Jason Arday werd deze zomer dood aangetroffen door de politie in Londen. Begin augustus legde de socioloog zijn functie als hoogleraar op Cambridge neer, nadat hij was beschuldigd van plagiaat en fouten in zijn academisch werk. Ook zijn levensverhaal zou hij deels hebben verzonnen. Hoewel er in de media geen direct verband wordt gelegd tussen zijn ontslag en zijn dood, is dat verband toch alleszins aannemelijk.
Arday erkende dat hij fouten had gemaakt in zijn vroege werk, maar hij herkende zich niet in de narratieven die over hem de ronde deden. Als reden voor zijn ontslag gaf hij aan dat hij met het oog op zijn eigen welzijn en op dat van zijn familie had besloten om te stoppen, want ‘er komt een punt waarop de persoonlijke tol te hoog wordt.’
Pieken en dalen
Wat me aangrijpt in dit verhaal zijn de hoge pieken en dalen. Eerst werd Jason bejubeld, omdat hij zich ‘als migrantenzoon ondanks zijn sociale achterstand en dyslexie had opgewerkt tot de jongste zwarte hoogleraar ooit aan het prestigieuze Cambridge’ en vervolgens -na de beschuldigingen van plagiaat en de leugens over zijn leven- neergehaald en uitgebreid in de media bekritiseerd. Tegenstanders van woke beweerden dat Arday alleen was aangesteld vanwege zijn huidskleur en niet door zijn wetenschappelijke prestaties.
Veel van de beweringen die Arday deed zijn onjuist gebleken, of op zijn minst twijfelachtig, dus dat er vroegtijdig een einde aan zijn droom kwam, verbaast me niet. Wat me wel bezighoudt is de balans tussen het ene vergrijp (plagiaat en liegen over je leven) en het andere (trial bij media, met de dood tot gevolg). Ook houdt het me bezig hoe zijn ‘achterstand’ expliciet aandacht kreeg bij zijn benoeming. Arday had de diagnoses dyslexie en autisme, zo wordt er vermeld. Hm… dacht ik terwijl ik dat las, hoeveel witte hoogleraren hebben deze zelfde diagnoses zonder dat daar bij hun benoeming uitgebreid aandacht aan wordt besteed?
Publieke discussie
We zijn er inmiddels zo aan gewend om mensen voluit te bejubelen en vervolgens voluit af te breken (denk ook aan Matthijs van Nieuwkerk bijvoorbeeld) dat het menselijk aspect er in al die verhitte debatten niet langer toe lijkt te doen. Hoe publieker we discussiëren over persoonlijke drama’s, hoe complexer dat drama voor de persoon in kwestie wordt. Vereren en verketteren liggen in dit soort verhalen akelig dicht bij elkaar. We moeten van mensen geen goden maken, dan blijven ze zelf ook makkelijker met hun beide voeten op de grond.

Judith van der Stelt is schrijfcoach en dyslexiespecialist bij het Student Support Centrum in Almere