De term functiebeperking begint me hoe langer hoe meer tegen te staan. Wat bedoeld is als beschermende laag (wij gaan jou helpen om mét je beperking toch ‘gewoon’ te studeren), voelt hoe langer hoe meer als een ontkenning van de variatie in kwaliteiten die mensen nu eenmaal hebben. Hoe je het ook wendt of keert, het begrip functiebeperking is een frame.
Ieder mens heeft mogelijkheden én beperkingen, dus waarom groeperen we sommige mensen dan rond hun label? Dat heeft alles te maken met de manier waarop we ons onderwijs inrichten. Het feit dat sommige mensen niet passen in de mal die we voor ons onderwijs hebben gekozen, betekent niet dat ze beperkt zijn, het betekent dat ze… tsja, niet passen in onze mal.
Kracht van het geheel
In onze individualistische maatschappij zoomen we vooral in op de krachten en zwaktes van personen, in plaats van te kijken naar de kracht van het geheel. Maar het lijkt erop dat deze focus op het individu zijn langste tijd heeft gehad. Sterker nog, het aantal mensen dat hierdoor mentale problemen ervaart neemt alleen maar toe. Dat is ook zichtbaar in het onderwijs. Half januari bracht de Onderwijsraad een advies uit, waarin ze beleidsmakers oproept om oog te houden voor een breed perspectief op afnemend welzijn.
Wat bedoelen ze daarmee? Op dit moment wordt afnemend welzijn benaderd als een individueel mentaal gezondheidsprobleem. Daaronder vallen vaak studenten met een ‘beperking’, maar ook studenten zonder label die mentale problemen ervaren. De raad signaleert dat het onderwijs hierdoor veel tijd kwijt is aan individueel diagnostische duiding, terwijl de eigen bijdrage van onderwijs aan het welzijn van jongeren onvoldoende wordt erkend en benut.
Zingeving
‘Onderwijs geeft leerlingen en studenten de ruimte zichzelf, elkaar en de wereld om hen heen te leren kennen en begrijpen en zich ertoe te verhouden. Onderwijs biedt mogelijkheden voor zingeving en kan bescherming bieden tegen maatschappelijke druk,’ aldus de Onderwijsraad.
Ik ben het gloeiend met ze eens, want inderdaad, het onderwijs biedt die mogelijkheden, maar op dit moment conflicteert dat nog te vaak met de bestaande mal. Nu steeds meer studenten lijken vast te lopen in het reguliere traject, moeten we elkaar blijven bevragen op het ‘normaal’ dat we al zo lang met elkaar omarmen. Is dat in deze tijd nog wel zo ‘normaal’?
Sociaal construct
Net als ‘functiebeperking’ is ‘normaal’ geen feitelijke constatering maar een sociaal construct. Het voordeel van sociale constructen is dat je ze kunt openbreken wanneer je inziet dat ze niet langer volstaan. Inzoomen op individuele ‘problemen’ is een doodlopende weg.
Willen we ons perspectief op welzijn verbreden, zoals de Onderwijsraad adviseert, dan zullen we onze tanden moeten zetten in de vraag hoe we ons onderwijs zó kunnen inrichten dat er voor meer mensen een plek is zónder meteen te denken in termen van uitzonderingen.
Tenslotte gedijen we allemaal het best wanneer we deel uitmaken van een gemeenschappelijk ‘wij’, waarin we tegelijkertijd helemaal onszelf mogen zijn.

Judith van der Stelt is schrijfcoach en dyslexiespecialist bij het Student Support Centrum in Almere