Ariane Niemeijer: ‘Kunst helpt bij rouwproces’

Aan de straatkant van campusgebouw G staan de vlaggenmasten van Windesheim. Soms hangen er naast de Nederlandse vlag buitenlandse vlaggen in top als er bijvoorbeeld – afhankelijk van hoe de vlag erbij hangt – Italiaanse, Duitse of Belgische gasten zijn.  Maar heel af en toe hangt de vlag ook halfstok.

Zoals eind juli, toen wij bij BMR – heel verdrietig – een geliefde collega verloren. Als zoiets gebeurt, word je weer geconfronteerd met de eindigheid van het leven en onwillekeurig ook met die van jezelf. Er was een mooi afscheid op X1, een soort dienst in het kort. De collega’s vonden steun bij elkaar en haalden herinneringen op. Daarna ging ieder – zoals dat gaat – weer verder met de werkdag.

En dat is heel natuurlijk, de achterblijvers gaan door met leven, en de dagelijkse beslommeringen vragen al snel weer om aandacht. Dat wil niet zeggen dat de overledene daarmee vergeten is.

Eindigheid

Voor het vak Filosofie van mijn studie bij de kunstacademie ArtEZ onderzocht ik vorig semester wat filosofen zeggen over verlies en rouw. Volgens filosoof Martin Heidegger moet een mens zich, om authentiek te zijn, steeds verhouden tot zijn naderende einde. Daarbij kan kunst behulpzaam zijn: een kunstwerk opent een wereld voor je, laat je een waarheid zien en leert je volgens Heidegger omgaan met je eindigheid, het ultieme falen.

Ik speelde zelf met mijn voormalige theatergroep Femmage een oefenuitvaart. In deze humoristische voorstelling namen wij bestaande gebruiken en commerciële uitvaartfratsen op de hak, zoals de rouwclown, die – echt waar – te huur is om oplopende of vastzittende emoties enigszins te reguleren. De rouwclowns in onze uitvaartvoorstelling wensten het publiek ‘gecondoliflapstaart’ en zongen een carnavalsversie van de dodenmars.

Dat klinkt misschien flauw, maar na afloop van de voorstelling in de foyer kwamen mensen ons vertellen hoe opgelucht ze nu waren dat wij de dood hadden ontdaan van zijn zwaarte, dat hij nu veel lichter voelde nu ze erom hadden kunnen lachen, ook al hadden ze iemand verloren.

Een echtpaar waarvan de man ongeneeslijk ziek was en binnenkort zou sterven, en dat met vrienden samen naar de voorstelling was gekomen, schreef ons na afloop hoe ze gelachen hadden, dat ze elkaar op zijn uitvaart ‘gecondoliflapstaart’ zouden toefluisteren en dat ze na de uitvaart graag nog eens met een wat grotere groep vrienden wilden komen kijken, maar dan natuurlijk zonder de echtgenoot.

Aanvaardbaarder

Dat wij met onze voorstelling iets wezenlijks veranderden in het gevoel van mensen ten opzichte van de dood, daarvan was ik diep onder de indruk. Kennelijk kon het monster van het onderwerp dood met een kunstvorm aanvaardbaarder worden gemaakt, en een bevrijding of verwerking veroorzaken, precies zoals Heidegger schrijft.

De recentere, maar ook al overleden filosoof René Gude vertelde in een interview over zijn naderende dood dat het ontzettend lastig is om je er steeds van bewust te zijn dat er iets aan het aflopen is, wanneer dat sterven concreet wordt: “We leven altijd alsof onze tijd oneindig is.”

Zo blééf hij zich zorgen maken om onbenullige dingen, terwijl volgens hem stervenden zich daar niet meer druk om zouden hoeven maken. “Maar het interessante is dat er dan helemaal geen leven overblijft.”

Hij zag troost in het doorleven van de anderen om je heen, de achterblijvers. Individuen zijn sterfelijk, maar er is altijd een rest die doorgaat. Dat kun je zien als onsterfelijkheid. En daar kun je zingeving aan ontlenen. “Zolang de aarde blijft bestaan kun je een soort onsterfelijkheid maken waaraan je je hele leven als individu kunt bijdragen en waarvan je ook tegen de tijd dat je doodgaat kunt denken: mijn geliefden gaan door.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *