Yord Groot (21) is eerstejaars lerarenopleiding geschiedenis op Windesheim en vertelt over zijn kledingstijl.
Krijg je veel reacties op jouw outfits?
“Ja! Ik val natuurlijk op en mensen vinden mij ‘speciaal’, maar dat is niet de reden dat ik pakken draag. Vragen waarom ik zulke kleding draag, die vraag draai ik om. ‘Waarom jij niét?’ Nu draagt iedereen een T-shirt, maar dat was tot de jaren 60 erg onpopulair. Dat is toch de geschiedkundige in mij: mensen ervan proberen te overtuigen dat je je niet altijd aan de norm hoeft te houden, maar ook wat anders mag proberen.”

Zijn de reacties enkel positief?
“Helaas zijn er op straat regelmatig mensen die beledigende ‘grapjes’ maken. Dan roepen ze ‘Michael Jackson’, of ‘Peaky Blinders’. Ik loop door en negeer het. Vroeger kon het mij kwetsen, maar vandaag de dag doet het mij niks. Het maakt niet uit wat je draagt, mensen vinden altijd wel iets om mee te spotten.”
Wat draag je het liefst?
“Veel lagen over elkaar, dan heb je het nooit te heet of te koud. Een gilet of een jasje kun je makkelijk afdoen. Een pantalon vind ik véél comfortabeler dan een spijkerbroek. Wel moet er altijd iets van kleur in mijn outfi t, of een leuk patroontje. Dat is het wat kunstiger, en hebben anderen iets leuks om naar te kijken.”
Wat heb je met hoeden?
“Het zit comfortabel en een hoed wordt lekker warm wanneer de zon erop schijnt. In de negentiende eeuw werd het gezien als de markering van de middenklasse man: hoe mooier de hoed, hoe hoger je in de rang werd weggezet. Eén ding is lastig: je raakt ze makkelijk kwijt, maar ze zijn aardig duur. Zo heb ik een mooie hoed van 120 euro op de trein laten liggen. Twee maanden lang hield ik in de gaten of hij misschien bij de gevonden voorwerpen terecht was gekomen, maar helaas.
tekst: Michelle van der Molen
foto: Jasper van Overbeek