Buikpijn van school

Student Loïs Ridder verloor vier jaar geleden haar vader. Het contact en de begeleiding vanuit haar studie in de periode daarna ervaarde ze als ongelukkig en ‘minimaal’. Daarom doet ze nu onderzoek naar hoe het beter kan.


“Het gebeurde heel plotseling. Mijn vader kreeg een herseninfarct terwijl hij op zakenreis was in Slowakije. Ik was 21, was bezig met mijn vierde jaar van de opleiding Pedagogisch Management, Kind & Educatie en zat middenin mijn jaarstage. Op dat moment was mijn belangrijkste prioriteit om met mijn familie te zijn. Alle randzaken deden er niet meer toe, ook school ging op een laag pitje.”

Na een tijdje pakte ze langzaam de draad weer op. Loïs begon met halve dagen op haar stageadres en na een paar maanden ging ze voor het eerst weer naar Windesheim voor een les. Maar haar terugkeer op de campus was geen fijne ervaring. “Het was voor mijn klasgenoten een beetje gek om mij weer te zien. Iedereen wist wat er was gebeurd, maar niemand sprak er over. De docent kwam binnen en zei op luide toon: ‘wat goed dat je er bent’. Dat was natuurlijk goed bedoeld, maar niet de juiste manier. Alle spotlights waren opeens op mij gericht en ik dacht alleen maar: ‘laat mij met rust’. Ik schoot vol en klapte dicht. Even later moesten we een rollenspel doen en daarvoor werd ik uitgekozen. Dat was echt verschrikkelijk. Ik wilde het liefste stilletjes achterin een hoek van de klas zitten.”

Niet veilig en vertrouwd

Aan het einde van de les kwam de docent naar Loïs toe, terwijl een klasgenoot (tevens een goede vriendin) naast haar zat. “Ze zei iets waaruit bleek dat ze onze twee situaties met elkaar verwarde. Ik stond echt perplex, haalde ze ons nu door elkaar? Ik werd er paniekerig van en schoot weer vol, wat zeg je op zo’n moment? Dat gesprek voelde meteen helemaal niet vertrouwd, het voelde niet als veilig.”

Een les later gebeurde nota bene hetzelfde. “Dat ging om een andere docent, eentje waar ik overigens eveneens heel lang les van had gehad. Zij stapte óók op mijn vriendin af en vroeg hoe het nu met haar ging. Ik werd helemaal verdrietig en dacht: ik moet hier weg! Als het zo moet, ga ik echt niet meer naar school, dacht ik. Ook al zat ik in mijn laatste jaar, het hoefde van mij niet meer.”

Verhaal niet bekend?

Het was moeilijk te begrijpen voor Loïs. “PMKE is een kleinschalige opleiding. Ik liep al bijna vier jaar rond op Windesheim, haalde goede cijfers, kende alle docenten, had met iedereen goed contact. En dan was mijn verhaal binnen de opleiding blijkbaar toch niet goed bekend? Waarom hadden de docenten het daar onderling niet over gehad?”

Loïs rondde haar jaarstage wel gewoon af en op de laatste schooldag ging ze even naar Windesheim om haar gezicht te laten zien. Maar de motivatie om aan haar afstuderen te beginnen was weg. “Het mailcontact met mijn studiebegeleider was in die periode heel oppervlakkig. Ik voelde dat ze niet goed wist hoe ze met mij en de situatie om moest gaan. Ze heeft wel gevraagd of ik een keer met haar wilde zitten, maar daar reageerde ik niet op. Achteraf gezien had ik dat natuurlijk anders moeten doen, maar het was toen al zover dat ik buikpijn kreeg zodra ik aan mijn studie dacht. Als ik in mijn eerste jaar had gezeten, was ik zeker weten afgehaakt.”

Wensen en verwachtingen

Het contact en begeleiding vanuit haar studie had dus anders gemoeten, vindt Loïs. “Binnen het docententeam had mijn verhaal beter bekend moeten zijn, zodat ik niet het gevoel had gekregen dat ze niet wisten wie ik was. En het initiatief voor het eerste contact met mij had vanuit de opleiding moeten komen. Zo van: laten we even fysiek bij elkaar gaan zitten.”

De negatieve ervaringen van Loïs leverden uiteindelijk ook iets positiefs op: een onderwerp voor het afstudeeronderzoek dat ze nog altijd moest doen. In overleg met het Student Support Centrum (SSC) van Windesheim brengt Loïs momenteel in kaart wat de ervaringen, verwachtingen en wensen zijn qua begeleiding van studenten die een dierbare zijn verloren.

Voor haar onderzoek zette Loïs binnen Windesheim een enquête uit gericht op studenten. Ook sprak ze met studiebegeleiders en decanen. “Wat verwacht de student van zijn of haar opleiding nadat een dierbare is overleden? Wat denken studiebegeleiders dat studenten verwachten? Weet de begeleider duidelijk wat zijn rol is op zo’n moment? Die dingen ga ik naast elkaar leggen. De resultaten plus een advies wil ik binnenkort voorleggen aan het Student Support Centrum.”

Loïs is blij dat ze op deze manier haar studie, eindelijk, kan afronden. “Ik hoop heel erg dat, mede dankzij mijn onderzoek, studenten die hetzelfde als ik hebben doorgemaakt in de toekomst beter geholpen kunnen worden.”


‘Weinig handvatten voor studiebegeleider’

Decaan Mascha Holtrup van het Student Support Centrum (SSC) begeleidt Loïs Ridder bij haar afstudeeronderzoek. Ze zou graag willen dat er meer aandacht voor rouwverwerking komt op Windesheim. “Eigenlijk hebben we voor deze gevallen weinig handvatten. Het is inderdaad vaak zo dat de student die een dierbare is verloren na een tijdje weer op school komt en dat de docent dan denkt: hoe ga ik hier mee om?” Ergens weggestopt op Sharenet staat een rouwprotocol, maar daar staan vooral formaliteiten in. Stuur een bloemetje of een kaartje, de vlag moet halfstok, er moet een bericht op Sharenet komen, et cetera. Kortom; het zakelijke gedeelte. Maar verder… Over het algemeen vinden we deze situaties vet ongemakkelijk.”

Een eerste stap, wat Holtrup betreft, zou zijn dat dat protocol wordt aangepast en meer empathisch wordt. “Daarin kan bijvoorbeeld ook worden beschreven wat je wel zegt, wat je niet zegt en wat je als studiebegeleider kunt doen en hoe je het beste met de situatie om kunt gaan. Er zou een goede informatiepagina moeten zijn voor docenten of sb’ers die zich handelingsverlegen voelen. Dat een docent of sb’er kan zeggen: Oké, ik vind het eigenlijk best spannend, maar nu weet ik in ieder geval wat ik moet doen op het moment dat een student de klas weer inkomt.”

Studiebegeleiders worden niet standaard geschoold in hoe ze om moeten gaan met studenten die te maken krijgen met verlies. Holtrup: “Het zou mooi zijn als iedere docent iets meekrijgt over verlies en rouwverwerking. En niet alleen als iemand een dierbare verliest, het kan ook gaan om een scheiding van ouders van een student.”


tekst: Wouter van Emst
foto’s: Herman Engbers

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *