Overdekte rookplekken: ‘Aanspreken van rokers blijft cruciaal’

Rokers op de Zwolse campus kunnen voortaan bij slecht weer op een overdekte rookplek gaan staan. Tegelijk komt er meer toezicht om te zorgen dat er verder niet op het buitenterrein wordt gerookt.


De bestaande rooklocaties aan de randen van het campusterrein zijn deze maand aangepast en verplaatst. Sinds 2020, toen het landelijke rookverbod inging voor alle buitenterreinen van onderwijsinstellingen, waren er vier rookzones op de openbare stoepen naast het campusterrein.

Maar veel rokers en vapers houden zich niet aan het rookverbod. Ze blijven vaak bij de ingangen van de gebouwen hangen, staan met hun sigaret soms pal naast een verbodsbord, tot ergernis van voetgangers en fietsers die daar naar binnen gaan.

De weggegooide peuken zijn overal terug te vinden: op de stoepen, in de bloemperken
en zelfs in de vijvers van de campus. “Eigenlijk hebben we – vooral aan het begin van elk studiejaar – steeds opnieuw hoog oplaaiende discussies en ergernissen over het rookbeleid. Enerzijds van niet-rokers die zich ergeren aan de overlast en het negeren van de regels. Anderzijds van rokers die – vooral bij slecht weer – weigeren om naar de rookplekken te lopen”, vertellen Dirk Pieter Halbesma, manager van de afdeling Vastgoed & Facillitair, en facilitair adviseur Mark van Vilsteren.

Rookgordijnen

Die ‘discussies’ blijken heel veel kanten op te gaan, in soms niet mis te verstane bewoordingen. Zoals over ‘rookgordijnen’ en ‘peukentapijten’ onder de luifels en over ‘groepjes’ die ‘hangen’ en de ‘weg versperren’ op de stoepen en fietspaden. Soms begint de discussie vriendelijk, over elkaar aanspreken, bewustwording en ‘het gesprek aangaan’ in de klas. Maar vaak eindigt het met een roep om ‘meer toezicht houden’, een ‘rookpolitie’ en ‘strenge sancties’ voor rokers die steeds over de schreef gaan.

De rokers ventileren in die discussies over hun frustraties, over hoe ‘onmenselijk’ het is om ’s winters buiten op straat ‘in een stortbui’ te moeten staan voor één sigaretje, of hoe ze worden ‘uitgescholden’ door niet-rokers.

Halbesma: “Het werd tijd om meer grip te krijgen op alle gevolgen en facetten van het beleid. Daarom hebben vorig jaar het Projectteam Verbeteractie Rookbeleid in het leven geroepen, een werkgroep waarin we veel verschillende mensen bij elkaar gezocht hebben, vanuit de betrokken diensten van huisvesting en support, rokers en niet-rokers.”

Halbesma: “Ongeveer 1500 studenten en medewerkers op de campus roken. Voor veel van hen is het een verslaving. Met een respectvolle benadering van het rookvrij campusbeleid erkennen we die realiteit. We wilden rokers actief te betrekken bij het ontwerp van de rookplekken en bij de communicatie. Zo praten we niet over anti-rookmaatregelen, maar over een gezamenlijke inspanning voor een gezondere, schonere en prettigere leer- en werkomgeving voor iedereen. Het vertrekpunt blijft: roken mag, maar alleen op de daarvoor bestemde rookplekken.”

Abri’s

De uitkomst was dat de bestaande rookplekken verbeterd moesten worden. De rokers willen graag dicht bij de gebouwen en overdekt staan, zodat ze ook bij slecht weer droog een sigaret kunnen roken.

De keuze viel op een overdekking via abri’s, een soort bushokjes met plek voor 8 tot 10 personen. In plaats van de asbaktegels en de smalle peukenpalen zijn op de nieuwe rookplekken grotere sigarettenpalen geplaatst, waardoor er minder peuken op de grond terecht komen.

Abri’s op de stoepen van de gemeente bleken niet mogelijk. Halbesma: “We hebben op drie nieuwe rookplekken aan de rand van de campus abri’s geplaatst. We hebben geprobeerd die zo te situeren dat niet-rokers minder hinder ervaren wanneer zij langs een rookplek gaan.”

Alleen de rookplek achter het sportgebouw bij de uitrit van het parkeerterrein, bleef op dezelfde locatie en is nu voorzien van een abri. De rookplek op de stoep tegenover de hoofdingang is verplaatst naar een plantsoen naast het hoofdgebouw. Deze is ook voorzien van een abri. De rookplek achter D, naast het fietspad bij het bruggetje, is nu verplaatst naar een plantsoen naast gebouw D en voorzien van een abri.

Meest opvallend is het nieuwe alternatief voor de oude rookplek achter gebouw X. Die zat langs het fietspad naar de fietsenstalling in de parkeergarage. Deze is nu verplaatst naar binnen de parkeergarage, achter het gaashekwerk bij de ingang voor de auto’s. Het is een met witte lijnen afgebakende rookplek naast de geparkeerde auto’s en de fietsenstalling.

Op de rand

Windesheim worstelt, net zoals veel andere grote campus-universiteiten en -hogescholen, met de interpretatie van het verbod op het gehele terrein. Ze willen de rookplekken liefst zo dicht mogelijk op de rand van het terrein aanleggen. Dat is eenvoudig mogelijk als er direct langs het campusterrein een openbare weg loopt, zoals bij het hoofdgebouw. Maar dat kan niet altijd. Aan de achterzijde van gebouw D en X ligt de openbare weg op grotere afstand, waardoor Windesheim nu kiest voor twee locaties binnen de rand van het terrein.

Halbesma: “Ons belangrijkste doel is de rokers op de rookplekken te krijgen zodat anderen er minder last van hebben. We moeten dan wel kunnen verwijzen naar goed gefaciliteerde plekken. Bij de ingang van de garage kun je zelfs bij slecht weer beschut staan. Tegelijk gaan we er dan ook beter op toezien dat de rokers echt alleen naar die aangewezen plekken gaan en dus niet meer op andere plekken buiten roken. En ook dat ze altijd netjes hun peuken in de asbak doen.”

Doorgewinterde rokers doen vaak net of hun neus bloedt als iemand hen aanspreekt dat ze niet voor de hoofdingang mogen roken: ‘O, dat wist ik echt niet!’, maar een uurtje later zie je hen weer op precies dezelfde plek staan roken. Dat werkt demotiverend voor degenen die hen aanspreken.

Toch is het blijvend aanspreken van rokers volgens Halbesma cruciaal. “Liefst zien we dat rokers zelf elkaar het goede voorbeeld geven, maar het is ook belangrijk dat andere collega’s of medestudenten hen willen aanspreken. Veel huismeesters gaan ook vaak de discussie aan met rokers. Maar toezicht houden is niet alleen hún taak.”

Beveiliger

Om meer toezicht te krijgen op het naleven van de regels is Windesheim een samenwerking aangegaan met studenten van de mbo-opleiding Beveiliger van het Deltion College, deze komen stagelopen op Windesheim. Een van hun taken is rokers binnen en buiten aanspreken over de rookregels en hen verwijzen naar de aangewezen plekken.

Daarnaast is de communicatie over het rookbeleid onder de loep genomen. Er zijn afgelopen maand overal borden op het campusterrein geplaatst met de verhelderende tekst ‘Sta je buiten bij een gebouw? Dan ben je nog steeds binnen de campus.’ Via interne media wordt aandacht gevraagd voor het rookbeleid en de nieuwe plattegrond met de aangewezen rookplekken. Tijdens Stoptober, in oktober, wordt extra aandacht besteed aan ondersteuning voor rokers die willen stoppen.

“Speciaal voor de overlast van weggegooide peuken zijn we een nieuwe samenwerking aangegaan met Peukenzee, een bedrijfje dat door studenten is opgericht om de overvloed van peuken op straat uit de wereld te helpen”, aldus Van Vilsteren. “Ze zullen elke twee weken op het campusterrein langskomen en peuken inzamelen voor recycling, rokers aanspreken en zak-asbakjes uitdelen.”

Paraplu

Wat vinden rokers van de nieuwe maatregelen? Maria Garcia Alvarez, docent bij Global Project and Change Management, zat in de werkgroep om vanuit de opleidingen mee te denken. Zelf rookt ze ook af en toe. “Ik hoor veel positieve geluiden van rokers, als roker en ik zelf ook blij met de abri’s. Het is fijn dat je bij regen niet meer onder je paraplu op de rookplek hoeft te staan. En het is ook goed dat rokers nu niet langer slecht weer als excuus kunnen aanvoeren om toch stiekem bij de ingangen te blijven hangen.”

Zelf ergert ze zich ook aan rokers die hun peuken op de grond gooien. “Ik spreek studenten er wel eens over aan. De studenten die me kennen van de opleiding luisteren daar wel naar, maar als ze me niet kennen krijg ik meestal een fronsende blik terug. Van de andere kant besef ik als roker goed hoe het voelt als mensen je soms bijna als een crimineel beschouwen omdat je rookt. Dat stigmatiseren is vooral niet leuk als je op zo’n rookplek staat waar iedereen voorbij komt. Soms roepen of mompelen ze iets onaardigs.”

Grenzen opzoeken

Naar elkaar luisteren en aanspreken op een constructieve manier en vooral respect tonen in de communicatie vindt de gpcm-docent belangrijk. “Natuurlijk zitten studenten nog net in die leeftijd waarop ze grenzen willen opzoeken. Maar wie weet lukt het de nieuwe surveillanten van het Deltion College wat beter om met studenten in gesprek te gaan, want die zijn van dezelfde leeftijd.”

Garcia Alvarez: “In de werkgroep werd gevraagd of Windesheim misschien geldboetes kan uitdelen aan ‘veelplegers’. Maar dat kan niet. Nu is de enig mogelijke sanctie een officiële waarschuwing van je opleidings- of afdelingsmanager. Maar die kunnen er alleen bij echt wangedrag een zaak van maken.”

Ze is blij dat de werkgroep met veel verschillende mensen heeft gekeken naar alle praktische omstandigheden die het voor mensen makkelijker of moeilijker maken om zich aan de rookafspraken te houden. “Je kunt nooit iedereen tevreden maken, maar dit lijkt een verbetering voor de meesten.”


‘We zijn geen rookpolitie’

Windesheim moet als onderwijsinstelling toezicht houden op het rookbeleid, maar in de praktijk blijkt dat niet eenvoudig. Stagiairs van de mbo-opleiding Beveiliger gaan daar nu bij helpen.

Huismeester Richard van der Vegte is een van de begeleiders van de studenten van
Deltion die op de Zwolse campus gaan stagelopen. Hij is een van de twee huismeesters die zijn opgeleid als beveiliger. “Mensen denken vaak onterecht dat de huismeesters verantwoordelijk zijn voor het handhaven van het rookbeleid. Ze verwachten dat de huismeesters als een soort ‘rookpolitie’ rond gaan lopen en rokers in de kraag grijpen
die op de verkeerde plek staan.”

Van der Vegte: “Maar dat is niet onze taak. Huismeesters zijn een aanspreekpunt voor studenten en medewerkers rond allerlei zaken. Je hebt een heel sociale rol, daarbij hoort wel een discussie maar geen sfeertje alsof je mensen controleert. Je wilt geen negatief stempel krijgen. Sommige huismeesters roken zelf.”

Omdat huismeesters vaak buiten komen, kennen ze de stiekeme rokers vaak persoonlijk. “Dan moet je steeds dezelfde discussie aangaan. Soms wordt de sfeer dan onprettig. In de oude situatie was het voor ons vooral ongemakkelijk om rokers tijdens een regenbui naar de overkant van de straat te sturen. Dan was je al blij als de rokers wat verder van de ingang onder de luifel gingen staan. Naar die overdekte rookplekken kun je ze nu makkelijker verwijzen.”

Hij benadrukt dat niet alleen de rokende studenten ongehoorzaam kunnen zijn. “Ook docenten en medewerkers weigeren soms resoluut om naar de rookplek te lopen. Huismeesters en beveiligers kunnen daar formeel niets tegen doen behalve mensen aanspreken. We mogen hen niet van het terrein verwijderen of zo.”

Alleen bij ernstig wangedrag mag een beveiliger meer doen. Dan wordt de leidinggevende of opleidingsmanager erbij betrokken. “Maar het is naar mijn weten tot nu toe nog niet voorgekomen dat er aan een roker sancties werden opgelegd. Wat precies de ‘misdraging’ was, ontaardt in zo’n geval snel in het verhaal van de een tegen de ander.”

De eerste groep Deltion studenten begint waarschijnlijk in oktober met de stage, ze komen van de opleidingen Beveiliger 2 en Beveiliger 3. Ze mogen als bevoegd beveiliger taken uitvoeren.

Van der Vegte: “De studenten zullen in uniform rondlopen door de gebouwen en op het buitenterrein. Een van hun taken is helpen bij het toezicht op het rookbeleid, maar ze gaan ons ook bij andere dingen helpen.”


tekst: Ernest Mettes
foto’s: Jasper van Overbeek

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *