Diversiteit 5: ‘De gymles was voor hem een hel’

Student Journalistiek Janne de Vries (zie foto) interviewde een medestudent van Windesheim over diversiteit. Het verhaal is onderdeel van het project Verhalenvertellers.

‘Ik wil hier niet zijn, ik wil weg uit deze situatie

Terwijl iedereen intensief meedoet met het spel, ben ik er met mijn hoofd niet bij. Water spettert alle kanten op, om mij heen en over mij heen. En het doet me niks. De enige gedachte die door mijn hoofd gaat: was ik maar thuis. Een intens gevoel van eenzaamheid golft door mij heen, alsof het water niet eens bestaat.

Ik zit in groep zeven wanneer dit zich afspeelt. Met de waterpolovereniging gaan we op kamp en vanaf de eerste dag speelt heimwee al een grote rol in mijn ervaring. Van de trainer mag ik niet naar huis, maar het weekend duurt nog zó lang. Ik snap het tot op de dag van vandaag nog steeds niet, waarom ik niet naar huis mocht. Een kleine jongen van tien jaar met heimwee sleep je toch niet een heel weekend mee? De eerste nacht slaap ik niet door een verschrikkelijk, beklemmend en verkrampt gevoel. Ik wil hier niet zijn, ik wil weg uit deze situatie! Bij de training de volgende dag heb ik een gevoel dat ik later heb kunnen definiëren als je verschrikkelijk eenzaam voelen binnen een groep mensen. De ergste vorm van eenzaamheid. Als tienjarige is het voor mij niet begrijpelijk wat dit gevoel is. Terwijl iedereen plezier heeft, stromen de tranen over mijn wangen. De instructies van de trainer, het gelach van mijn teamgenoten en het gespetter van het water: al het geluid verstomt. Alles bestaat nu alleen nog maar uit mezelf en de eenzaamheid.

Posttraumatisch stresssyndroom

Later zal ik begrijpen wat dit weekend bij mij achterlaat: PTSS. Posttraumatisch stresssyndroom. Een jaar lang is elke maandag een ware hel. Dan hebben wij namelijk gym en al voordat de groepjes zijn gevormd, zit ik er helemaal doorheen. Ik wil mij nooit, maar dan ook nooit meer zo voelen als bij het waterpolokamp. Maar toch komt het gevoel elke week met gym weer terug. Op zondagmiddag word ik al misselijk. Ik zie het écht niet zitten om mij morgen weer zo te voelen. ’s Nachts lig ik te woelen in bed want slapen lukt ook al niet. De gedachte aan de gymles maakt me ziek. Mijn moeder fietst voor mentale steun mee naar school. Ze vertelt dat het wel goed komt en dat ik mij geen zorgen hoef te maken. Maar de tranen zijn al niet meer te stoppen.

Mijn moeder kan het niet langer aanzien dat haar kind er kapot aan gaat om naar school te gaan. In een vlaag van bezorgdheid belt ze allerlei psychologen op. Elke keer wanneer ze weer hoop heeft gevestigd op een telefoontje, krijgt ze hetzelfde bericht: “Erg jammer voor jouw zoon, maar ik heb helaas geen plek meer.” Met een zucht doet ze een zesde poging. En dan krijgt ze Julie aan de lijn, mijn huidige psycholoog. Ze heeft aankomende vrijdag wel een plekje, dus kom maar langs. Ik heb meteen een klik met haar: ondanks dat ik nog maar tien ben, begrijp ik wat ze zegt en krijg ik het gevoel alsof ik gesprekken voer met een ‘wijze’ tienjarige.

Verliefd op een macho

Eenmaal op de middelbare school is het eenzame gevoel minder, maar het is nog steeds mijn grote angst. Toch heb ik op dat moment wel iets anders aan mijn hoofd. Ik val op meisjes én jongens. En laat het nou net zo zijn dat ik verliefd ben op mijn beste vriend. Er is een groot gedeelte van mezelf dat ik totaal niet kwijt kan. Op een gegeven moment móet het er gewoon uit, dus ik besluit het hem te vertellen. Een macho jongen die midden in de puberteit zit. Wanneer ik mijn liefde aan hem beken, weet hij niet hoe hij moet reageren. Dat ik op jongens val vindt hij oké, maar dit? Straks denken anderen nog dat hij ook homo is! Voordat ik het weet, ben ik een hele vriendengroep kwijt. In de gangen schelden ze mij uit. Op Whatsapp maken ze groepen om mij eruit te gooien. De veiligheid op deze school is al gauw weg en maakt plaats voor, weer, het gevoel van eenzaamheid.

Dezelfde passies

Die vijf jaren op de middelbare school heb ik overleefd. Alhoewel het mij soms verbaast hoe ik dat ooit heb gedaan. Nu die tijd achter mij ligt, kan ik mij focussen op een nieuwe fase. Met al mijn interesse in politiek is mijn studiekeuze niet echt lastig geweest. Mijn verwachtingen van de opleiding Journalistiek zijn hoog: hier vind ik vast alleen maar mensen die dezelfde hobby’s en passies hebben. Hier vind ik mijn plek! Die gedachte blijft helaas niet lang hangen. Mijn klas bestaat voor de helft uit ongemotiveerde studenten met wie ik absoluut niks gemeen heb. Mijn droom dat het nu eindelijk beter wordt, valt meteen in duigen. Misschien is dit toch niet de plek voor mij? Het voelt net alsof ik weer in groep zeven zit. Een plek waar ik mezelf niet kon zijn en mij eenzaam voelde… Al gauw tellen de afspraken bij de psycholoog weer op.

En gelukkig maar dat ik naar de psycholoog kan gaan. Ze helpt mij inzien dat dit niet groep zeven is. Het wordt beter! Alle journalisten die voor mij een voorbeeld zijn, zijn een keer gevallen en moesten leren weer op te staan. De weg naar geluk loopt niet recht, daar zitten kronkels in. Zodra ik dit weer helder voor ogen heb, weet ik wat ik moet doen. Ik switch van klas en kom in de meest perfecte omgeving die ik tot nu toe in mijn leven ben tegen gekomen. Mijn klasgenoten hebben dezelfde interesses en dezelfde passies. Ze accepteren mij zoals ik ben. Of nog beter, ze laten mij meer mijzelf zijn dan dat ik ooit ben geweest. Eindelijk heb ik mijn plekje gevonden.

Goede psycholoog

Sommige mensen hebben hun hele leven af en toe onderhoud nodig. En ik weet zeker dat ik ook bij die groep hoor. Er zijn problemen die je niet kunt oplossen door in de spiegel naar jezelf te kijken; daarvoor heb ik af en toe een professionele blik nodig. Een goede psycholoog drukt niet op de juiste knopjes, maar laat jou zelf op die knopjes drukken. Zoveel van je paniekmomenten zijn gebaseerd op dingen die compleet niet waar zijn. Van mijn psycholoog heb ik geleerd om rationeel naar die situaties te kijken. De waterpolokamp-ervaring zal mij altijd blijven achtervolgen. In nieuwe situaties val ik heel gauw terug in die mindset. Maar ik leer mezelf aan om dingen te relativeren. Vaak zijn dingen dan minder erg of valt het hele probleem gewoon weg. Je moet het wel zelf doen: een psycholoog doet het niet voor je, hij of zij leidt je er alleen naar toe. Maar zonder psycholoog was het mij nooit gelukt.


Janne de Vries (19) is derdejaars Journalistiek

Janne over het interview:

“Het eerste gesprek met deze student was diep. Ik wist meteen dat zijn verhaal goed was voor het project en ik wilde het graag delen met de wereld. Dat zo’n kleine gebeurtenis zoveel impact kon hebben op iemands leven: dat is heftig. Na het schrijven van het verhaal kijk ik anders naar anderen, hoe cliché dat ook klinkt. Iedereen strugglet wel met iets, en zolang je iemand niet kent moet je ook niet over die persoon oordelen.”

Er zijn 2 reacties op «Diversiteit 5: ‘De gymles was voor hem een hel’»

  1. Tjalling schreef:

    Wot un ferhaal.
    It rekkent my djip.

    Succes yn dyn carriere.
    Dit ferhaal is top hoe
    bedroevend it ek is TOP

  2. Marjan schreef:

    Goed verhaal, Janne! Mooi zo, vanuit de ik-vorm.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *