Online proctoring: ‘Studenten moeten een eerlijke keuze krijgen’

Windesheim ziet voor de komende tentamenperiode af van proctoring. Daarmee geeft het College van Bestuur gehoor aan de bezwaren van de Centrale Medezeggenschapsraad. Maar het College wil graag met de CMR in gesprek over een eventuele inzet van deze toetsmethode in een later stadium. CMR-voorzitter Tommy Visscher houdt zijn twijfels.

Het College maakte dit besluit bekend tijdens de CMR vergadering van 14 mei. De CMR had daarvoor in een uitgebreide brief zijn bezwaren tegen proctoring aan het College kenbaar gemaakt. CMR-voorzitter Tommy Visscher benadrukte in de vergadering dat de Raad de noodzaak inziet dat er voor de komende tentamenperiode gezocht moet worden naar creatieve oplossingen, zeker ook als het gaat om online toetsen, maar dat de Raad bezwaren had tegen de door het College voorgestelde wijzigingen in het tentamenreglement die noodzakelijk zouden zijn voor de invoering van proctoring. Visscher wees er tevens op dat er, na het bekend worden van de plannen, binnen de hogeschool een felle discussie was ontstaan over dit onderwerp. Collegevoorzitter Henk Hagoort liet daarop weten dat men kennis had genomen van de bezwaren van de CMR en van de interne discussie, en daarom besloten had om het plan voor de komende toetsperiode in te trekken.

Proctoring, of ‘surveilleren op afstand’, maakt gebruik van speciale software die het mogelijk maakt om de student tijdens het maken van een toets digitaal ‘in de gaten te houden’. Gespecialiseerde ‘proctors’ kijken mee op de computer en in de omgeving van de student, bekijken (in real time, of achteraf) de op deze wijze ‘stiekem’ verzamelde data omtrent het gedrag van de student en kunnen de onderwijsinstelling waarschuwen als er sprake lijkt te zijn van fraude. Aan deze methode zitten de nodige haken en ogen, vooral wat betreft de privacy van de student. De CMR had de volgende bezwaren:

– Er bestaat het risico op een datalek, waardoor persoonlijke gegevens van de student ‘op straat’ komen te liggen.

– De student wordt voor een onmogelijke keuze gesteld. Of hij geeft een stukje privacy op, óf er is kans op studievertraging. De CMR vindt dat studenten niet voor die keuze gesteld moeten worden.

– Er kan een ‘oneerlijk speelveld’ ontstaan doordat niet alle studenten aan de noodzakelijke voorwaarden (qua ruimte en software) kunnen voldoen.

– Een voor de CMR zwaarwegend argument is dat online proctoring de toetsbanken kwetsbaar maakt. Er bestaat de kans dat vragen van een online toets in omloop komen en daardoor niet langer gebruikt kunnen worden. Het weer aanvullen van deze toetsbanken is heel veel werk voor docenten.

Op grond hiervan besloot de Raad ‘niet in te gaan stemmen met het mogelijk maken van het afnemen van toetsen via online proctoring.’ Het College heeft haar plan dus ingetrokken maar stelde tijdens de CMR vergadering dat proctoring in sommige gevallen, bijvoorbeeld voor het afnemen van toetsen bij studenten met een studiebeperking, een welkome aanvulling zou kunnen zijn en dat het College daarover graag met de Raad verder wil praten over de ontwikkeling van een aanvaardbare vorm van proctoring. De CMR nam dit aanbod aan.

Tommy Visscher was na afloop zeer tevreden over de mate waarin het CvB de kritiek van de CMR serieus heeft genomen. ‘In een juichstemming zijn we niet. Dat zou geen recht doen aan de

onzekerheid waarin studenten verkeren en aan de inspanningen die docenten aan het leveren zijn om alternatieve toetsing mogelijk te maken.’ Wat betreft de inzet van proctoring in een later stadium houdt hij een slag om de arm: ‘Uiteraard zijn we bereid tot een gesprek. Het is wel de vraag of dat moet gaan over voorwaarden voor het veranderen van de regels of over alternatieven voor tentamens waarbij een dergelijke verandering van regels niet nodig is of waarbij de regels minder drastisch hoeven te worden veranderd. Er zijn alternatieve toetsvormen waarbij de regels niet of niet zo drastisch hoeven te worden veranderd. Een principieel punt van de Raad was dat de keuze die studenten voorgelegd zouden krijgen, een oneigenlijke keuze is: óf je gaat akkoord met de voorwaarden, óf je loopt studievertraging op. Voor te stellen is een situatie waarin de keuze is: óf je gaat akkoord met de voorwaarden, óf er is een alternatief op hetzelfde moment beschikbaar, waarbij akkoord gaan met de voorwaarden niet nodig is.’

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *