Cor Niks: ‘Een nieuwe start, of verder waar ik gebleven was?’

Het is weer zover: het nieuwe collegejaar staat voor de deur. Voor mij betekent het dit jaar niet alleen een nieuw begin, maar ook een voorzichtig weer oppakken van wat voor de zomer abrupt tot stilstand kwam.

Het nieuwe collegejaar is voor mij daarom een mooi moment om terug te kijken op het afgelopen semester. Een periode waarin ik van dichtbij heb ervaren wat het betekent wanneer het leven en daarmee ook het werk tijdelijk stil komt te staan.

Tegelijkertijd heb ik nagedacht over de ambitie van Windesheim: ‘Dichter bij elkaar’. Een mooie gedachte, waarin mens, organisatie en cultuur met elkaar verbonden zouden moeten zijn.
Windesheim probeert dit steeds opnieuw te vertalen in haar manieren van werken en veranderen.  Zowel voor studenten als voor medewerkers.
Tijdens mijn afwezigheid heb ik mogen ervaren dat dit meer kan zijn dan alleen een mooie kreet.

Herstellen

Toen ik uitviel en mijn werk tijdelijk niet meer kon doen, veranderde er veel. Taken werden overgenomen, mijn eigen ambities kwamen tijdelijk stil te staan en mijn aandacht verschoof naar herstellen.
Er had gemakkelijk een gevoel kunnen ontstaan dat ik steeds verder verwijderd raakte van mijn werk, mijn collega’s, studenten en misschien zelfs van Windesheim als organisatie. Dat gevoel heb ik gelukkig niet ervaren. Integendeel.

Ik werd door mijn (directe) collega’s als het ware omarmd. Er was begrip en ruimte. Taken werden zonder morren overgenomen, kaartjes en attenties werden me toegestuurd of thuis gebracht. Studenten bij wie ik betrokken ben, stuurden kaartjes en vroegen hoe het met me ging. En ook verder binnen de organisatie, waar ik inmiddels veel mensen ken, bleef het contact warm en betrokken. Iets wat mij raakt en iets zegt over de verbondenheid met elkaar.

Als ik spreek over ‘Dichter bij elkaar’, gaat het voor mij dan ook niet alleen over samenwerken, organisatiestructuren of verandertrajecten. Het gaat ook over gezien worden als mens binnen een grote organisatie. Over weten dat ik er nog steeds bij hoor, ook als ik even niet kan doen wat ik gewend ben. Dat geeft warmte, vertrouwen en de mogelijkheid om positief te blijven en me verbonden te voelen met wat ik doe.

Calo

De Calo is daar bijzonder goed in, maar ik heb hetzelfde ook mogen ervaren buiten de Calo. En dat doet me zeer zeker deugd. Misschien is dat wel het meest waardevolle dat ik uit deze periode meeneem: wat we als organisatie proberen uit te dragen, kan er daadwerkelijk zijn in de praktijk.

Natuurlijk ben ik maar één persoon. Een N=1-casus, zoals dat wordt genoemd. Mijn ervaring zal niet voor iedereen hetzelfde zijn. Toch hoop ik dat er binnen Windesheim ruimte is om met elkaar het gesprek te voeren over wat er gebeurt wanneer het even niet meer gaat. Want niemand hoeft het alleen te doen.

Dus voelt deze start van het collegejaar bijzonder. Na het hartinfarct in januari, gevolgd door een intensief revalidatietraject, mag ik mijn werk weer voorzichtig oppakken. Ik begin met twee dagdelen lesgeven en met mijn CMR-werkzaamheden. En daar ben ik vooral heel blij mee.

Oppakken

Misschien is wat mij is overkomen herkenbaar voor anderen. Voor medewerkers, maar ook voor studenten. Een moment waarop het leven, de studie of het werk even een andere richting krijgt en opnieuw oppakken niet vanzelfsprekend is. Ik hoop dat er dan iemand, of liever nog meerdere mensen, dichtbij staan. Mensen die je ruimte geven om te herstellen en helpen om opnieuw op te pakken wat belangrijk is.

Want uiteindelijk gaat ‘Dichter bij elkaar’ voor mij misschien wel precies daarover: er voor elkaar zijn, juist wanneer het even niet vanzelf gaat.

Op naar een nieuw collegejaar. Samen maken we er een mooi Windesheim van!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *