlei manieren: via de politiek, religie, herkomst… Je moet ze daarin zoveel mogelijk vrijlaten. De een ontwikkelt zich dan in linkse richting, de ander buigt naar rechts… en dan moeten we oppassen dat inclusiviteit een “correctiemiddel” wordt om in te grijpen, om uit al die smaken één smaak te creëren.’

En dan staan we als hogeschool ook nog pal voor “duurzaamheid” en ondersteunen we de Sustainable Development Goals…

‘Zo zie je dat we als hogeschool studenten bepaalde normen opleggen. Er zitten mooie aspecten aan maar willen we onze studenten echt zo voorbereiden, “kneden”? Ze komen binnen, allemaal met hun eigen “kleur” zogezegd, en ze verlaten hogeschool als eenheidsworst. Zo’n direct herkenbare, “typisch Windesheim”, “duurzame” professional. Willen we daar naartoe?’

Volgens minister Dijkgraaf moeten ‘lastige gesprekken’ mogelijk zijn. Ben je niet bang dat dat uit de hand loopt?

‘Nee. Laatst sprak ik op de Open Dag met een aantal studenten. Zelf ben ik raadslid in Kampen, voor de Christen Unie. Een student zat bij de PvdA – ‘geeft niks,’ zei ik -, een zat bij Denk en een bij Forum. Het werd een prima gesprek, hoe fantastisch is dat? Ik hoef in zo’n geval niet mijn gelijk te halen, je hoeft studenten ook niet tegen elkaar op te zetten; waar het om gaat is dat we het gesprek aan blijven gaan. Alle uitingen zijn toegestaan. Maar dan wel binnen de grenzen die de wet stelt. Je mag dus niet oproepen tot geweld, of haat zaaien.’

Mag iemand zeggen: dokters zijn leugenaars?

‘Nee. Dat gaat te ver.’

En wetenschappers kleineren: COVID is een griepje?

‘Ik vind dat je álles ter discussie moet kunnen stellen. De laatste jaren hebben we gezien, en dat zie ik als een positieve ontwikkeling, dat er naast de gewone main stream media nieuwe “kranten” zijn ontstaan zoals ‘De andere krant’ en de ‘Gezond verstand krant’, waarin kritiek wordt geleverd op de aanpak van de Coronacrisis en klimaathysterie. Daardoor gaan mensen zich afvragen: is die overheid eigenlijk wel onze beste vriend? Als ik die vraag voorleg aan studenten kijken ze me vragend aan. Maar dan zeg ik ze dat diezelfde overheid al een aantal keren de Big Brother Award heeft gewonnen ga er dus maar niet van uit dat het je beste vriend is.’

Die alternatieve media creëren alleen maar bubbels met een eigen werkelijkheid.

‘Dat zou kunnen maar dan zeg ik: ‘de’ waarheid ligt niet hier of daar voor het oprapen, je moet op zoek naar de waarheid. Ik hoop dat ik studenten daarop kan wijzen. Maar ik heb daarbij een vreselijke ontdekking gedaan…

Welke?

‘Studenten lezen niet meer. Ik ben gewend om tijdens elk college een boek aan te prijzen. Niet zo lang geleden bijvoorbeeld Het Proces, van Franz Kafka. Een prachtig boek, of: Je hebt wel iets te verbergen van Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis, twee mensen verbonden aan De Correspondent. Nu lees ik Totalitarisme van Mattias Desmet. Maar dan vraag ik tijdens de les: wie leest er wel eens een boek? Echt helemaal nie-mand. Ze kijken alleen nog op hun smartphone. Dus ja, hoe kunnen ze dan ooit loskomen van de waan van de dag. Als het gaat om studenten leren om aan waarheidsvinding te doen hebben we nog een lange weg te gaan.’

Klaas van der Kolk is docent recht bij de opleiding bedrijfskunde.

Tekst: Marcel Hulspas
Foto: Jasper van Overbeek
Illustratie: Gilles Tijmes

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.