Ariane Niemeijer: ‘Ik stem op een vrouw’

Weet je al wat je gaat stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen? En stem je dan op een man of een vrouw? Mijn strategie: stemmen op een vrouw ongeveer halverwege de lijst, op een net niet verkiesbare plaats. Zo wordt ze hopelijk met mijn hulp de politiek in getild, in navolging van de leus: meer vrouwen in de politiek.

Zo is er ook al jaren een roep om meer vrouwen aan de top van het bedrijfsleven, een veel minder democratisch wezen dan onze overheden en over het algemeen ook niet in alle gevallen open voor vrouwelijk leiderschap.

De verschillen tussen vrouwen onderling en mannen onderling zijn mijns inziens groter dan de verschillen tussen de groep vrouwen en de groep mannen.
Ik blijf dit herhalen tegenover eenieder die ik in algemeenheden hoor spreken over de verschillen tussen man en vrouw. Tot opluchting van veel meiden.

Verbindend

Een van mijn voorgaande leidinggevenden bij Windesheim sprak eens de memorabele woorden: “Jij bent een vrouw, dus jij bent verbindend.” Ik krabde me achter de oren: was dit nou een compliment…?

Bij het vak filosofie riep een mannelijke ArtEZ-klasgenoot en SGP-stemmer eens uit: “Maar man en vrouw zíjn toch gewoon ook biologisch verschillend?!” Eh… tuurlijk…

Als je naar de gemiddelden kijkt, zijn er natuurlijk verschillen tussen man en vrouw. Bij de financiële opleidingen, waar ik Engels geef, is het aantal meiden groeiende, maar zijn de kerels in nog altijd in de meerderheid; bij Pedagogiek, waar ik in het kader van mijn ArtEZ-stage Beeldende kunst geef, zijn de jongens dun gezaaid.

Luxe

Kennelijk hebben jongens en meiden nog steeds overwegend verschillende voorkeuren. En in het rijke Nederland hebben ze de luxe daar ook gevolg aan te geven. In armere landen kiezen vrouwen veelal voor techniek: zij willen gewoon een baan, zo schrijft filosoof Griet Vandermassen.
Als ‘evolutiefeminist’ pleit zij ervoor vrouwen noch mannen te dwingen buiten hun eigen voorkeuren te treden, ook al betekent dit dat bijvoorbeeld de zorg voornamelijk bemand zal blijven door vrouwen – die vaker parttime werken.
Ik kan me eerlijk gezegd niet voorstellen dat deze nieuwe vorm van feminisme het tekort in de zorg gaat oplossen, of gaat helpen de loonkloof te laten verdwijnen…

Op het fietspad merk ik echter op dat meiden minder competitief zijn dan jongens: regelmatig zijn zij het die achter mij blijven plakken. Jongens schromen niet mij voorbij te razen, mét of zonder e-bike. Met mijn lage ijzergehalte (wees gerust, ik slik daar pillen voor) krijg ik mijn ijzeren ros soms niet boven de 5 km per uur, en tóch zijn er meiden die maar niet inhalen. Tot mijn ergernis, want niet alleen is het irritant als iemand in je wiel hangt, maar ook: kom op meiden, neem eens wat initiatief! Als niet je benen, dan toch even die ellebogen trainen, anders kom je er niet!

Onbeschreven blad

In de discussie over Nature en Nurture, of een mens het product is van zijn genen of van zijn opvoeding, leggen feministen vaak de nadruk op Nurture: de verschillen tussen jongens en meisjes ontstaan volgens hen in de opvoeding, maar eigenlijk zijn jongens en meisjes gelijk. Het idee van Nuture begon bij filosoof John Locke, vader van onze modernistische maatschappij, die in 1690 de term tabula rasa muntte: het kind als onbeschreven blad dat door zijn opvoeding wordt gevormd. Met de nadruk op ‘zijn’, vermoed ik, want ik kan me niet voorstellen dat hij in zijn tijd al nadacht over vrouwen (laat staan, overigens, over zich als non-binair identificerenden).

Maar oké, stel, de (biologische) vrouw is inderdaad gemiddeld meer verbindend en de man competitiever. Hebben we niet sowieso méér verbindende mensen nodig aan de top? Of toch in elk geval in de politiek?
Ik weet het zeker: ik stem woensdag op een vrouw.

Foto boven column: Ariane Niemeijer

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *