Bobsleetalent met ‘sneeuwhaat’

Geniet je van de Olympische Winterspelen? Grote kans dat student Karlien Sleper er over vier jaar bij is: ze is namelijk een veelbelovend talent in één van de twee vrouwelijke bobsleeteams uit Nederland.

15 februari 2014

Had je een half jaar geleden tegen Karlien (links op de foto) gezegd dat ze in 2014 onderdeel zou zijn van een veelbelovend bobsleeteam, dan had ze je waarschijnlijk uitgelachen. “Ik deed al jarenlang aan atletiek,” vertelt de studente psychomotorische therapie en bewegingsagogie. “Ik ben zelfs een keer tweede geworden op het NK met speerwerpen. Maar mijn manier van lopen werd altijd gecorrigeerd door de trainers, ik had niet helemaal de juiste techniek voor atletiek. Totdat iemand zei dat ik wel eens de perfecte techniek voor bobsleeën kon hebben.”

Toen was er een oproep op Facebook, waar Team NL op zoek was naar een nieuwe remster. In de bob zit de remster achteraan: ze helpt aandrukken en vaart maken, en trekt aan het eind van de rit keihard aan de remmen. “Eind augustus deed ik een proeftraining, in september ging ik mee op trainingskamp en daar zei de coach ‘je gaat mee op seizoen’. Er werd niet eens gevraagd of ik wel wilde!”

Karliens moeder reageerde verbaasd toen ze vertelde wat haar nieuwe sportieve carrière bleek te zijn. “Dat komt omdat ik sneeuw oprecht haat. Laat ik het zo zeggen: sneeuw is prima, zolang ik lekker warm binnen kan zitten. Inmiddels gaan sneeuw en ik wat beter met elkaar overweg.”

Crashen

Karlien maakt deel uit van één van de twee Nederlandse dames bobsleeteams. Het eerste team doet momenteel mee aan de spelen, Karlien zit in team 2. Ter informatie: het bobsleeteam bestaat uit drie dames: één pilote en twee remsters. De twee remsters wisselen elkaar af, aangezien ze in een tweemansbob sleeën. “Tijdens de race krijg je als remster zoveel g-krachten te verduren, dat je wel moet afwisselen. Dan heb ik het nog niet eens over het aanduwen van de bob, die minimaal 170 kilo weegt.”

Als je de sport wel eens op tv hebt gezien, dan weet je dat het niet zonder gevaar is. “De andere sporters zeiden tegen mij ‘je bent pas een bobsleeër als je bent gecrasht’. Iemand vertelde me dat een crash net zo voelt wanneer je dubbelgevouwen in een kliko zit en zo de trap af gaat. Inmiddels kan ik uit eigen ervaring vertellen dat het best meevalt.” De eerste keer dat ze crashte, lag de bob vier bochten lang op zijn zij, totdat deze ineens weer omhoog kwam. De pilote, Marije van Huigenbosch, vroeg na de race meteen of er niets aan de hand was. “Ik sloeg haar op de helm en riep ‘nu ben ik echt een bobsleeër!’”

Een bobslee gaat gemiddeld met 120 kilometer per uur over de baan. Die helm is daarom geen overbodige luxe. “De remster steekt boven de bob uit en als je crasht, dan zit je met je schouder tegen de baan. Dat wissel je dan af met je hoofd, om te voorkomen dat je geen brandplekken oploopt,” vertelt Karlien laconiek.

Topsporter

De studente is nog maar net terug van drie intensieve maanden die bol stonden van trainen en wedstrijden, waaronder Europacup wedstrijden en de wereld junior kampioenschappen. Nederland heeft geen eigen bobsleebaan, dus om te trainen moesten de dames naar Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. De eerste wedstrijd die Karlien deed, was in het Duitse Altenberg. “Daar behaalden we gelijk een podiumplek,” vertelt ze trots. “Dat was ook gelijk de enige keer dat we op het podium stonden, haha! Het was wel boven verwachting.”

Ook een klein detail: Karlien heeft nu de status ’topsporter’ gekregen, aangewezen door het NOC-NSF. Nog geen A-status, maar als ‘belofte’. Daardoor is het voor haar een stuk makkelijker om te studeren. “Ik mag mijn stage in een andere periode doen en ik heb de mogelijkheid mijn tentamens te verzetten. Ook leuk is dat ik nu in aanmerking kom voor de Topsportbeurs van Windesheim.”

Olympische Spelen

Dat geld wordt onder andere besteed aan haar trainingen, die ze vijf of zes keer per week ’s avonds doet. “Er komen veel mensen uit de atletiek bij het bobsleeën terecht omdat de trainingsopbouw vrijwel hetzelfde is. Alleen train ik nu hard in de zomer om in de winter klaar te zijn, in plaats van andersom.” Echt trainen met een bobslee is er niet bij: alleen de start kan geoefend worden, wat ze doet op een achteraf-industrieterrein in Harderwijk.

Doel van het bobsleeteam is om over vier jaar mee te doen met de Olympische Spelen, die in 2018 in Zuid-Korea worden gehouden. Dat hangt nog wel af van de teams die in Sotsji voor de gouden plak gaan. “Als zij niet goed genoeg presteren, is er een kans dat het NOC-NSF minder geld steekt in bobsleeën. Dus duimen dat het wel goed gaat!”

Voor haar staat er tijdens de spelen nog meer op het spel: haar vriendje doet dit jaar namelijk wél mee. Hij is de piloot van de Franse viermansbob. “Hij liet me via Skype het Olympisch Dorp zien, waar alle sporters verblijven. Misschien sta ik daar over vier jaar zelf wel, als remster of als piloot. Wie zal het zeggen?”

Tekst: Annika Haverkort
Fotocredit: eigen foto

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *