Misschien ken je ‘m wel: the 75 soft challenge. Mijn buurvrouw en ik wagen ons er ook aan, met onze eigen spelregels. Meer vitamines, water, sport en slaap. Minder alcohol en sociale media. Wie faalt betaalt de ander tien euro per gefaald onderdeel. We plakken posters met afvinkbolletjes op onze deuren en gaan vol enthousiasme de 75 dagen in. We zullen andere mensen zijn in de zomer. Ik zie mezelf al op het strand, met een flesje water en buikspieren waar je u tegen zegt.
De eerste week gaat goed. Op zondag doen mijn benen zeer van het wandelen en heb ik het gehele alcoholvrije assortiment van de plaatselijke slijterij ingeslagen. In week twee begin ik moe te worden om half elf: onze afgesproken slaaptijd. Ik voel me net een 40-jarige.
In week drie skip ik twee dagen sport en drink ik een paar wijntjes op een feestje. De volgende ochtend word ik wakker met een hoofd van steen en een maag als een actieve vulkaan. In week vier geef ik op.
Mijn buurvrouw en ik besluiten op vakantie te gaan. “Gaan we daar ook de cha-…” “Nee.” Het antwoord komt sneller uit mijn mond dan sociaal wenselijk is. Stiekem ben ik er helemaal klaar mee, maar ik zwets dat ik na de vakantie doorga. Ik kan (en wil) die faalboete niet betalen. Al mijn geld is inmiddels op aan fruit, alcoholvrije drank en mijn sportabonnement.
Wel blijf ik braaf bolletjes inkleuren. De muren tussen mijn buurvrouw en mij zijn dun en ik merk dat ik op mijn tenen naar de koelkast loop. De wijnfles wordt er geruisloos met twee handen uit getild, als een slapende baby uit de wieg. Ik stuur haar expres geen Instagram-memes meer. Na half elf sluip ik door de kamer met de lichten uit. De televisie gaat op volume 2. Zelfs mijn elektrische tandenborstel gebruik ik niet. Ik word paranoïde als ik haar aan de andere kant van de muur hoor kuchen. En om acht uur ’s ochtends kleur ik braaf mijn bolletjes in en kruip ik terug in bed.
Buurvrouw en ik spreken af om eens bij te praten. “Hoe gaat het met je challenge?” vraagt ze. Ik word rood en bijt op mijn lip. “Gewoon… jij?” Ze zucht. “Ja, ik ben al een paar weken gestopt. Zullen we kappen?” Van opluchting begin ik te lachen. Daar proosten we op, met een fles wijn.