Nynke Lautenbag: Kattenmoeder


Ik zit op de bank voor me uit te staren. Mijn duimnagel is inmiddels een soort rafelig randje geworden. Ik speel scenario’s af in mijn hoofd. Overal waar ik kijk rent een poesje. Speelt een poesje. Eet een poesje. Klimt een poesje. Slaapt een poesje. Op mijn kussen, of op mijn schoot. Ik veeg mijn duim af aan mijn trui en zucht.

Mijn telefoon licht op. Op mijn ontgrendelscherm kijkt de poes van mijn ouders me verwijtend aan: je mist mij. Er is een bericht van Gerda. Morgen ga ik haar kat ontmoeten en misschien zelfs adopteren. Een oranje kater van twee. Met een lichte paniek open ik haar appje. Ze heeft een foto gestuurd van Teddy. Hij ligt uitgestrekt op de stoel en overal om hem heen oranje haren. Die haren… en ik ben al geen ster in schoonmaken.

De twijfel slaat toe. Gaat dit nu iets te snel? Of voelt dit groot, omdat het groot is? Ik wil al járen een poes. Voor wie mijn columns volgt weet dat het niet kon vanwege mijn huisgenoot. Maar nu ben ik er klaar voor. Toch? Mijn huisgenoot is de deur uit en eerlijk, sinds ik wat vastloop in de liefde kan ik mijn liefde niet meer kwijt. Er is een soort echo in mijn huis en mijn handen voelen leeg. Is dat een goed excuus?

Mijn andere duim is inmiddels ook slachtoff er. Deze kat zou zomaar mijn droomman kunnen ontmoeten. Of in mijn eerste koophuis kunnen plassen. Het babyhoofdje van mijn kind, of nichtje kunnen likken. De taart van mijn veertigste verjaardag kunnen proeven. Ik trek mijn sportkleren aan en pak een handje snoeptomaten. Vanaf nu moet ik ook al mijn eten goed opbergen. Alles afwassen. Deze kat is een investering, en geen fase. Ik moet het zeker weten.

Wind en regen trotseer ik om aan te komen bij mijn eerste boksles, geïnspireerd op deze editie van het magazine. Als ik binnenkom ruik ik zweet. Mijn stresszweet. Tussen de stoten door bespreek ik met een vriendin mogelijke namen. Snoes. Poes? Moes. Nee. We lachen. Niets past bij hem. Alsof ik hem al heb ontmoet. Ik sla nog een paar keer hard tegen de bokszak en bedank de docent.

Nog een nachtje slapen en dan ga ik Teddy ontmoeten. Mijn moeder wil wel mee, appt ze net. Ik produceer een zenuwachtig lachje en laat de foto van Teddy aan mijn vriendin zien. Misschien wordt hij vanaf morgen wel mijn zoon. Of mijn nieuwe bestie. Wie weet.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *