Den Haag heeft de eerste stap gezet naar de wettelijke verankering van het ‘professional doctorate’. De toegepaste wetenschap krijgt zo zijn eigen promotiemogelijkheid, aan de hogeschool.
Het was geruime tijd stil rond het onderwerp, maar half april bond minister Rianne Letschert van onderwijs de kat de bel aan: volgens haar werd het tijd om invulling te geven aan de wettelijke status van de HBO-promovendus. Nog even en de eerste van deze ‘PD’s’ kunnen hun diploma (of bul) in ontvangst nemen en dan moet toch duidelijk zijn wat deze titel inhoudt. Dát het mogelijk moest zijn om op het HBO te promoveren, werd al vele jaren geleden op Europees niveau besloten. Opleidingsinstituten die master-diploma’s verlenen (onderwijs op niveau 7, heet dat officieel), moeten ook niveau 8 aanbieden: de mogelijkheid te promoveren. Vijf jaar geleden startte een aantal hogescholen met een proef, om te kijken hoe een en ander georganiseerd kon worden, en de kwaliteit van het promotietraject geborgd. Die proef draagt binnenkort zijn eerste vruchten – en vandaar het besluit van de minister. Windesheim deed niet mee met de proef, maar medewerkers houden het hele proces natuurlijk goed in de gaten. Bijvoorbeeld Derk Jan Kiewiet, directeur van het Kenniscentrum Strategisch Ondernemerschap en het Kenniscentrum Media. Hij noemt de stap vooruit van de minister ‘een goede zaak’. ‘Toen de hogescholen vijf jaar geleden met de pilot van start gingen, was er nog heel veel onzeker, waaronder de waarde van het PD-diploma dat je krijgt. Dat is inmiddels een stuk duidelijker en dat wil de minister nu borgen, door er een wettelijke status aan te geven. Het is mooi dat dat naar voren getrokken wordt.
Van klimaatmuziek tot de middelbare school
De in 2023 gestarte pilot, bedoeld om de haalbaarheid te onderzoeken van een door de hogescholen uit te reiken diploma ‘professional doctorate’, is een initiatief van de Nederlandse hogescholen, het Ministerie van Onderwijs en het Regieorgaan SIA. Hieraan werken 26 hogescholen mee, vanuit zeven verschillende domeinen. De PD-kandidaat moet tijdens de opleiding leren om te handelen in complexe situaties, met meerdere partijen en bijbehorende belangen. Hij of zij moet daarvoor als professional thuis zijn in de praktijk, maar ook kunnen optreden als onderzoeker, change agent en innovator.
De PD-programma’s moeten gaan voorzien in de stijgende behoefte vanuit het werkveld aan ‘onderzoekende professionals’. Op dit moment, nu de titel nog niet wettelijk vastligt, krijgen de PD-gepromoveerden nog geen getuigschrift maar wel een certificaat. De pilot is gestart in de domeinen Kunst + Creatief, Gezondheid & Welzijn, Maritiem, Onderwijs: Leren & Professionaliseren, Techniek & Digitalisering, Leisure, Tourism & Hospitality en Energie & Duurzaamheid.
Inmiddels lopen er tientallen van deze promotietrajecten. Een voorbeeld van een PD-promotie in het domein ‘kunst + Creatief’ is die van Kim Spierenburg van de Hogeschool InHolland, ‘As waters Rise’, waarin zij samen met burgers, kunstenaars en professionals films en muziek maakt over het thema klimaatverandering. Deze producten zijn er expliciet op gericht om een boodschap van hoop uit te dragen. Een ander voorbeeld is ‘De Damster Aanpak’ van Lieke Dalstra (Hazehogeschool Groningen). Zij wil samen met bewoners, professionals en beleidsmakers een bijdrage leveren aan een gezondere leefomgeving in Appingedam, een omgeving die ook beter aansluit bij de wensen en behoeften van bewoners. Tot slot, Karin van de Lagemaat, lerares Spaans, doet een PD-promotieopleiding aan de Hogeschool van Amsterdam met als werktitel: ‘Waar leraren MET en VAN elkaar leren, leren leerlingen beter.’ Van de Lagemaat onderzoekt het effect van het ombuigen van individueel gerichte professionalisering in het Voortgezet Onderwijs naar gericht team- en organisatieleren. Daarmee, zo stelt zij, wordt de duurzame school- en onderwijsontwikkeling versterkt.
In de Tweede Kamer klonk wat gemopper…

‘Vanuit de Kamer waren twee moties ingediend, waaronder de oproep te wachten tot de pilot zou zijn afgerond. Dat zou nog drie jaar duren. Terwijl de eerste promovendi er al aankomen. Je wil er toch voor zorgen dat ze niet voor niks dat traject hebben afgelopen gedaan. Die beide moties zijn verworpen.’ Op dit moment hebben alleen de traditionele universiteiten het “promotierecht”. Zij volgen de ontwikkelingen rond het PD, ‘professional doctorate’, dan ook met argusogen. Het is niet ondenkbaar dat de meer op de praktijkgerichte promoties aan de hogescholen op de langere termijn aantrekkelijk zullen blijken te zijn voor het werkveld, maar wie weet ook voor veel masterstudenten – aantrekkelijker dan de vooral sterk theoretische academische promoties. Kiewiet wil daar niet te veel over zeggen: ‘Of de universiteiten bang zijn promovendi te verliezen, dat je je hen maar vragen. Maar van de kant van de hogescholen uit gekeken, en daar kan ik meer over te zeggen, willen we natuurlijk dat het nieuwe traject een niveau 8 traject wordt, net zoals het oude universitaire promotietraject, maar daarbij moeten die twee wel echt onderscheidend zijn. Gericht op een andere doelgroep: studenten en mensen uit de praktijk, die meer geïnteresseerd zijn in toegepast onderzoek. Kijken of je dat kunt bereiken, hoe je dat aanpakt, dát was het doel van de pilot en daarin zijn grote stappen gezet. Er is nu, na vijf jaar, veel meer duidelijkheid omtrent de meerwaarde van dit diploma.’
Maar wordt het PD daarbij nog steeds een wetenschappelijke promotie?
‘Zeker. Laat ik het zo zeggen: met de nieuwe PD naast de oude PhD komt de breedte van het begrip “wetenschappelijk onderzoek” veel meer tot zijn recht.’
Je zegt het al: het professional doctorate is niet alleen bedoeld voor masterstudenten maar ook voor mensen uit de praktijk, werkend bij instellingen of in het bedrijfsleven. Wat heeft de pilot wat dat betreft laten zien?
‘Wat me opvalt is dat het blijkbaar lastig is om mensen uit de praktijk, het werkveld, over te halen om hieraan te beginnen. De meeste instromers komen van de hogeschool met een afgeronde masteropleiding maar inderdaad, de PD was nadrukkelijk ook bedoeld om mensen met praktijkervaring de mogelijkheid te bieden verder te groeien. Dat blijkt dus lastig. Hoe dat gaat uitpakken, of de hogescholen in staat zullen zijn om ook hen aan te trekken, dat is de vraag. Voorlopig, zo lijkt het, kijken praktijkmensen de kat uit de boom.’
Waarom keek Windesheim vijf jaar geleden overigens de kat uit de boom?
‘Windesheim deed niet mee, en we zijn ook niet in een later stadium alsnog ingestapt, maar we volgen de pilot op de voet. We zijn toen niet ingestapt vanwege de onduidelijkheid die ik al noemde. Onze lectoren hadden zo hun twijfels bij het civiele effect van de PD. Met andere worden: zit het werkveld hierop te wachten? Kijk, bij de oude PhD is de waarde duidelijk: zonder promotie geen carrière in het hoger onderwijs. Maar bij de PD is dat nog niet duidelijk. En er zat een financiële kant aan. Wie meedeed moest voor elke promovendus ook een kwart miljoen meebrengen. En na zorgvuldig overleg van lectoren en het College van Bestuur is toen besloten we dat we dat geld anders wilden besteden.’
Inmiddels komen binnenkort de eerste PD-promovendi op de arbeidsmarkt. Hopelijk zijn ze dan gelijkwaardig aan de vertrouwde PhD promovendi, maar de vraag die de Windesheimlectoren vijf jaar geleden stelden, is in wezen nog niet beantwoord: wat wordt de maatschappelijke waarde van dat diploma?
‘Het aantal PD-promovendi zal in elk geval voorlopig beperkt blijven. Promoveren is duur en het is nog onduidelijk waar de benodigde gelden vandaan zouden kunnen komen. Daar komt bij dat de hogescholen voor een flinke, meer jarige bezuinigingsoperatie staan. Kiewiet verwacht dan ook niet dat de komst van de PD grote gevolgen zal hebben. Maar dát deze er komt, en dat ze gelijkwaardig zal zijn aan de PhD, dat staat nu wel buiten kijf: ‘de wettelijke verankering dit de minister nu in gang heeft gezet zorgt ervoor dat de betrokken partijen er gerust op kunnen zijn dat het diploma ook echt iets gaat betekenen.’
De vraag is of Windesheim moet meedoen aan, oneerbiedig gezegd, ‘universiteitje spelen’. Die ontwikkeling is al in volle gang. In het buitenland noemen we onszelf trots ‘university’, met daarachter tussen neus en lippen door de toevoeging ‘of applied sciences’. Maar uiteindelijk draait het volgens mij om de kosten: je kunt een euro maar één keer uitgeven, zeker in deze tijd van bezuinigingen. Moet je die euro dan steken in een relatief exclusief project voor enkele uitblinkers, of in brede beroepsopleidingen?
Bas den Herder
Ik ben vóór. Het huidige tijdsgewricht vraagt om complexiteitsresponsieve professionals. Dat zijn verbindende, kennisgedreven en wendbare professionals die kunnen omgaan met complexe maatschappelijke vraagstukken. De PD maakt het mogelijk om professionals op te leiden die zowel sterk praktijkgericht én onderzoekend zijn. Daarmee speelt het HBO geen “universiteitje”, maar bouwt het voort op zijn eigen kracht: het verbinden van onderzoek en beroepspraktijk. De PD kan zo een belangrijke bijdrage leveren aan innovatie en professionele ontwikkeling in uiteenlopende werkvelden.
Bruno Oldeboom
Ik ben zelf gepromoveerd aan een reguliere universiteit (met een karig hongerloontje) en zonder bijstand van de institutionele infrastructuur van Windesheim. Niks mis mee. De Professional Doctorate staat waarschijnlijk voor schaal 12 op de payroll en moet ook nog eens fiks ondersteund worden door Windesheim (weer meer management en projectstructuren). De vraag die bij me opkomt is; wie betaalt uiteindelijk de rekening? En dan denk ik automatisch aan de student. Die betaalt inmiddels ruim 2600 euro collegegeld en ziet zijn lessen steeds meer verdampen om carrières zoals die van een PD’er te kunnen sponsoren. Ik vind daar ethisch iets van.
John ter Horst
tekst: Marcel Hulspas
foto: Herman Engbers