Schoolbreed aan de slag met PBS

Gedragsproblemen in de klas moeten in een zo vroeg mogelijk stadium aangepakt worden. Monique Nelen promoveerde op een nieuwe, succesvolle methode hiervoor: School-Wide Positive Behavior Support.

Er is in Nederland geen onderzoek gedaan naar de prevalentie van gedragsproblemen. Dat is ook lastig, want , wat de ene leraar een groot probleem vindt, is voor de andere leraar minder zwaarwegend. Gedragsproblemen staan nooit op zichzelf maar zijn een samenspel van leerling-, leraar-, en omgevingsfactoren. Duidelijk is wél dat leraren vaak grote moeite hebben om te gaan met gedrags- en klassenmanagementvraagstukken. Het is zelfs een belangrijke oorzaak in het ontstaan van burn-out klachten. Ook wordt het door veel startende leraren genoemd als een van de redenen om het onderwijs vroegtijdig te verlaten. En dat laatste is alarmerend, zeker in tijden van oplopende lerarentekorten.

School-Wide Positive Behavior Support (kortweg PBS) is 25 jaar geleden in de VS ontstaan, naar aanleiding van een school shooting in Oregon. Onderzoekers sloegen de handen ineen om een aanpak te ontwikkelen voor onveilige scholen. Hier in Nederland is het geïntroduceerd in 2009, door een consortium met onder andere Windesheim en de hogeschool Fontys. Monique Nelen was daar toen al bij betrokken. Ze reisde naar de Verenigde Staten en Noorwegen om te kijken hoe het in de praktijk werkt, en onderzocht of PBS geschikt kon worden gemaakt voor Nederlandse scholen.

Wanneer moet een schoolhoofd gaan denken aan de inzet van PBS?

‘Als hij of zij merkt dat leraren worstelen met oplossen van gedragsvraagstukken, met ruzies en met de veiligheid op school. Als je ze daarvoor meer handvatten wil geven. Let wel, PBS is geen onderwijsmethode maar een raamwerk met enkele kenmerkende elementen, dat je voor elke school waar je het implementeert “op maat” kunt aanpassen. Daarvoor moet het schoolteam in gesprek gaan over: wat vinden we wenselijk en wat onwenselijk gedrag? Wat kan binnen onze visie niet door de beugel?’

Wat ís PBS, kun je dat kort samenvatten?

In de Nederlandse versie hebben we vijf pijlers: het is een schoolbrede aanpak, het hele team is erbij betrokken en het is gebaseerd op de waarden en visie van de school. Ten tweede ligt de focus op het voorkomen van gedragsproblemen. De derde pijler is nadruk op wat goed gaat, het ‘erkennen en waarderen’. De vierde is dat PBS gebruikmaakt van door de leerkrachten verzamelde data, en de vijfde pijler is samenwerking met ouders en externe partners zoals de BSO en maatschappelijk werk.’

Dat lijkt me alles bij elkaar een forse klus….

‘Amerikaanse onderzoekers concluderen dat het zeker twee jaar duurt voordat PBS écht in je systeem zit. Maar er zijn ook onderzoeken die zeggen: drie tot vijf jaar. En dan moet je het onderhouden. Ik zag in mijn onderzoek dat er ook scholen waren waar je de implementatiegraad zag áfnemen. Dat kwam dan meestal doordat de ‘trekkers’ vertrokken of doordat andere problematiek ineens de aandacht vroeg. Om dit tot een succes te maken heb je een directeur nodig die erachter staat én een sterk PBS team.’

‘Waar leraren moeite mee hebben is het registreren van gedragsincidenten. We zijn het nu eenmaal niet gewend om nauwgezet te noteren welke kleine incidenten er zijn geweest. Maar dat geeft wel concrete informatie en na een tijdje zien ze dat ze daar écht wat aan hebben.’

In Nederland kennen we voor de ‘Vreedzame School’. Is PBS heel iets anders?

‘Ik denk dat er veel raakvlakken zijn maar ook duidelijke verschillen. PBS is meer ‘gelaagd’ met een algemene schoolbrede aanpak maar daarnaast ook een aanpak op maat voor individuele gevallen. Een ander verschil is dat PBS gebaseerd is op data verzamelen over gedragsincidenten, zodat de leraar ziet waar en wanneer en door wie er problemen ontstaan. Aan de hand daarvan kun je zien wat er aan de hand is en kun je voor individuele leerlingen een aanpak bedenken. Zoiets bestaat bij de Vreedzame School niet.’

Waaruit bestond je promotieonderzoek?

‘Mijn onderzoek startte in 2015 en bestond uit drie studies. Ten eerste heb ik de door het consortium ontworpen ‘Nederlandse versie’ van PBS voorgelegd aan Nederlandse PBS experts met de vraag of zij dit herkenden in de scholen waar ze werkten. Daaruit kwam naar voren dat de hoofdkenmerken in Nederland eigenlijk hetzelfde zijn als in de VS maar dat er aanpassingen in de procedures zijn gedaan voor de Nederlandse context. Een voorbeeld: lesgeven over het gedrag dat je als school belangrijk vindt is een belangrijk onderdeel van PBS, daar kan je niet aan tornen. Maar de manier waarop je dat doet hangt af van de school.

Ten tweede heb ik in 117 scholen 2 instrumenten afgenomen die meten in welke mate de kenmerkende elementen en standaard procedures van SWPBS in een school aanwezig zijn. Deze van origine in de VS ontwikkelde instrumenten bleken ook voor de Nederlandse context geschikt te zijn.’

‘Tot slot heb ik voor het derde onderzoek 66 basisscholen gedurende 3 jaar gevolgd. We hebben jaarlijks gemeten hoe ver ze waren met de implementatie van PBS (sommige werkten er al jaren mee, andere begonnen net) en verder heb ik data verzameld over sociale veiligheid, het aantal gedragsincidenten en het aantal leerlingen dat extra ondersteuning krijgt. Voor het ‘meten’ van de mate van implementatie gingen we eens per jaar bij het PBS team van de school langs en stelden we hen een heleboel vragen. Verder keken we rond en verzamelden materiaal. Daarnaast vroegen we iemand die vertrouwd is met PBS maar de school niet kent om de stukken te bestuderen, om ter plekke rond te kijken en interviews uit te voeren. Zo kregen we ook nog een onafhankelijke ‘blik’ op de school.’

En wat waren je voornaamste conclusies?

‘We zagen dat naarmate de mate van implementatie toenam, het percentage leerlingen dat aangaf bepaalde plekken op school ‘onveilig’ te vinden significant afnam. Naarmate PBS meer zichtbaar werd in de school, zag je ook een toename van het welbevinden van leerlingen en een afname van het aantal gedragsincidenten. De relaties die we vonden waren alleen niet zo sterk als in debuitenlandse studies. We zagen bij scholen die met de start van het onderzoek in 2015 ook met PBS begonnen dat álle gemiddelden stegen, maar dat waren er maar negen en dat is te weinig om conclusies aan te verbinden. De andere scholen hadden PBS al langer geïmplementeerd en hadden misschien al grote vorderingen gemaakt voorafgaand aan het onderzoek.’

Wat voor scholen had je geselecteerd?

‘Onderzoek in verschillende landen laat zien dat als scholen écht niet veilig zijn, en als je dan dit weet neer te zetten, je grote stappen vooruit kunt zetten. Dus als ik heel bewust voor scholen in probleemwijken had gekozen, dan had ik vast mooie resultaten kunnen laten zien. Maar dat heb ik niet gedaan. Ik wil realistisch onderzoek doen. De scholen in mijn onderzoek waren ‘doorsnee’ scholen.’

Wat kunnen Windesheimstudenten van je onderzoek leren?

‘Masterstudenten zijn vaak al werkzaam in het onderwijs. Zij kunnen veel aan mijn onderzoek hebben omdat het laat zien hoe veranderingsprocessen verlopen en hoe je een nieuwe aanpak kunt implementeren. Bachelor studenten kunnen ook veel van mijn onderzoek leren als het gaat om de vraag hoe je in de praktijk omgaat met gedragsvraagstukken. Je weet, veel leraren haken in de eerste fase juist af vanwege problemen met orde houden. En PBS is gebaseerd op interventietechnieken waarvan wetenschappelijk bewezen is dat ze werken.’

Maar ze kunnen natuurlijk niet het complete PBS pakket op hun stageschool inbrengen…

‘Nee. Ze hoeven niet gelijk het hele raamwerk te accepteren of ‘PBS coach’ te worden. Ik kan me ook helemaal niet voorstellen dat het wenselijk is dat álle scholen PBS implementeren – elke school moet de aanpak kiezen die bij zijn visie, de omgeving en de ouders past. Maar PBS bevat wel een aantal krachtige instrumenten waar heel veel scholen bij baat kunnen hebben.’

Monique Nelen is verbonden aan het Lectoraat Betekenisvolle en Inclusieve Leeromgevingen, en de educatieve masteropleidingen van het Domein bewegen & Educatie. Ze promoveerde op 1 september aan de Radboud Universiteit.

tekst: Marcel Hulspas
foto: Jasper van Overbeek
illustratie: Gilles Tijmes

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *