De keerzijde van corona

Corona bracht ook mooie dingen voort. Acht verhalen van studenten en medewerkers  over wat de afgelopen  maanden hen bracht.

‘Ik waste wel mijn handen toen ik weer thuiskwam’

Ontluikende liefde laat zich niet tegenhouden: journalistiekstudenten Grady en Romée vonden elkaar tijdens de coronacrisis.

Ze kenden elkaar al van de opleiding, maar de laatste maanden werd het pas écht serieus. Grady: “Ik was met wat vrienden in de buurt van Windesheim. We hadden al wat biertjes op, waren in een lollige bui, en ook Romeé had met haar vriendin een wijntje gedronken. Ze vroeg of ze langs mocht komen. We spraken af bij de bushalte tegenover gebouw S. Dat werd zo gezellig, dat we tot drie uur ’s nachts met elkaar aan de praat bleven. Op een bankje vlakbij de bushalte, maar wél met anderhalve meter afstand.”

“Na de derde of vierde date, ja, dan raak je toch wat closer met elkaar. We gaven elkaar een knuffel en zoenden toen ik wegging. Ik dacht op dat moment niet ‘hé, anderhalve meter afstand, nee’. Corona ging niet door mijn hoofd, maar ik heb wel even mijn handen gewassen toen ik weer thuiskwam.”

Grady: “Ik ben door deze situatie romantischer geworden. Normaal spreek je af in Het Vliegende Paard, maar nu moest je met een creatieve oplossing komen. Op onze tweede date zijn we gaan wandelen. Fles wijn mee. Dat is heel anders, maar leuk anders.”

“Als er geen virus was geweest, dan hadden we denk ik geen tijd gehad, of genomen, om elkaar eerst goed te leren kennen. Het is veel diepgaander nu. Zonder het virus was onze eerste date misschien in een kroeg geweest, maar als ik mag kiezen, dan zou ik het weer op deze manier doen.” (MvdM)


‘Een poes die plotseling op schoot springt’

Sollicitatiegesprekken via Zoom of Teams: het werk van Erik van den Berg ging gewoon door. Maar vaak nét even anders.

“Iemand die solliciteert hoeft natuurlijk helemaal niet per se naar Windesheim te komen voor een gesprek. Het kan ook heel goed via Teams of Zoom”, vertelt Erik, recruiter voor het domein bewegen & educatie en een aantal diensten. Natuurlijk was het even wennen en omschakelen. Met managers en kandidaten die zich digitaal wat onzeker voelen, werd er voorafgaand aan de gesprekken een testverbinding gemaakt. Erik: “Je wil ook niet dat zij met het zweet op het voorhoofd en met stress in het lijf een gesprek in gaan.”

“Wel liepen we er af en toe tegenaan dat externe kandidaten toch graag de campus of hun werkplek wilden zien voordat ze definitief ‘ja’ zeggen. Of dat een manager de kandidaat toch echt een keer in de ogen wilde kijken voordat er een definitieve match is. In dat geval is de kandidaat in een tweede ronde uitgenodigd op de campus en hebben we één-op-één een rondleiding gegeven.”

Online een gesprek voeren heeft ook voordelen. “Het is altijd goed om in een gesprek iets te zien van iemands natuurlijke gedrag. En aan een keukentafel met fluitende kanaries en blaffende honden of een poes die plotseling op schoot springt en een beker koffie omstoot, worden gesprekken er echt interessanter op.”

Erik is trots op zijn collega’s. “We laten zien dat we ons snel kunnen aanpassen. Ook zijn we ontzettend creatief in het bedenken van nieuwe manieren van contact hebben. Ik hoop dat we goede dingen die nu ontstaan behouden.” (WvE)


‘Ik voelde me toch erg jarig’

Geen bezoek, geen feest en geen drie zoenen op de wang. Je verjaardag vieren tijdens de coronacrisis was geen pretje.

Verpleegkundestudent Lisanne Wolbrink werd eind maart vijfentwintig. Normaalgesproken viert ze haar verjaardagen met veel visite, maar dit jaar kwamen alleen haar ouders en schoonmoeder langs. Ander bezoek moest ze afzeggen. “Of ze zegden zelf af vanwege verkoudheidsklachten.” Ook het mooie cadeau van haar vriend (een bezoek aan een musical met hotelovernachting) viel in het water.

Maar, merkte ze, jarig zijn in het corona-tijdperk heeft ook positieve kanten. Mensen deden extra hun best om er voor haar toch een mooie dag van te maken. “Ik kreeg felicitaties volop: via facebook, instagram, whatsapp en snapchat, uit binnen- en buitenland. Ook hadden vriendinnen van school een video voor me gemaakt, en mijn vriend had ’s nachts ons appartement versierd met slingers en borden met ‘25’ erop. Via de post ontving ik een aantal kaarten, chocolade en een ballon. Zo voelde ik me toch erg jarig! En mijn verjaardag écht vieren komt nog wel. Straks, als de corona-crisis voorbij is.” (WvE)


‘Een lach op hun gezicht’

Journalistiekstudent Marlies Streppel ging de strijd aan tegen eenzaamheid. Ze stuurde zelfgemaakte kaartjes naar ouderen, met daarop bijvoorbeeld een gedicht, tekening of kruiswoordpuzzel plus een lieve, opbeurende tekst.

Voor de actie schakelde ze de hulp in van haar studiegenoten van vereniging Waltertje. “Met z’n zevenen hebben we 106 kaarten gemaakt voor bewoners van het verzorgingstehuis De Nieuwe Haven in Zwolle en vijftien voor opa’s en oma’s van leden van onze vereniging.”

Hoe er op kaartjes werd gereageerd? Vast heel goed, maar Marlies kon ze vanwege de voorschriften niet zelf aan de bewoners geven. Ze overhandigde de kaartjes daarom aan het zorgpersoneel. “Dus het bleef bij fantaseren over de lach op hun gezicht.”

“Ik ben blij dat we dit als vereniging en als jongeren hebben kunnen doen, ook al was het een klein gebaar.” (WvE)


‘Ik kon niet zeggen:  nog even volhouden’

Verpleegkundestudent Lobke Scholten liep stage in een woonzorgcentrum in Zwolle. Daar zag ze de impact van de strenge bezoekregelingen.

Bewoners van De Venus konden wel bezoek ontvangen, maar alleen vanachter glas, vertelt Lobke. “Er was een soort ‘raambezoek’ ingesteld. Er was een raam aan de buitenkant van het pand dat op de kiepstand kan. Bewoners konden daar aan een tafeltje zitten en zo met het bezoek aan de andere kant van het glas praten.”

Sommige bewoners zijn (beginnend) dementerend, vertelt ze, en hadden moeite met de situatie. “Het ‘klikte’ niet in hun hoofd. Ze konden er bijvoorbeeld niet bij waarom mensen niet kunnen komen of ze vonden het lastig dat ze maar één iemand bij het raam kunnen zien. Waarom de rest van de familie dan niet? Dat vond ik soms wel moeilijk. Ik kon ook niet tegen ze zeggen ‘nog een weekje volhouden,’ want we wisten niet hoe lang duurt nog zou duren. Het was fijner geweest als je af had kunnen tellen.”

Eigenlijk zou Lobke stagelopen in het Isala Ziekenhuis in Zwolle. Daar startte ze ook, in februari, maar toen de eerste patiënt meteen mogelijk coronabesmetting op haar afdeling (de ‘acute opname’) kwam te liggen, konden zij en andere stagiaires niet blijven.

“Het was voor ons geen gunstig leerklimaat meer. Bovendien was er een tekort aan beschermende middelen.” Daarnaast konden de stagiaires vanuit het ziekenhuis wegens drukte niet meer goed begeleid worden.

Door snel handelen van de stagecoördinatoren van haar opleiding kon Lobke snel switchen van stageplek. “Ik had ook na de zomer verder kunnen gaan met mijn stage, maar ik wilde graag volgens planning afstuderen. Ik was dus erg blij met deze oplossing.” Eind juni had Lobke haar eindgesprek. Uitkomst: diploma behaald! (WvE)


‘Na het eten gaan we Kolonisten’

In quarantaine op je studentenkamer of terug naar je ouderlijk huis? Veel studenten kozen voor dat laatste. Want ‘thuis’ bij paps en mams is waar je wilt zijn in tijden van crisis, vond ook Wenda Drenth.

Wenda, derdejaars lerarenopleiding wiskunde, verhuisde vanwege het coronavirus – met vriend en al – terug naar haar ouders in Assen. Die waren daar ‘dolgelukkig’ mee, vertelt ze, want met hun computerbedrijf draaiden ze overuren. “Ik had toch niet veel te doen, mijn enige tentamen werd vervangen door een online opdracht. Nu kon ik mooimijn ouders helpen.  Ze richten onder andere online werkplekken in.”

Wenda kookte, deed boodschappen en hielp met het uitpakken van nieuwe producten. “Mijn broertje was ook blij dat ik er weer was, hoefde hij niet in zijn eentje voor de afwas op te draaien.”

“Al die mensen in huis vonden mijn ouders supergezellig, het was weer net zo als vroeger. We aten gezamenlijk en ‘s avonds deden we bordspellen, een potje Kolonisten van Catan. Verder ging ik er vaak op uitom een rondje te skeeleren. Lekker hard door de straten.”

‘Thuis’ wonen bracht wel een uitdaging met zich mee: door alle afleiding kon Wenda zich soms moeilijk concentreren op haar schoolopdrachten. “Ik probeerde mezelf te belonen. Had ik een opdracht af, dan mocht ik iets leuks doen. Ik las bijvoorbeeld weer boeken en ook bakte ik veel. Daarin experimenteerde ik met allemaal nieuwe recepten. Dat laatste vond de rest van de familie natuurlijk vréselijk!” (MvdM)


‘Fiji zonder toeristen is uniek’

De stage van Maud Muller op Fiji pakte anders uit dan verwacht. Vanwege de coronacrisis kon ze niet terug naar Nederland vliegen en ze werd ook nog eens flink ziek.

Toen de epidemie ook Fiji bereikte, probeerde Maud uit alle macht om terug naar huis te kunnen keren, maar dat lukte uiteindelijk – na heel veel gedoe en gestress – niet. Ondertussen werd Maud, student aan de opleiding global project & change management, ook nog eens ziek. “Koorts, duizelig en een pijnlijk lichaam. Ik was als de dood dat ik corona had!” Ze was bang om naar de dokter te gaan. “Want als je hier corona krijgt, worden al je gegevens over het internet verspreid: je foto, je contact gegevens en waar je bent geweest.” Maar ze werd niet beter, dus uiteindelijk ging ze toch naar een arts. “Al snel bleek dat ik een ongevaarlijke nierbekkenontsteking had. Ik ben nog nooit zo blij geweest met een ontsteking! Met een tiendaagse antibioticakuur kon dit worden opgelost.”

Maud besloot om rustig uit te zieken en aan haar afstudeeronderzoek te werken. Ondanks alles is ze blij dat ze op Fiji is gebleven. “Fiji zonder toeristen is zo ongelooflijk uniek! En intussen heb ik hier een ontzettend gaaf netwerk van leuke mensen opgebouwd.” Ze heeft geen flauw idee wanneer ze wél naar huis kan, want normale vluchten zijn er voorlopig niet. “Misschien na de zomer? Wie weet. Ik zit het hier wel uit en probeer me er geen zorgen meer over te maken.” (EM)


‘Het was heel heftig en ontroerend’

Toen de gebouwen van Windesheim in Almere half maart dicht gingen, viel er voor huismeester Taoufik el Messaoudi weinig meer te doen. “Ik dacht: ik kan nu thuis gaan zitten niksen, of ik kan iets gaan doen voor een ander.”

“Dus meteen die eerste dag heb ik me aangemeld als vrijwilliger om voor een apotheek medicijnen aan huis te bezorgen”, vertelt Taoufik. “Vooral bij oudere mensen. Zij konden niet zelf de deur uit om de medicijnen zelf op te halen.”

Daarnaast ging hij extra uren draaien in het Flevoziekenhuis, waar hij ook vóór de coronacrisis al twee avonden in de week werkte. Daar hielp hij onder andere bij het desinfecteren van de ruimtes waar binnengekomen

patiënten werden getest op corona. “Het was in die eerste weken een komen en gaan van mensen, en die kamers moesten na elke patiënt helemaal ontsmet worden.”

De afgelopen maanden zullen Taoufik altijd bijblijven. “Ik zag hoe er bij de spoedeisende hulp voortdurend mensen werden afgeleverd, door familieleden, die niet mee naar binnen mochten. Afscheid nemen en maar hopen dat het goed kwam, terwijl het misschien wel de laatste keer was dat ze hun familielid zagen. Dat was heel erg, dat vond ik heel heftig en ontroerend.”

Het was ook een enorm drukke periode, vertelt Taoufik. “Maar als ik erop terugkijk, dan heb ik van deze coronatijd vooral veel energie gekregen.” (WvE)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.