‘Weten wat er speelt, en collega’s en studenten kunnen helpen. Dat is heerlijk.’

Op de kandidatenlijst voor de Centrale Medezeggenschapsraad zullen dit jaar twee vertrouwde namen ontbreken: die van Cor Niks en Martijn Sikkens. Ze doen allebei een pas op de plaats. Maar ze zijn beiden als geen ander overtuigd van het belang van de CMR voor Windesheim.

Cor: ‘….je hebt gelijk, het is belangrijk dat er in de Raad mensen zitten die langer lid zijn. Je ziet bij nieuwe leden toch wel dat ze zich niet realiseren dat sommige afspraken met het College harder zijn dan ze dachten. Dan moet er iemand zijn die zegt: ‘We hebben toen dat en dat afgesproken, dat was een pittige discussie, laten we dat niet vergeten.” Maar neem zo’n onderwerp als de besteding van de NPO gelden, of het Bindend Studieadvies. Daar zitten hele discussie achter. Daarvan moet je op de hoogte zijn anders ga je met het College steeds weer hetzelfde gesprek voeren.’

Wat is in jullie ogen de functie van de Raad? Het College bij elke stap controleren? Aan zijn woord houden?

CMR vergadering Cor Niks (donkerder overhemd) en Martijn Sikkens.

Martijn: ‘Volgens mij is de taak van het College om hun ideeën naar voren te brengen, om lijnen uit te zetten, om te besturen. Onze taak is nagaan hoe de organisatie, de medewerkers en studenten daar tegenaan kijken. En op basis daarvan adviseren.’ C: ‘Je ziet dat sommigen in de Raad veel meer, ik zal maar zeggen de “vakbondsman” zijn: we moeten dát en dát bereiken! Anderen hebben meer iets van “we zien wel wat er op ons afkomt”. M: ‘Die verschillen maken de Raad juist zo leuk. Cor is een echte dossiervreter, die kan zich in een onderwerp vastbijten. Mijn insteek is, ik heb bij een onderwerp een bepaald beeld en ik wil dat het College dat weet en daar rekening mee houdt. Daar kan ik jarenlang op terugkomen, steeds weer op datzelfde punt, net zolang tot het College bedenkt dat ze daar rekening mee moeten houden en dan zie je dat terug. Ik zit nu vier jaar in de Commissie financiën en zowel wat betreft de begroting als de Kadernota is er in die vier jaar veel veranderd, dankzij dat herhalen van wat wíj belangrijk vinden. Het is een kwestie van lange adem.’
C: ‘Waar ik niet tegen kan is onrecht. Als ik dat zie, of meen te zien, dan ga ik ervoor. Dan ga ik het dossier grondig lezen en met de mensen praten waar het om gaat. Neem dat voornemen van het College om de Servicebalies te centraliseren. Ik ben bij al die mensen langs geweest, en dan leg ik het Cllege voor wat ik heb gehoord. Dan vertel ik een verhaal waar ik voor sta.’

Is dat kiezen voor een ramkoers?

C: ‘Nee, want ik blijf gevoelig voor goede argumenten en standpunten. Wat dat betreft is er een essentieel verschil met het vorige College. Daarmee lag de CMR geregeld op ramkoers. Bij Henk en Inge niet.’
M: ‘Wat die servicebalies betreft, ik heb daar ook lange tijd gewerkt en we hebben elkaar toen heel goed aangevuld. Het College zag in dat ze dat niet gingen redden. Dan haal je een overwinning binnen. Maar bij heel veel dossiers lukt je dat niet. Dan is het belang van het College toch groter dan het belang dat wij zien bij de medewerkers en studenten.’

Voel je dan dat je hebt gefaald?

M: ‘Nee…’
C: ‘Een enkele keer voel je: hier gaat iets echt niet goed. Maar het is een spel dat we met elkaar spelen. Daarbij heb je soms tegengestelde, soms gezamenlijke belangen. Maar we moeten het samen doen.’

Dat geldt ook voor de CMR-leden onderling.

C: ‘Zeker. Ik ben CMR-voorzitter geweest, en de Raad had toen veel weg van een kruiwagen vol kikkers. Daarin zaten veel mensen die hun mening niet voor zich konden houden.’

Moet dat dan?

M: ‘Je moet als raadslid voortdurend de afweging maken: wát zeg ik, hoe zeg ik het, en wanneer. Je ziet er om gezamenlijk een doel te bereiken, Dat bereik je niet door ongelimiteerd je mond open te trekken.’
C: ‘De vraag is inderdaad, zit je er voor het algemeen belang of om een persoonlijk punt te maken? We hebben ooit een student-lid gehad die zat er écht alleen voor zijn studentenvereniging. Die had één punt en dat moest en zou… zoiets maakt vergaderen met het College natuurlijk hartstikke ingewikkeld.’
M: ‘We hebben een tijdje geleden afgesproken dat tijdens de vergaderingen twee mensen het woord voeren over een specifiek dossier. De anderen hebben dan hun zegje kunnen doe tijdens het vooroverleg. Je hebt als CMR-lid heel ervaren bestuurders tegenover je, dus degene die het woord voert, moet goed voorbereid zijn.’
C: ‘Dat is een heel prettige manier van werken. Het scheelt een heleboel ruis.’

Krijg je dan binnen de CMR geen “voorhoede” die vrijwel altijd het woord voert?

M: ‘We proberen dat zoveel mogelijk af te wisselen. En vaak laten we heel bewust een student het woord doen, als het om specifieke studentenbelangen gaat. En tja, sommigen vinden het heel vervelend om het woord te voeren richting het College. Ik bijvoorbeeld. Maar ik kán het wel. En rondom het onderwerp financiën heb ik nu eenmaal de meeste ervaring dus dan wordt je al snel naar voren geschoven.’

Krijg je als CMR-lid van Windesheim genoeg tijd voor die taak?

M: ‘Je krijgt acht uur per week. Of dat genoeg is verschilt per persoon. Ik vind dat ik echt voldoende tijd heb. Maar ik lees niet alle dossiers van haver tot gort. De financiële wel maar andere lees ik met een schuin oog en dan let ik op de adviezen die uit de commissie komen.’

C: ‘Je moet goed zijn in keuzes maken over wat je wel of niet gaat zeggen. Wat kun je bereiken? Voor wie doe je het? En je moet elkaar vertrouwen; dossiers aan anderen over kunnen laten.’

In hoeverre moet je als Raad het College vertrouwen?

M: ‘Je weet wat je aan het huidige College hebt. Het heeft een visie waar het heen wil. Daar kun je het niet mee eens zijn maar het is wél duidelijk.’

C: ‘Ik ga in eerste instantie uit van vertrouwen. Maar soms zie je het College een rare move maken en dan wil je weten wat daar achter zit. Waarom moet het zo extreem, waarom in dit tempo?

Je doelt nu op de Strategische Koers. Hoe zien je de toekomst daarvan in?

M: ‘De Strategische Koers is natuurlijk gewoon een instellingsplan, en dat instellingsplan voor Windesheim moeten we dit jaar weer met het College gaan vaststellen. Het wordt spannend om te zien welke rol we kunnen spelen zolang het College nog niet compleet is.’

C: ‘Er zullen kleine aanpassingen zijn, vooral qua tempo. Maar de Koers zal nog wel een aantal jaren leidend zijn. Het is de Raad van toezicht die de nieuwe Collegevoorzitter moet aanwijzen en die is altijd een voorstander geweest van de Strategische Koers.’

De peiling die jullie hebben uitgevoerd laat zien dat er onder medewerkers grote twijfels bestaan over de manier waarop de Strategische Koers in de praktijk wordt uitgevoerd. Zijn jullie niet té meegaand geweest, te vriendelijk?

M: ‘Te vriendelijk dat kan niet in een Raad als de onze. Er zijn genoeg leden met een gezonde (of ongezonde) argwaan jegens de bestuurder. Anderen hebben dat niet. Zo’n mix van mensen die de zaak van verschillende kanten bekijken is nuttig. Dat houdt elkaar in evenwicht. Dat betekent ook dat deze Raad nooit een sterke vuist zal maken tegen het College.’

Soms moet je een besluit nemen dat helemaal niet leuk is voor medewerkers of studenten maar wél goed voor organisatie. Dan heb je wat uit te leggen.

M: ‘Maar het is ten eerste aan het College om uit te leggen waarom ze een bepaald besluit willen nemen, zodat wij ónze keuzes kunnen uitleggen. Ik zeg dan: geef mij de argumentatie waarmee ik terug de organisatie in kan. Als die er niet is, kan ik niet oordelen en ook niet instemmen. Maar je hebt gelijk, soms moet je pijnlijke besluiten nemen.’

De Raad krijgt op zo’n moment te horen dat ze veel te braaf is…

M: ‘Ik snap dat mensen dat denken maar ondertussen denk ik het College ons een hel lastige CMR vindt.’

C: Dat heeft Henk vaak verwoord. Jullie hebben zo veel rechten dat het voor een bestuurder knap ingewikkeld is om hiermee te dealen. De CMR van Windesheim heeft veel meer instemmingsrechten dan waar een CMR wettelijk recht op heeft. Die boom is jaren geleden zo opgetuigd en daar hebben we nu nog steeds voordeel van. Ik had dan ook veel ook kritiek toen de Raad, in de aanloop naar de benoeming van Henk, besloot om het instemmingsrecht voor wat betreft de benoeming van bestuurders af te staan. Dat vond ik heel jammer. Een recht moet je nooit zo maar loslaten.’

M: ‘Een bestuurder moet juist zorgen voor goede inspraak. Hoe sterker dat is, hoe beter iedereen op de hoogte is van zijn rechten en plichten, des te gemakkelijker je het al bestuurder hebt. Als bestuurder moet je daar dus ruimte aan bieden. Bij het domein Techniek hebben de deelraad en de opleidingscommissie een tweedaagse. Volgens mij heb je dat bij geen enkel ander domein. Dan heb je als domein en directeur vertrouwen in de meerwaarde van medezeggenschap.’

C: ‘Bij domein B&E heeft de deelraad nu al enige tijd een goed nieuwsbrief. Dat helpt enorm om iedereen te laten weten waar je mee bezig bent. Laten zien wat je doet is natuurlijk heel belangrijk. Ik zou het mooi vinden als dat bij andere domeinen ook gebeurt.’

M: ‘Dat is iets voor heel Windesheim om over na te denken. Als we echt geloven in medezeggenschap, hoe kun je dat dan in zijn kracht zetten?’

Tot slot, jullie gaan de Raad verlaten. Waarom?

C: ‘Ik heb er vijf jaar in gezeten; je mag zes jaar dus leek het mij niet zinvol om me verkiesbaar te stellen en dan na één jaar weer te moeten vertrekken. Ik ga er in elk geval een jaar uit. Als ik daarna nog zin heb stel ik me opnieuw verkiesbaar en dan hoop ik hetzelfde draagvlak te hebben als nu.’

M: ‘Voor mij geldt hetzelfde; ik zou ook maar één jaar mogen blijven. Maar ik ben (voorlopig) niet van plan terug te keren. Ik denk dat het belangrijk is dat er nieuwe mensen in de Raad komen, met nieuwe ideeën.’

Hebben jullie het altijd leuk gevonden?

M: ‘Nee. Soms is het gewoon zwaar. Maar je kunt altijd terugvallen op andere leden.’ C: ‘Ik heb het altijd bijzonder leuk gevonden, omdat je het met z’n allen doet. Het is een hele leuke klus. Ik ga de dynamiek missen, de voorsprong die je hebt qua informatie.’

M: ‘Weten wat er reilt en zeilt, waar de problemen zitten. En zo nu en dan een opmerking kunnen maken die er écht iets toe doet, waarmee je collega’s en studenten kunt helpen. Dat is heerlijk.’

Tekst: Marcel Hulspas
Foto’s: Herman Engbers

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.