Ik heb het druk. Dat heb ik vandaag al vier keer gezegd. Tegen mijn huisgenoot, tegen mijn moeder, tegen iemand uit mijn klas bij de koffieautomaat, en tegen mezelf, om half twaalf, terwijl ik nog in bed lag.
Wat ik dan precies doe de hele dag? Goeie vraag.
Vanochtend heb ik mijn bureau opgeruimd. Toen mijn mail. Toen heb ik een nieuwe planning gemaakt, met kleurtjes en alles, en een apart blokje “buffer” want dat schijnt te helpen. Toen was het lunch. Na de lunch een YouTube-filmpje gekeken over hoe je beter kunt plannen. Was eigenlijk best goed. Heb er zelfs aantekeningen bij gemaakt, dus dat telt toch een beetje als studeren?
Mijn essay staat nog steeds op 0 woorden. Deadline vrijdag. Het staat in het oranje blok, dus het is wel belangrijk.
Stadskamer
En ik weet dat ik niet de enige ben hoor. Loop nu eens door de Stadskamer, of het hogeschoolgebouw. Iedereen zit met zijn laptop open, Word open, cursor knippert. En op de andere helft van het scherm Vinted. Of een groepsapp. Of een TikTok over waarom onze generatie altijd zo moe is.
Want we zijn ook gewoon moe. Ik heb vandaag niks gedaan en toch voel ik me alsof ik een tentamenweek achter de rug heb. Kennelijk kost het ook energie om de hele dag níet aan je essay te werken.
En november helpt echt niet mee. Het is om vijf uur donker. Je fietst naar college met regen die gewoon van opzij komt en je kapsel al verpest voor dat iemand die überhaupt gezien heeft. Die “dit jaar ga ik het anders doen” mentaliteit van september is allang op. En kerst is nog net te ver weg om je echt op te verheugen. Ondertussen komen de tentamens eraan en besef je dat “inhalen doe ik later wel” moment er nu is, maar je nog steeds niks uitvoert.
Geen zin
Dus zeggen we maar dat we het druk hebben. Klinkt beter dan “ik loop achter en ik weet eerlijk gezegd niet waar ik moet beginnen”. Of “ik heb er gewoon even geen zin in en dat maakt me een beetje nerveus”, vooral als iedereen in je Instagram-stories ondertussen wél in de bieb zit met een iced latte en een gemarkeerd boek.
Maar die jongen bij de koffieautomaat dus. Die ook zei dat hij het zó druk had. Na vijf minuten kletsen gaf hij toe dat hij zijn essay ook nog niet af had. Hij had zijn kamer gestofzuigd. Twee keer. We hebben er heel hard om gelachen en eerlijk gezegd voelde ik me daarna stukken beter.
Eerlijk zijn
Dus ja, ik ga hier niet doen alsof ik de oplossing heb. Ik heb net een hele middag besteed aan een planning, dus ik ben echt niet de juiste persoon. Maar misschien kunnen we gewoon wat vaker eerlijk zijn. Gewoon zeggen “ik loop achter” in plaats van “druk”. Grote kans dat de ander zegt: ik ook.
En als het niet over één essay gaat maar je al weken het gevoel hebt dat alles te veel is: praat er even met iemand over. Je studieadviseur, een vriend, de studentenpsycholoog. Ik ben er ook een keer geweest in mijn eerste jaar en dat was echt minder eng dan ik dacht.
Goed. Ik ga nu dit document dichtdoen en die andere openen. Gewoon één alinea schrijven. Mag slecht zijn. Een slechte alinea kun je nog fixen, een leeg document niet.
Oh, en dat buffer-blokje in mijn planning? Heb ik vanmiddag al opgemaakt.

Laura van Knippenberg is student Journalistiek





