‘Moeten we de scriptie afschaffen?’

Windesheimdocenten vragen zich af of de hbo-eindscriptie in zijn huidige vorm kan blijven bestaan: “Is een scriptie van 80 pagina’s nog wel iets van deze tijd?”

De discussie kwam op gang na een column in WIN van docent Judith van der Stelt: ‘Wie kan er nog een scriptie schrijven?’ Daarin beschrijft ze de tendens dat studenten niet alleen steeds meer moeite hebben met foutloos schrijven, maar ook steeds meer moeite om überhaupt een goed stuk te schrijven.

Van der Stelt, schrijfcoach en dyslexiespecialist bij het Studiesuccescentrum Almere, concludeerde dat het hbo moet kiezen: “Ofwel studenten moeten veel meer Nederlandse les krijgen, ofwel de scriptie als eindwerkstuk wordt afgeschaft. En daarvoor in de plaats zou dan bijvoorbeeld een profielwerkstuk kunnen komen, dat studenten zelf vormgeven binnen bepaalde kaders.”

Haar column kreeg meer dan honderd reacties op de site en de sociale media van WIN. Vooral van docenten, maar ook van studenten.

Begrijpend lezen

Docent Rutger Las vraagt zich in zijn reactie af waarom de scriptie voor studenten blijkbaar ‘opeens’ opdoemt aan het einde van hun opleiding: “Wordt er tijdens de drie voorgaande jaren wel voldoende aandacht besteed aan onderzoeksvaardigheden, taalgebruik en verslaglegging?

Er is een verband tussen gebrekkige taalvaardigheid en het vermogen te begrijpen, reageert docent Jurriaan Louman: “Niet alleen schrijfvaardigheid maar ook leesvaardigheid is een probleem. Studenten hebben moeite met begrijpend lezen. Ze lezen teksten alleen globaal, missen signaalwoorden en kunnen er vervolgens geen chocola van maken. Bij taalvaardigheid op hbo-niveau moet er net zo goed een beroep gedaan worden op de redeneervaardigheid, kunnen structureren, hoofd en bijzaken kunnen scheiden.”

Volgens docent Paulien van der Helm is een deel van het probleem te wijten aan de vele groepsopdrachten op Windesheim, waarbij studenten de taken verdelen. “Zwakke schrijvers laten het schrijven natuurlijk graag over aan anderen die daar beter in zijn. Vaak lezen ze niet eens hun eigen eindproduct. Hoe zorgen we ervoor dat juist zij die dit het hardst nodig hebben meer schrijfervaring opdoen?”

Rommelige studiehandleidingen

Docent Marjolein Rietveld vraagt zich in haar reactie af of docenten zelf wel goede feedback op het taalgebruik kunnen of willen geven. “Sommigen geven helemaal geen feedback in de reflectie- en onderzoeksverslagen, omdat ze hun taak volledig vakgericht opvatten. Of hun eigen taalbeheersing is een punt van zorg. Kijk naar de soms rommelige studiehandleidingen, onduidelijke mails of ingevulde beoordelingsformulieren met taalfouten.”

Ook docent John ter Horst steekt de hand in eigen boezem. “We zijn de afgelopen vijf jaar doorgeslagen in de hogeschool veranderen in een coaching instituut en we plukken daar nu de wrange vruchten van. Er staan generalisten voor de klas die van alles een beetje kunnen. Maar studenten moeten juist van vakdocenten leren argumenteren vanuit de vakdiscipline. Nu treffen ze alleen coaches en begeleiders. Als studenten vervolgens de lesstof en de opdrachten niet begrijpen, zouden we ook de gebrekkige kennis van de coaches ter discussie moeten stellen.”

Zijn de volgepropte studieprogramma’s een oorzaak van het probleem, vraagt docent Jasper Grimmius zich af. “Ik zie studenten verzuipen in schrijfopdrachten. Ze rennen van deadline naar deadline voor vak A, vak B, vak C. Over het geheel is er geen rust en ruimte en dan wordt het lees- en schrijfwerk een haastklus. Als we willen dat studenten goed leren lezen en schrijven, laten we ze dan niet een propvol programma aanbieden met tegelijkertijd portfolio’s, essays, verslagen, reflecties, plannen van aanpak, etc.”

Werkgevers

Docent Lieke Zwanenburg vindt dat de hbo-scriptie moet blijven zoals hij is: “De student laat er mee zien dat hij op een bepaald niveau kan denken, redeneren en onderzoekend vermogen heeft. Dat heeft direct te maken met een goede taalbeheersing. Werkgevers hebben ook een verwachting bij een hbo-niveau.”

Student Mathijs van der Elburg vindt ook dat de scriptie niet moet veranderen: “Een scriptie, hoe vervelend dat dan ook is, is een ontwikkeling die je als student moet ondergaan. Leren goed te redeneren, het complete plaatje inzien. Ik denk dat het simpelweg een must is om de taalvaardigheden zelf te leren begrijpen.”

Student Sophie Jansen noemt het een raar idee dat je het niveau van de opleiding en de eindopdracht zou gaan aanpassen omdat het niveau van de studenten slechter wordt. “Moet je het studenten makkelijker maken om te slagen en je norm daarom aanpassen?” Je helpt studenten niet als je taalfouten niet corrigeert, want daar worden ze bij een sollicitatie ook op beoordeeld, denkt Sophie.

Meester

“De meester mag niet dalen, de scholier moet klimmen”, zegt docent Sander Janssens. “Studenten communiceren meestal via whatsapp in korte zinnen. Maar het actief bezig gaan met taal, zelf je gedachten formuleren, een logische redenering opzetten en goed communiceren, wordt dan een stuk minder ontwikkeld. Juist het onderwijs moet mogelijkheid blijven bieden om ook Nederlands op goed niveau te kunnen leren.”

Student Els Klaui vraagt zich af of studenten voldoende beseffen dat ze met taalproblemen terecht kunnen bij bijvoorbeeld het TaalporTaal of de workshops van het Mediacentrum. “Zelf ben ik vanuit het mbo ingestroomd en heb ik de vele schrijfopdrachten als een pittige uitdaging ervaren. Ik wist niet hoe ik mijn onderzoek moest kaderen, mijn werk moest structureren of doelgericht schrijven. Een cursus of workshops zouden voor mij heel waardevol zijn geweest. Wat tijdsinvestering betreft zouden die in het niet vallen bij de vertragingen die ik heb opgelopen. En de weerzin die ik nu heb opgebouwd tegen het schrijven van een scriptie was er dan misschien nooit geweest.”

Alternatieve eindproducten

Wat vindt Judith van der Stelt van alle reacties op haar column? “Het doet me goed te horen dat niet alleen ikzelf, maar ook een flink aantal collega’s en studenten, zich afvragen of een scriptie van 80 pagina’s nog wel iets van deze tijd is.”
Naar aanleiding van de reacties trekt Van der Stelt de volgende conclusies: “Ten eerste: Laten we in ieder geval gaan nadenken over alternatieve eindproducten. Laten we kijken naar het sóórt teksten dat nodig is in een vakgebied. En die kennis verwerken in de goed- of afkeuring van een alternatief eindproduct.”
Ze concludeert ook dat het aantal schrijfproducten per jaar moet verminderen, omdat studenten er nu te veel krijgen. “En laten we zorgen dat de schrijfproducten die wél blijven staan meer aandacht krijgen. Dat wil zeggen een heldere opdrachtomschrijving, passende lessen door een schrijfdocent en gerichte feedback.”
Het plezier in het schrijven moet volgens van der Stelt ook terugkeren. “Dat kunnen we doen door de leerbaarheid weer centraal te stellen, juist omdat studenten goed schrijven als iets moeilijks ervaren.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *