Judith van der Stelt: ‘Accepteren we het faken van taalbegrip?’

“Pfjiew, dat ging maar net goed zeg!”
De studente laat zich achterover tegen haar stoelleuning vallen en haar gezicht verandert in een oogwenk van zorgelijk naar breeduit lachend.
 “Je hebt het goede antwoord gegeven,” knik ik, “maar begrijp je ook waarom dat zo is?”
De zorgelijke blik glijdt opnieuw over haar gezicht.

En voor een tweede keer buigt ze zich voorover naar het online oefenprogramma van Hogeschooltaal (*).
“Het is maar een oefening hè,” probeer ik haar gerust te stellen.
“Jawel, maar ik had het bijna verprutst.”
“Er valt niets te verprutsen, want we zijn aan het oefenen,” probeer ik nog eens.
Verbaasd kijkt ze me aan.

Het doet me denken aan een passage uit een boek van Geert Mak. In Hoe God verdween uit Jorwerd beschrijft hij hoe een jongetje eindeloos aan het oefenen is op zijn skateboard, om dan, na een hele middag vallen en opstaan, het trucje van zijn dromen te beheersen. Het tafereel ontroert de schrijver, omdat hij zich realiseert dat zo’n oefensessie in de grote stad vrijwel niet voorkomt. Daar is de straat het toneel om je kunsten te vertonen en zo de show te stelen. Oefenen gebeurt buiten het zicht van de toeschouwers, want oefenen is voor losers.

Verlangen naar een duimpje

Zonder het te ambiëren ben ik nu zelf zo’n toeschouwer. Maar ik wil niet dat de studente die ik begeleid in termen van winnen en verliezen denkt, ik wil dat ze elke dag oefent en zo stap voor stap het kunstje van een correcte zinsbouw leert beheersen. Toch zie ik iedere vraag opnieuw hoe de rimpel boven haar neus zich verdiept als ze het verkeerde antwoord heeft ingetoetst, en hoe ze begint te stralen wanneer ze het goede antwoord koos.

Is dit het effect van ons onderwijssysteem, waarin punten scoren bovenmatig veel aandacht krijgt? Of zegt het ook iets over onze conditionering om voor iedere uiting beloond te worden met een duimpje? Waar ik naar uitkijk, is dat het verlangen naar een duimpje wordt vervangen door de intrinsieke motivatie om echt iets te leren.
Voor mijn eigen vak is dat knap ingewikkeld, omdat bij sommige hbo-opleidingen het vak Nederlands beperkt blijft tot online oefenen met spelling en zinsbouw.

Gokautomaat

Het vervelende van zo’n keuze, is dat het wel lijkt of iemand iets bijleert, maar dit in de praktijk voor heel veel studenten niet zo is. Zonder het onderliggende begrip van onze taal wordt zo’n programma namelijk al snel een gokautomaat waarin de ene na de andere keuze ‘op gevoel’ wordt aangeklikt.

Vanuit mijn rol als taalcoach kan ik dat proces dagelijks van dichtbij zien, en samen met de gezakte studenten probeer ik het tij dan te keren. Maar natuurlijk zou het veel beter zijn wanneer we onze taal serieuzer namen en ook binnen de opleidingen kozen voor een goede vakdocent in plaats van voor een online oefenprogramma.
Nu chatbots als ChatGPT aan een opmars bezig zijn, wordt die kans op personeelsuitbreiding er helaas niet groter op.

Verdoezelen

Sinds de bezuinigingen hoor ik regelmatig dat ChatGPT onze redder in nood kan worden bij schrijfbegeleiding. Zou het? Persoonlijk zie ik het eerder als een schijnoplossing. Het programma verdoezelt de taalzwakte in plaats van die te verbeteren en het wordt steeds lastiger om te achterhalen hoe iemand zich zelfstandig een weg door het schrijfproces heeft gebaand.

Of het nu gaat om online oefenprogramma’s of om chatbots; we faciliteren onze studenten hoe langer hoe meer om te faken dat ze taalvaardig zijn. Je kunt dat ‘modern’ noemen, maar persoonlijk vind ik het woord ‘armoedig’ passender.

In plaats van studenten te laten faken dat ze een verslag kunnen schrijven, lijkt het me daarom beter om in te zetten op andere vormen. Rigoureus misschien, maar wel zo eerlijk, en het biedt tenminste perspectieven op het ontplooien van ándere kwaliteiten.

Mondelinge toetsing

Op dit moment worden er vooral oplossingen gezocht in mondelinge toetsing, terwijl er voor mijn gevoel ook kansen liggen in andere uitingsvormen om aan te tonen dat de leerdoelen zijn behaald: het organiseren van een symposium; het maken van een documentaire; de bouw van een app of website.

Het mooiste zou het zijn, wanneer studenten een vorm mogen kiezen die in het verlengde van hun kwaliteiten ligt. Zo maskeren ze niet wat ze niet beheersen, maar ontdekken ze waar ze goed in zijn.

(*) Windesheim biedt studenten voor taal bijlessen gratis de mogelijkheid om gebruik te maken van het oefenprogramma Hogeschooltaal van uitgever Noordhoff; dit is een online zelfstudieprogramma waarmee ze hun schriftelijke taalvaardigheden (spelling en zinsstructuur) kunnen verbeteren.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *