Een groepsopdracht begint altijd hoopvol. Je leert nieuwe mensen kennen, verdeelt de taken en spreekt af om vooral goed te communiceren. Iedereen knikt enthousiast. Er wordt een WhatsAppgroep aangemaakt en iemand stelt voor om alvast een Teams-meeting in te plannen.
Wat kan er misgaan? Nou, behoorlijk veel.
Na een maand studeren op Windesheim weten we inmiddels weer hoe het werkt. De groepsopdracht is niet alleen bedoeld om samen aan een project te werken, maar blijkbaar ook om je voor te bereiden op alle mogelijke situaties die je later in het werkende leven kunt tegenkomen.
Inclusief collega’s en medestudenten die onbereikbaar zijn, vergaderingen die nergens toe leiden en mensen die op het laatste moment ontdekken dat ze ook nog een taak hadden.
Stille kracht
In ieder groepje zijn namelijk vaste personages te vinden.
Om te beginnen de organisator. Deze persoon maakt de WhatsAppgroep aan, plant de meetings en stuurt herinneringen. Vaak begint het bericht met: ‘Hoi allemaal, hoe staat iedereen ervoor?’ Een vraag waarop vervolgens drie dagen niemand reageert.
Dan is er de stille kracht. Die leest alles, reageert nergens op en verschijnt tijdens de presentatie plotseling met een volledig uitgewerkt onderdeel. Een mysterieus talent.
Daarnaast heb je de student die overal ‘is goed!’ op antwoordt. Of het nu gaat om een deadline, een taakverdeling of het gezamenlijk aanschaffen van een paard: is goed!
En natuurlijk is er de student die vlak voor de deadline vraagt: ‘Moet ik nog iets doen?’ Een vraag die bij de rest van de groep onmiddellijk voor een lichte hartslagverhoging zorgt.
Zondagavond
Toch blijft het bijzonder hoe we iedere keer opnieuw met frisse moed aan een groepsopdracht beginnen. We spreken af dat iedereen zijn deel op tijd af heeft, dat we elkaar goed op de hoogte houden en dat we vooral niet alles op het laatste moment doen.
Vervolgens zitten we op zondagavond met z’n allen in een online meeting, terwijl iemand vraagt of de inleiding eigenlijk al af is.
Misschien is dat wel de echte les van samenwerken. Niet het verdelen van taken, maar leren omgaan met verschillende werkstijlen, communicatievoorkeuren en mensen die ‘ik kijk er vanavond even naar’ als een flexibel begrip beschouwen.
En eerlijk is eerlijk: uiteindelijk komt het meestal wel goed. De presentatie wordt gegeven, het verslag ingeleverd en iedereen haalt opgelucht adem.
Totdat de docent zegt: ‘Voor de volgende opdracht gaan jullie weer in groepjes werken.’ Op dat moment kijkt iedereen elkaar aan. En begint het sociaal experiment gewoon opnieuw.

Ilse Anema is student Journalistiek