’Is het verstandig om de BSA te hanteren voor de komende studenten?’

De eerstejaars die in augustus starten, hebben voorafgaand aan hun studie op Windesheim anderhalf jaar online onderwijs gehad en nauwelijks de kans gekregen kennis te maken met de hogeschool en met studeren. Hoe gaan we hen beoordelen? Henk Hagoort, voorzitter van het College van Bestuur, wil dat Windesheim hier goed over nadenkt.

Het Bindend Studieadvies lijkt op weg naar de uitgang. De politiek wil er van af, en door de coronacrisis heeft het instrument zijn tanden verloren. De studenten die in 2019 begonnen, en na een half jaar met de lockdown werden geconfronteerd, zagen hun BSA voor een jaar ‘opgeschort’, naar zomer 2021. Studenten die in 2020 begonnen hebben inmiddels ook een ‘opgeschorte BSA’ gekregen. Maar ondertussen komt er straks een nieuwe lichting studenten aan, die op de middelbare school anderhalf jaar online onderwijs hebben gehad. Hoe zullen zij straks beoordeeld gaan worden? CvB-voorzitter Henk Hagoort is hierover in gesprek met de Centrale Medezeggenschapsraad.

We gaan langzaam terug naar normaal – krijgen zij te maken krijgen met het ‘ouderwetse’ Bindend Studieadvies?

‘Kijk, wat je goed moet bedenken is dat de BSA ons niet door Den Haag wordt opgelegd; het is een mogelijkheid in de wet, een keuze die je vervolgens als instelling kan maken. En je kunt je afvragen of er wel goede redenen zijn om voor dit komende cohort de BSA te hanteren.’

De kans is groot dat er in september gewoon onderwijs gegeven kan worden op de campus.

‘Wat dat betreft weet jij net zo veel als ik… maar ook als de colleges dan gewoon kunnen starten, kun je de vraag stellen of ze dezelfde startpositie hebben als andere studenten. Je kunt zeggen: die studenten komen hier na zo’n twee jaar online onderwijs op de middelbare school binnen. Die overgang is voor hen misschien extra zwaar. En ook qua studievaardigheden en beroepsoriëntatie zijn ze waarschijnlijk minder zeker van zichzelf. Je moet bedenken, er zijn geen open dagen of meeloopdagen geweest. Daar moeten we ons dus over buigen.’

Wordt dat dan een landelijke afspraak?

‘Ik denk dat als er in september nog steeds sprake is van landelijke coronamaatregelen, dat er dan wel een sector brede afspraak zal komen. Maar los daarvan wil ik graag binnen Windesheim het gesprek hierover aan gaan.’

Daar dwars doorheen speelt de vraag of Windesheim überhaupt verder wil met het Bindend Studieadvies…

‘We hebben de CMR voorgesteld niet te proberen die vraag op stel en sprong te beantwoorden. Wat mij betreft is het antwoord afhankelijk van ons besluit over hoe we het komende cohort gaan beoordelen, én van de evaluatie van het experiment met de doorstroomnorm. Je weet, we zijn op Windesheim al begonnen met de discussie over de BSA ruim vóór de coronacrisis uitbrak, en we zijn toen binnen domein Business, Media en Recht een experiment gestart met de doorstroomnorm. Dat is nog niet afgerond. Wat het College betreft gaan we dat met een jaar verlengen. Dat hebben we aan de CMR voorgesteld.’

Een evaluatie is nog niet mogelijk?

‘Om te zien wat de échte effecten zijn, daar heb je wat langer voor nodig. Wat we nu al hebben gezien is dat er minder studenten in het eerste jaar uitvallen. En wat we ook nog nét voor de corona kwam konden zien, was dat het aantal uitschrijvingen op 1 februari een stuk lager was. Dat komt doordat studenten het perspectief hadden dat ze hun achterstand nog mochten inhalen. Dat is heel bemoedigend en wat mij betreft toont dat aan dat we een goed idee bij de hand hebben, met een goede balans tussen aan de ene kant een drempel behouden en anderzijds voorkomen dat studenten onnodig weggestuurd te worden. Maar er zijn ook nog kritische vragen mogelijk: wat doen de studenten die toch door mochten gaan, in het tweede jaar? Als blijkt dat ze dan alsnog uitvallen, had die uitval dan niet voorkomen kunnen worden?’

‘Wat ik in de eerste evaluatie zie is dat het gaat zoals we gedacht hadden: de uitval is met tien procent gedaald. En ze benadert daarmee de twintig procent uitval waarvan men zegt dat die onvermijdelijk is, en die je bijvoorbeeld ook ziet bij opleidingen met een strenge selectie zoals een sportopleiding of het WHC. Maar we hebben nog geen harde cijfers voor het 2e jaar en dus is het nog te vroeg om daar een breed gedragen besluit over te nemen. Je wilt elkaar overtuigen.’

Ondertussen wordt het Bindend Studieadvies steeds impopulairder. Waarom was het hoger onderwijs ooit zo enthousiast vóór?

‘De sector heeft het BSA collectief aangegrepen om wat gemakkelijk weg te lopen bij een belangrijk wetsartikel. Dat artikel stelt dat de student recht heeft op een gedegen en onderbouwd studieadvies over de geschiktheid voor het beroep, en dat de onderwijsinstelling bij een negatief advies eventueel het recht heeft de student weg te sturen. Instellingen hebben er echter in de praktijk voor gekozen dat niet te doen in de vorm van uitgebreide gesprekken en een inhoudelijk onderbouwd advies, maar simpel op basis van een onvoldoende aantal punten.’

Je bent ook bestuurslid van de Vereniging Hogescholen. Hoe verloopt daarbinnen de discussie over de BSA?

‘Ik heb het idee dat in veel hogescholen de discussie gevoerd wordt over de wenselijkheid van de BSA. Het accent binnen de sector is verschoven van “selectie” naar “toegankelijkheid”, en daarbij naar méér regie voor de student. En dat komt de vraag of de BSA daar wel bij past, of je het besluit om de opleiding te stoppen niet veel meer bij de student moet leggen. Hogeschool Zuyd is al van de BSA afgestapt, bij de Hogeschool Leiden wordt er ook geëxperimenteerd met de doorstroomnorm… de enige hogeschool die volgens mij principieel in deze discussie staat is Rotterdam. Maar daar zeggen ze ook heel duidelijk dat de BSA ingebed moet zijn in het didactisch model.’

Tot slot, veel studenten lopen nu studievertraging op. In veel gevallen kan de hogeschool daar niets aan doen – ik denk aan het wegvallen van stageplaatsen – maar ik kan me voorstellen dat een student op een gegeven moment de hogeschool aansprakelijk stelt, vanwege de maatregelen die ze heeft genomen. Is dat denkbaar?

‘In het begin van de coronacrisis hebben we als sector al gesprekken gevoerd met OCW over de aansprakelijkheid voor studievertraging in relatie tot corona. We hebben toen afgesproken dat de hogescholen een inspanningsverplichting hebben maar dat die aansprakelijkheid uiteindelijk bij de overheid ligt. En volgens mij heeft de overheid ook laten zien dat ze dat begrijpt, en accepteert, door het collegegeld te halveren. Voorwaarde is wél dat wij de inspanning leveren om te doen wat mag. En dat wordt vooral spannend nu we een “grijs schemergebied” binnengaan. Op dit moment kan er nog bijna niks maar straks adviseert de overheid dat iets wél kan, in combinatie met bijvoorbeeld testen en vaccinaties. Dan moet je uitkijken dat je als hogeschool niet al te gemakkelijk zegt: “dat mag wel van Den Haag maar dat vinden wij gevaarlijk, dat dan doen we even niet.” Dan kan die aansprakelijkheid wél bij ons komen te liggen.’

Dus dan moet je als sector goed overleggen, ook met Den Haag, en gezamenlijk optrekken…

‘Zeker. En dat doen we ook. Wat dat betreft hebben we het afgelopen jaar veel geleerd. We hebben als Vereniging wekelijks een bestuursvergadering waarbij we proberen binnen de vereniging eenzelfde lijn te trekken, bijvoorbeeld over praktijkonderwijs en toetsen op locatie. En daarnaast is er regelmatig overleg van onze voorzitter met het ministerie. Alle afspraken met de minister worden gedetailleerd vastgelegd in een ‘servicedocument’. Zo zorgen we ervoor dat we als hogescholen onderling maar ook met de minister altijd op één lijn zitten.’ (MH)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *