Eelco Boss: Niet te vertrouwen

Ik zal het maar eerlijk zeggen, ik ben een scandinavofiel. Het is een lang verhaal hoe dat zo gekomen is, ik zal jullie de details besparen, maar het heeft onder andere iets met vrijheid en individualisme te maken.

Na mijn eerste vakantie naar Zweden, we spreken over 1995, was ik verkocht. Men heeft daar prachtige natuur én je mag er vuurtje stoken, wildkamperen, bessen plukken en buiten de paden lopen waar je maar wilt. Dat soort dingen vond ik in die tijd erg belangrijk.

Allemansrecht

Zweden noemen dat het ‘allemansrecht’ en dit recht gaat uit van een diep vertrouwen van de overheid in het aanname dat haar burgers zorgvuldig met de bezittingen van anderen omgaan. Uit eigen waarneming weet ik dat die aanname grotendeels klopt. Andersom vertrouwen Zweden ook erg op hun overheid. Dat kun je eng vinden, maar daar staat tegenover dat die overheid gecontroleerd wordt door een uitstekende onafhankelijke pers en een goed werkende democratie.

In deze corona-tijd zie je in Zweden hetzelfde vertrouwen de aanpak bepalen: zo min mogelijk opgelegde beperkingen. We zullen pas over enkele jaren weten of dat vertrouwen in de burgers gerechtvaardigd was; nu is Zweden echter vooral lievelingsdiscussieobject van voor- en tegenstanders van strengere corona-maatregelen.

Juridiseren en sanctioneren

In Nederland wordt oppervlakkig gezien hetzelfde gedaan: mensen werden in de eerste plaats op hun eigen verantwoordelijkheid aangesproken. Toch is er een verschil: in Nederland was men er als de kippen bij om alle maatregelen te juridiseren en te sanctioneren.

De boodschap: we doen alsof we u vertrouwen, lieve burgers, maar stiekem doen we dat niet. U bent in de grond van uw wezen niet te vertrouwen en daarom krijgt u direct een strafblad en een fikse boete als u zich niet aan de regeltjes houdt. Wat mij betreft een verkeerd uitgangspunt in de relatie overheid-burger. In een veilige en open samenleving moet de grondhouding zijn: u bent te vertrouwen. Want wie vertrouwen schenkt, schept verantwoordelijkheidsgevoel.

Corona-patrouilles

Op Windesheim vindt momenteel helaas een parallel proces plaats: als we de Strategische Koers moeten geloven zijn studenten verantwoordelijke en zelfstandige wezens die in staat zijn om hun eigen studieroute uit te stippelen.

Maar als ik kijk naar de corona-patrouilles door Windesheim van een ingehuurd beveiligingsbedrijf en de manier waarop mensen aangesproken worden op hun corona-gedrag, dan vraag ik me af: is er iemand in het management die echt gelooft in de verantwoordelijke en betrouwbare student, en medewerker?

Er zijn 3 reacties op «Eelco Boss: Niet te vertrouwen»

  1. Anton schreef:

    Prachtig stukje Eelco,

    Dan heb je het nog niet eens over het onderdeel “rolmodel” gehad. Als je vanuit de overheid dit allemaal oplegt dan gelden deze regels ook voor de overheid en moet je vanuit je functie een voorbeeld geven van goed gedrag. Als je dan een feestje geeft en alle regels aan je laars lapt, werkende bij een overheid die de regels bedacht heeft of zelfs jij de persoon bent geweest die anderen er streng op heeft aangesproken …. tja dan gaat het niet meer werken bij de “gewone” burger. De geloofwaardigheid van de overheid en haar regels zijn ondermijnd. We noemen dat het Grapperhaus” effect. Ik denk dat dit effect officieel opgenomen gaat worden in de Nederlands taal. In een rolmodel waar iedereen zich in een bepaalde situatie wel zit, ga je inderdaad niet direct iemand schofferen maar probeer je het gesprek aan te gaan of heb ik nu te veel vertrouwen in de mensheid?

    1. Anouk schreef:

      Tegengeluid: op zich kan ik me vinden in de intentie van je stukje: werken vanuit vertrouwen i.p.v. vertrouwen op de regels. Maar ik ben juist wel blij hoe serieus het management van Windesheim omgaat met de Corona maatregelen en zie die controle meer om medewerkers en studenten te beschermen en niet om te controleren. Ook ivm mijn vele familieleden in de risicogroep. Aan mijn werkgever zal het niet liggen.

  2. betty schreef:

    Inmiddels ben ik een aantal dagen op school geweest. Les geven aan eerste jaars studenten. Onzeker en gespannen komen ze binnen. Wie zijn mijn klasgenoten, hoe zijn de docenten, hoe beweeg ik me in dit gebouw, waar moet ik zijn. Als altijd probeer ik in mijn praatje en uitleg studenten op hun gemak te stellen. Eerst maar eens landen en weer wennen aan het, gelukkig!, weer naar school mogen. Les geven online is een prima vervangend middel maar het échte contact met de studenten, dat is toch het fijnste wat er is. Ik heb restricties meegekregen; ramen en deuren open tijdens de les, zorg dat iedereen op afstand blijft, volg de looproutes. Ik moet wennen en vind het eerlijk gezegd een onprettige manier. Maar hey, ik kan me daar nog enigszins overheen zetten. Het échte contact met de studenten is zo belangrijk, dat ik al die strikte regels voor lief neem. Totdat ik, nog geen half uur begonnen met nieuwe studenten, twee beveiligers in de deur opening zie staan (niet op 1,5 meter van elkaar!). En mij op harde toon aanspreken op mijn gedrag ‘mag ik ú er even op wijzen dat ú niet op 1,5 meter uit elkaar zit’. Ik schrik en ben verbluft. Heb ik iets gemist? Had ik op de hoogte kunnen zijn van het feit dat er beveiligers rondlopen? Ik stamel en weet niets te zeggen. In mijn beleving zaten de studenten op voldoende afstand van elkaar, maar blijkbaar niet. Ik check bij collega’s, heb ik iets gemist? Nee, ook zij weten van niets. In de loop van de week hoor ik studenten praten over de beveiligers, in negatieve zin. Ik maak me druk, op deze manier voelen studenten zich niet echt welkom. Ik hoor (en ben daar ook één van) collega’s praten over de beveiligers. Er klinken verschillende geluiden en dat is prima. Maar wat ik niet begrijp is dat het management bij voorbaat er al vanuit is gegaan dat docenten en studenten elkaar niet zullen aanspreken. Dat we niet eens de mogelijkheid hebben gekregen om die verantwoordelijkheid te nemen. Ik ervaar dat als het hebben van weinig vertrouwen. Ik ben nieuwsgierig en het boeit me ook op welke manier deze keuze is gemaakt, en door wie.
    En ik weet, de beveiligers doen ook maar hun werk……ik zou het echter fijn vinden als dat wat vriendelijker zou gebeuren, in gesprek gaan met elkaar. Op de manier waarop ik nu word aangesproken voel ik mij een klein kind dat terecht wordt gewezen. En doordat ik op deze manier word aangesproken, merk ik dat ik me ook als een klein kind ga gedragen. Elke keer als ik een persoon in een zwart poloshirt met groen label zie lopen, duik ik weg. Met de gedachte ‘als ik maar niet iets fout doe’. Ik merk dat er een angstcultuur lijkt te ontstaan. Vast niet de bedoeling van het management. Maar misschien wel belangrijk om bij stil te staan.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *