Postmodern Onderwijs

Nog niet eens zo heel erg lang geleden geloofden de mensen in grote verhalen. De een geloofde in de bijbel, de ander in het communisme, nog een ander in de rede. Er waren de kerk, de politieke partij en de vakbeweging. Vrijwel iedereen was lid van een club waar een groots verhaal het leven ritme en zin gaf.

Daarnaast geloofden we ook nog allemaal in een gemeenschappelijk verhaal, onze nationale geschiedenis, onze gemeenschappelijke taal en een gemeenschappelijk burgerschap. Een beetje simpele voorstelling van zaken, ik geef het toe, maar laten we vaststellen dat het moeilijk was om je aan deze grote en kleine zingevers te onttrekken. Dat had aangename kanten doordat deze verhalen samenhang, ritme, structuur en zin aan het leven gaven, maar vaak kon je er ook moeilijk aan onttrekken. Dan werden het dwingende dwangbuisconstructies.

Ergens rondom de jaren zestig vervormden de grootste van deze verhalen langzaam tot ‘constructies’ en ‘mythes’. Helemaal na de val van de muur leven we in een tijdperk waar de ‘grote’ verhalen naar de achtergrond zijn verdwenen. De postmoderne tijd. Met als belangrijkste verdienste: je kan en mag je eigen verhaal maken.

 

Dus knutsel je tegenwoordig je eigen verhaal in elkaar: we mengen de heilige maagd Maria met Boeddha, zijn vrijzinnig als het gaat om euthanasie en conservatief als het gaat om immigratie (of andersom). Onze nationale geschiedenis is vooral een verhaal van schaamte geworden: slavernij, NSB, wegkijken, kolonisatie etc. Trouwens, ‘nationale geschiedenis’ bestaat niet… een negentiende-eeuws constructie!

Toen in Nederland de leerplicht ingesteld werd vormde dat een belangrijke motor achter het gezamenlijke verhaal, want wat leerde je op school? De nationale geschiedenis, de eenheidstaal en natuurlijk nog rekenen. Alle Nederlanders konden nu met elkaar communiceren en kregen een nationale identiteit aangemeten. Ze hadden iets gemeen. Dat ‘iets’ werd nog versterkt door de dienstplicht, waarbij alle jongens rijk, arm, Groningers en Limburgers door elkaar werden gemengd om te dienen voor het ‘vaderland’.

 

Voorbij die tijd. Fijn natuurlijk, individuele vrijheid! Maar het geheel der delen lijkt nu meer dan de som te worden. Mensen trekken zicht steeds meer terug in veilige etnische of sociaaleconomische bubbels. Waar enkele tientallen jaren geleden iedereen hetzelfde televisiejournaal keek, twittert en facebookt nu iedereen zijn eigen ‘nieuwsverhaal’ bij elkaar. Want wat bindt ons dan nog wél? Als ergens nog ruimte is voor die gezamenlijke ervaring die ons kan verbinden dan is dat in het hoger onderwijs. Gezamenlijk, in je klas, waar je samen met klasgenoten uit alle lagen van de bevolking (ook dit is steeds minder een realiteit trouwens), met diverse achtergronden met de uitdaging wordt geconfronteerd om je toekomst vorm te geven. Het is het laatste bastion van burgerschapsvorming in Nederland.

 

Beleidsmakers proberen nu ook deze laatste gezamenlijke ervaring weg te poetsen. Het ‘verhaal’ van een curriculum moet ook op de helling. Je knutselt binnenkort je eigen studie in elkaar. Cursusje hier, lesje daar. In je eigen tempo. Allemaal zonder je met enige diepgang tot je cursusgenoten te hoeven verhouden. Korte, vluchtige en rationele contacten. Kennis is in deze wereld irrelevant geworden. Over tien jaar zit immers iedereen met een latte en een Apple-laptop in de Starbucks te ZZP-en…

 

D.A.T.A.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.