Judith van der Stelt: ‘Verliefd op taal’

Om van taal te leren houden, moet je er eerst verliefd op kunnen worden. Ik betwijfel of dat lukt, als het imago dat om het vak Nederlands heen hangt zo problematisch blijft als in de afgelopen decennia. Wie verpandt er nu zijn hart aan iets waar anderen slechts zuchtend en hoofdschuddend over spreken?

Op 13 april jl. verscheen er een artikel in NRC met als hoofdboodschap dat de reken- en taalvaardigheden van leerlingen op basisscholen en in het voortgezet onderwijs zijn gedaald, voor het zoveelste jaar op rij.
In het artikel richtte de aandacht zich op basis- en middelbare scholieren, maar in eerdere onderzoeken werden ook hogeschoolstudenten niet gespaard. In 2007 werd er gerapporteerd dat beginnende hbo-studenten zeer slecht zijn in spellen en schrijven en in 2014 was er een onderzoek met soortgelijke strekking.

Noodklok

De Onderwijsinspectie geeft aan dat de dalende trend al twintig jaar gaande is, maar Windesheim-collega Jeroen Steenbakkers specificeerde dat beeld en schreef in een reactie in het NRC van 23 april jl. dat er al sinds 1981 wordt geklaagd over de slechte staat van het Nederlands. Sinds 1981! Dat betekent dat de noodklok al vier decennia wordt geluid! Nou weet ik één ding vrij zeker over noodklokken, die moet je niet verwarren met een repeteerwekker want dan raakt iedereen volkomen van slag.

Het roer moet om! riep en roept de onderwijsinspectie. Een begrijpelijke noodkreet, maar het gevolg is helaas dat alles wat het vak Nederlands zo mooi en aantrekkelijk maakt uit het curriculum is geknikkerd.

Tranen

Na het lezen van de artikelen dacht ik met weemoed terug aan mijn vroegere lerares Nederlands. Zij was het die ons met tranen in haar ogen het liefdesverhaal van Saïdjah en Adinda voorlas uit de Max Havelaar van Multatuli. En het was niet haar uitleg van de werkwoordspelling, maar haar tranen over dit liefdesverhaal waardoor het vak Nederlands mijn interesse kreeg. Kon een boek bewerkstelligen dat mijn strenge docente Nederlands geëmotioneerd raakte ten overstaan van 25 onderuitgezakte leerlingen? Ik was onder de indruk.

De aanpak van mijn lerares Nederlands is niet gemakkelijk te kopiëren voor het hbo, ik weet het. Wat moet een student Bedrijfskunde met Multatuli, om maar eens iets te noemen. Die heeft basiskennis van het Nederlands nodig: werkwoordspelling, zinsontleding, dat werk. Het is het eeuwige dilemma: je kunt pas creatief met taal omspringen als je eerst de basis goed beheerst. Maar om die basis erin te krijgen, hebben we op zijn minst een beetje liefde voor de taal nodig. Negeren we dat, dan komen verslagen nooit veel verder dan het niveau van een gebruiksaanwijzing.

Roer om

De noodklok heeft nu zo lang geluid, daar zijn we inmiddels een beetje doof voor geworden. Dus ja, gooi dat roer maar om en geef dan vooral weer wat extra aandacht aan de schoonheid van onze taal. Lezen, luisteren, debatteren, gedichten en songteksten schrijven; allemaal vaardigheden die bijdragen aan het vergroten van de liefde en dus aan de aandacht voor taal.

Mijn lerares Nederlands zou er wel raad mee weten.

Judith van der Stelt is schrijfcoach en dyslexiespecialist bij het Studiesuccescentrum Almere

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.