‘Windesheim was voor mij één grote leerschool’

Windesheim bestaat dit jaar veertig jaar. En al net zo lang is Francien Lange aan de hogeschool verbonden. Ooit begonnen als secretaresse van het College van Bestuur, nu docent en voorzitter van de CMR.

Veertig jaar op dezelfde plek gebleven…

‘Eigenlijk bijna 44 jaar. Ik ben mijn carrière begonnen bij de sociale akademie De IJsselpoort in Kampen. Die is in 1986, met twaalf andere hbo-opleidingen, opgegaan in de ‘Christelijke Hogeschool voor Beroepsonderwijs’; de eerste naam van de hogeschool. Pas later werd dat Windesheim – nadat er een prijsvraag was uitgeschreven voor een naam voor de nieuwe fusie-instelling. Met de komst van de nieuwe organisatie kwamen er ook nieuwe banen. Ik solliciteerde naar de functie van secretaresse van het College van Bestuur en werd aangenomen. En zo schoof ik door van secretaresse van de directie in Kampen naar het nieuwe CvB van de CHBO.

De keuze viel op de naam van een allang verdwenen middeleeuws klooster….

‘Ja, het klooster van de ooit beroemde beweging de Moderne Devotie van de Broeders van het Gemene Leven waarvan Geert Grote deel uitmaakte. De beweging stond voor goed doen vanuit het christelijk geloof aan de armen, het geven van onderricht en onderwijs en leefden sober; De Moderne Devotie, in die tijd een internationale beweging. De keuze voor die naam onderstreepte waar de hogeschool voor wilde staan vanuit de christelijke signatuur. Er kwam binnen Windesheim een ‘Geert Grote Instituut’ dat het gedachtegoed binnen Windesheim moest invulling moest geven. De naam “Windesheim” was internationaal wel enigszins bekend, dachten we.’

Rond 2000 tot 2010 waren er vergevorderde plannen om de hogeschool te fuseren met de christelijke Vrije Universiteit, in Amsterdam.

‘Dat klopt. De VU had in de jaren ’70 een rol gespeeld de oprichting van een aantal academies, eerst in Kampen en later kwamen er in Zwolle nog een aantal. Bij mijn weten vanuit de Theologische Academie (later universiteit) die in Kampen zat. Ook toen was het idee ‘het volk te verheffen’. Je moet dan denken aan de Academie voor de Journalistiek, de Sociale Akademie waar ik werkte, Beeldende Kunsten. Vervolgens werden academies in heel Nederland gesommeerd te fuseren tot grotere organisaties en dat was de opmaat naar wat we nu kennen als hogescholen. Ook daarin had de VU een rol. Dus niet gek dat we rond 2000, toen het leek dat universiteiten en hogescholen met elkaar zouden kunnen fuseren, eerst naar de VU keken. En we zijn ook gefuseerd en zijn van een stichting een vereniging geworden – de Vereniging VU-Windesheim.’

En jij maakte weer een overstap.

De VU had de traditie dat de kennis die op de universiteit ‘ontstaat’, wordt gedeeld met het volk in het land. Vanuit VUConnected werden in het hele land lezingen, bijeenkomsten georganiseerd en nu dus ook vanuit Windesheim. Na zestien jaar marketingen communicatieadviseur werd ik in 2006 programmamaker van gespreksprogramma vanuit VUConnected, op de locatie Windesheim. Maar de fusie hield geen stand en toen was de vraag, wat nu met VUConnected. Toen zijn het Geert Grote Instituut en de Windesheim-tak van VUConnected in elkaar geschoven tot ‘Windesheim in Dialoog’, met als voornaamste taak de inhoudelijk maar ook ethische kennis van binnen de hogeschool naar buiten te brengen. Zo hadden we het programma ‘Peper en Zout’, waarbij we om de maand bijeenkomsten organiseerden in Zwolle, met lokale organisaties en de Windesheim-lectoren, over actuele onderwerpen. Echt een soort talkshows.

Je stond echt steeds weer vooraan…

‘Ik vond dat geweldig, al die nieuwe mogelijkheden! Vaak wist ik niet eens waar ik aan begon. Veertig jaar Windesheim is voor mij veertig jaar lang één grote leerschool geweest.’

Maar terwijl het College van Bestuur grote idealen koesterde, worstelde het ook met de samenhang van Windesheim…

‘De fusie was nu eenmaal afgedwongen. In 1984 verscheen minister Deetman, en die dacht: al die kleine zelfstandige academies, dat gaat niet werken. Schaalvergroting was het toverwoord en zo is in 1986 onder andere de CHBO, later Windesheim ontstaan. De directeuren van de academies voelden er helemaal niets voor. Het adagium van de fusie was dan ook: ‘decentraal, …tenzij’. De directeuren wilden hun eigen zaakjes zoveel mogelijk zelf blijven regelen; het CvB stond voor de taak er één van te maken. Mij werd gevraagd de notulen te maken van de vergadering van CvB en directeuren – liefst woordelijk, want ze vertrouwden elkaar totaal niet. Uiteindelijk liepen de conflicten zo hoog op dat het College in 1991 naar huis werd gestuurd.’

Die mentaliteit heeft heel lang bestaan.

‘Die krijg je niet zomaar weg. Rond 2010, de jaren van [de CvB-leden] Jan Willem Meinsma en Albert Cornelissen was het nog steeds zo. De laatste tien, vijftien jaar is het beter geworden. De huidige directeuren zijn daar gelukkig niet meer mee behept.’

Naast de verdeeldheid lijkt ook het christelijke gedachtegoed helemaal verdwenen.

‘Dat vind ik een lastige… Ik denk dat we nu even niks zijn. Maar we komen wel ergens vandaan. De bevolking hier in de regio is veranderd, onze christelijke identiteit is meegegroeid. Ze vormde op den duur toch een belemmering voor mensen uit andere denominaties. En die drempel wilden we nu juist niet opwerpen. Windesheim wil voor iedereen toegankelijk zijn. Daar zat een spanningsveld.’

En nu is Windesheim een hogeschool als alle andere.

‘Wat het nu betreft: ik zou graag zien dat er meer dialoog komt. Dat is in Zwolle en omgeving supermoeilijk. Mensen doen hun mond moeilijk open. Ze luisteren, ze knikken en als je weg bent zeggen ze iets tegen elkaar. Ik zou zo graag willen dat we het weer gaan hebben over levensbeschouwing. Leer elkaar kennen! Wees nieuwsgierig naar elkaar! De echte dialoog, dat is wat we missen op de hogeschool. Dat vraagt om rust, om nabijheid, en dat klinkt misschien allemaal oubollig maar ik gun het onze studenten van harte.’

‘Neem de discussie over AI. De ontwikkelingen gaan superhard! We zouden de ethische kanten van AI als thema moeten nemen, als jaarthema voor mijn part, en dan met de opleidingen gesprekken voeren, sprekers uitnodigen, zodat studenten en medewerkers van verschillende opleidingen elkaar ontmoeten en van gedachten wisselen. Of neem de huidige politieke ontwikkelingen, al die oorlogen. Waarom hebben we het er niet over?’

Heb je nooit de behoefte gevoeld eens buiten Windesheim te kijken?

‘Eigenlijk niet. Er was altijd genoeg reuring in de organisatie. Ik kon elke keer iets anders gaan doen. Maar natuurlijk, ik kreeg ook kinderen waarvan er ook één gehandicapt bleek te zijn en dan maak je niet zomaar een grote overstap. En verder, toen ik begon had ik onvoldoende opleiding (mavo en een typediploma) maar ik vond het leuk en zou wel zien. Die mentaliteit heeft me geen windeieren gelegd. In 2008 heb ik uiteindelijk toch een bachelor afgerond en in 2013 besloot ik een master te gaan doen. Kort daarop werd Windesheim in Dialoog opgeheven en hé: ik kon docent worden! Ik ben nu docent, en voorzitter van de Centrale Medezeggenschapsraad – en heb het gevoel dat ik nu pas op stoom kom. En nu moet ik weg! Mensen vragen: Francien, ga je met pensioen? Dan zeg ik: nee, ik moét met pensioen!’

Heb je geprobeerd je verblijf hier te verlengen?

‘Natuurlijk! Ik heb veel te danken aan Windesheim. Ik heb ook shit meegemaakt, maar dat heb je overal. Ik merk het aan mijn kinderen; twee daarvan werken bij commerciële organisaties en als zij vertellen hoe het daaraan toegaat, en ik vertel iets vanuit het Windesheim- perspectief, dan kijken ze mij meewarig aan: “Mam, jij leeft in een gouden kooi.”’

En zo ervaar jij dat ook? ‘Ik heb ook een gehandicapte zoon, waarvoor we permanent mantelzorger zijn. Hij werd elke ochtend door een busje opgehaald; pas daarna kon ik naar mijn werk. Dat is nooit een probleem geweest. Ik heb in al die tijd nooit mantelzorguren hoeven opnemen. Het was geven en nemen. De hogeschool, de collega’s wisten wat ze aan mij hadden en ik wist wat ik aan mijn leidinggevende had. Ik merk het nu ook weer, als docent bij Social Work. We leven met elkaar mee.’

Is dat de geest van Geert Grote?

‘…Misschien wel ja.’ De afscheidsreceptie voor Francien Lange vindt plaats op 23 juni, vanaf 14.30 uur

tekst: Marcel Hulspas
foto’s: Stefan Lucassen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *