Judith van der Stelt: Spraakverwarring

“Jij nog een tas koffie?” vroeg een Vlaamse vriendin mij vorige week tijdens een cursusdag. Het was de eerste keer sinds onze ontmoeting vorig jaar dat haar taal even met die van mij in de knoop kwam. Na de eerste hilariteit herinnerde ik me vrij snel dat een ‘tas’ voor Belgen synoniem is voor ‘kop’, dus tot echt onbegrip kwam het niet.

Andere woorden

Toch blijft het me altijd verrassen dat mensen die dezelfde taal spreken voor sommige begrippen heel andere woorden gebruiken. Ook in eigen land zijn de variaties eindeloos. Zo moest ik op een vakantie in Limburg ooit alle zeilen bijzetten om het dagelijkse praatje met de bejaarde buurvrouw tot een behoorlijk einde te brengen.

Als ik tijdens mijn wandeling naar de bakker haar huis passeerde, zat ze steevast op een bankje in de ochtendzon, waar ze passanten tot praten verleidde. Haar taal was een mengeling van Duits, Nederlands en Vlaams en dat was niet verwonderlijk, want op het punt waar die drie landen samen komen woonde ze ook.

Deed ik de eerste dag nog moeite om de inhoud van haar verhaal te doorgronden, in de daarop volgende dagen liet ik die inspanning varen en knikte op goed geluk in de schaarse pauzes die ze liet vallen. Het kon over het weer gaan, maar evengoed over de geraniums of de spinnende kat op haar knieën; ik had geen idee.

Vaccinatieplicht

Afgelopen zomer waren er geen dialecten die tot grote spraakverwarring leidden, maar de vraag ‘Hoe blijven we dezelfde taal spreken?’ kwam wel meer dan eens in mijn gedachten als ik het nieuws over corona volgde. Waar aan het begin van de pandemie keuzevrijheid bij het vaccineren nog een heilig goed was bijvoorbeeld, zag ik in de afgelopen weken een verharding optreden tussen voor- en tegenstanders.

“Van een vaccinatieplicht op de werkvloer kan geen sprake zijn,” meldde minister Hugo de Jonge bijvoorbeeld op 30 augustus in de pers, terwijl LeasePlan diezelfde dag als eerste bedrijf een vaccinatieplicht voor kantoorpersoneel invoerde. En zo zijn er wel meer contrasten. Wel of geen kapjes dragen, anderhalve meter afstand bewaren of iedereen de ruimte laten: de onderwerpen waarover we kunnen bakkeleien zijn eindeloos en we doen het met verve.

Wederzijds respect

Maar hoe zorgen we er in het coronadebat voor dat woorden als ‘veiligheid’ en ‘wederzijds respect’ bij iedereen ongeveer dezelfde inhoud blijven representeren? Dat is wat mij betreft een van de belangrijkste vragen voor de komende herfst. En net zoals je soms moeite moet doen om iemands dialect te doorgronden, zo zullen we komende tijden ook moeite moeten doen om elkaars verhaal te blijven volgen.
Dat wil niet zeggen dat je elkaar altijd woordelijk begrijpt (dat deed ik bij de bejaarde buurvrouw ook niet), maar luisteren en knikken is alvast een mooi begin. En neem er dan gerust een tas koffie bij.

Judith van der Stelt is schrijfcoach en dyslexiespecialist bij het Studiesuccescentrum Almere

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *