Liever geen corona-diploma

We leven in een corona-bubbel. En daarmee bedoel ik niet de quarantaine waarin iedereen nu zit. Onze collectieve veroordeling tot de huiselijke kring en het spaarzame tochtje naar de winkel. Ik bedoel ook wat anders. Het gebrekkig ontwikkelde voorstellingsvermogen van beleidsmakers met betrekking tot mensen die leven buiten de eigen maatschappelijke laag. In deze tijden komt deze op pijnlijke wijze aan het licht. Zo gaf onze minister-president blijk van zijn eigen vernauwde blik toen hij in zijn eerste ‘corona’-persconferentie er gemakshalve van uit dat de enige cruciale beroepen in een ziekenhuis de dokters en verpleegkundigen zijn. Dat er juist in deze tijden in ziekenhuizen ook nog schoongemaakt moet worden zag hij over het hoofd. Veel schoonmakers voelden zich geschoffeerd.  

De directies van middelbare scholen lijken te denken dat alle Nederlandse kinderen een eigen laptop hebben, een eigen kamer, een enorm reservoir aan zelfdiscipline en minimaal HBO-geschoolde ouders. Maar voor veel ouders aan de onderkant van de samenleving met ZZP-baantjes die nu ineens niets meer opleveren, is het een hel om met je kroost opgesloten te zitten in een driekamerwoning op zeven hoog. 

Bij een aantal werkgevers bespeur ik ineens allerlei conservatieve ideeën over emancipatie. Of de ouders die hun uren niet kunnen maken omdat ze nu ineens meester of juf moeten spelen omdat ze een partner hebben die ook moet thuiswerken, deze asjeblieft na de corona-periode willen inhalen. Desnoods door het inleveren van vakantie-uren. Helaas verzin ik het niet. Een emancipatie-boete.  

Op Windesheim zie ik ook enkele symptomen van deze beperking. Zo hebben alle studenten nu kennelijk zeeën van tijd en kunnen ze te pas en te onpas op MicrosoftTeams lessen bijwonen, en vinden ze alle alternatieve toetsvormen die het werken in de praktijk vervangen prima. Dat geldt zeker voor een groot aantal studenten, maar er zijn ook studenten die zich uit de naad werken in een ziekenhuis omdat ze verpleegkunde studeren of die in de gehandicaptenzorg vervangingen doen omdat daar ineens grote tekorten zijn. Natuurlijk, we zijn soepel en houden we er rekening mee. Maar we laten de trein wel doorrijden. En zolang dat zo is, heb je altijd mensen die terecht denken hem te gaan missen. 

Van docenten wordt in principe verwacht dat ze hun geroosterde lessen blijven geven op teams. Dat ziet er voor de vrijgezelle collega die nu niets anders om handen heeft toch echt anders uit dan voor iemand die thuis een eveneens werkende partner en nog wat moeilijk te motiveren puberkinderen heeft rondlopen. Om twee uitersten te noemen. En ook hier weer: ‘maakt niet uit, houden we rekening mee…’, maar de trein rijdt ook hier verder… 

De huidige crisis maakt glashelder dat onze privélevens nu even heel bepalend zijn voor hoe we met arbeid en studie kunnen omgaan. Ze lopen nu constant door elkaar heen. Veel kan doorgang vinden, veel ook niet. Laten we de lat hierom niet te hoog leggen nu; voor onszelf niet en ook niet voor onze studenten. De wereld staat in menig opzicht stil, veel mensen zouden blij zijn als de onderwijstrein ook even wat langzamer gaat rijden, zonder het contact met elkaar te verliezen natuurlijk. 

Als we dat doen, kunnen we onze studenten een volwaardig diploma aanbieden, met echt contact, echte praktijkervaring en echte toetsen. Geen minderwaardig ‘corona-diploma’, zoals nu in het middelbaar onderwijs. Geef dus studenten in het hoger onderwijs een half jaar extra om af te studeren. Met een halfjaartje studiefinanciering op kosten van de staat, net als vroeger. Dat zou een mooi gebaar van barmhartigheid zijn in deze uitzonderlijke tijden. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *