’We moeten wegen vinden om het vol te houden’

Terwijl grote delen van de samenleving weer ‘van het slot’ gaan, staan de hogescholen na de zomer voor een grote uitdaging. College van Bestuur-lid Inge Grimm hoopt dat de drive van de afgelopen maanden wordt doorgezet.

Van direct contact naar online. Van een volle, gezellige campus naar een zo ‘leeg’ mogelijke campus. Het vereiste enorme, zeg maar bizarre ingrepen. CvB-lid Inge Grimm raakte onder de indruk van de veerkracht van medewerkers en studenten. Maar er zijn grenzen. ‘Zoiets vreet natuurlijk heel veel energie, energie die eigenlijk naar het ‘gewone’ werk en het onderwijs zou moeten gaan.’

De eerste weken was alles duidelijk; nu er wat meer mag, lijkt iedereen in een schemergebied aangeland. Ligt daar een sturende rol voor het College?
Ik denk dat onze rol de komende maanden zal zijn om de kaders te stellen. Daarbinnen moeten we zoveel mogelijk aan de domeinen en de opleidingen overlaten. In veel gebouwen is er straks eenrichtingsverkeer, en lokalen worden heringericht zodat ze meestal niet meer dan acht à negen studenten kunnen bevatten. De domeinen is gevraagd roosters op te stellen op basis van de aantallen studenten van hun eigen domein dat maximaal op de campus aanwezig mag zijn. Met daarbij bijzondere aandacht voor de eerstejaars. Maar uitgangspunt is dat iedere student, uit alle jaren, minimaal één keer per week op de campus komt.

En die studenten moeten niet blijven hangen…
Het is ieders persoonlijke verantwoordelijkheid om niet eerder te komen dan nodig is, en ook niet te blijven hangen. Docenten en medewerkers kunnen studenten hier zeker op aanspreken, maar het wordt geen taak voor medewerkers van de interne dienst om dat te controleren, om studenten te vragen: wat doe je hier? Er komt geen Windesheim ‘coronapolitie’.

Allemaal heel mooi, de inzet, de flexibiliteit, maar ben je niet bang dat dit, wanneer het lang gaat duren, de kwaliteit van het onderwijs gaat aantasten?
We hopen allemaal dat dit zo kort mogelijk gaat duren en dat we dan terug kunnen naar elkaar veel meer ontmoeten.  Maar ja, ik kan helaas niet in de glazen bol kijken. Komt er een tweede golf… komt er een vaccin voor iedereen…  Kortom, onzekerheid. We moeten samen wegen vinden om het vol te houden. Voorlopig zoeken we naar een nieuwe balans tussen fysiek, de ontmoeting en interactie en een deel online. De komende periode blijft enorm druk voor velen, maar de betrokkenheid is enorm, evenzo als de drive om prachtig, kwalitatief onderwijs te blijven leveren.

De crisis is niet alleen zwaar voor het onderwijs; vergeet het onderzoek niet. Dat heeft ook heel veel te lijden. Met name door de krimp van de economische activiteit in de regio. Niemand weet natuurlijk hoe snel dat zal herstellen en de verwachting is dat we straks ook nog te maken krijgen met een economische recessie. Ook dat is slecht nieuws voor het onderzoek en een recessie heeft bijvoorbeeld ook gevolgen voor de mogelijkheden om stages te volgen. Kortom, de situatie is wat dat betreft zorgelijk.

Anderzijds werd er natuurlijk al gewerkt aan digitalisering, en minder campus…
We hadden al een meerjarig Campusplan opgesteld en in dat kader waren we al kritisch aan het kijken naar de hoeveelheid vierkante meters. Dan zijn er geluiden van ‘straks gaat alles digitaal, hebben we eigenlijk geen campus meer nodig’, maar daar geloof ik niet in. De behoefte om elkaar fysiek te ontmoeten blijft natuurlijk een cruciaal onderdeel van onze onderwijsvisie. Een tweede voorbeeld, we waren in het kader van de Onderwijsvernieuwing al aan het nadenken over andere manieren van toetsen. Daarbij ging het denken aanvankelijk in de richting van een én-én oplossing, dus toetsen zowel fysiek en digitaal aanbieden – iets waarbij ik altijd gezegd heb: ja maar pas op, ga niet dubbel toetsen, zoiets verzwaart de workload en leidt niet tot verhoging van de kwaliteit. Ik denk dat we onder druk van de omstandigheden nu nóg krachtiger naar het aantal en het soort toetsen kijken en dat de nadruk hierbij ook deels verschuift naar de verschillende vormen van digitaal toetsen. Wat ik een goede ontwikkeling zou vinden, als je weer kijkt naar de werkdruk.’

Is er al iets te zeggen over de financiële gevolgen voor Windesheim?
Een recente doorrekening heeft ons geleerd dat we op dit moment pakweg 1,4 miljoen méér kosten hebben dan begroot. Dat is een combinatie van meer uitgaven en minder inkomsten. Nu hadden we een begroting met een miljoen in de plus dus ik zie geen reden om te gaan denken aan een bezuinigingsronde. Dit is nood, het is niet anders. Wel hebben we een claim neergelegd bij het ministerie, zoals zoveel universiteiten en hogescholen, maar dat wijst in zo’n geval natuurlijk op de financiële reserves waarover het hoger onderwijs in het algemeen en ook wij bij Windesheim beschikken.

En als er een economische crisis komt?
Ik maak me nu geen financiële zorgen voor dit of komend jaar, maar wél vanaf 2022 en verder. Als we dan in een recessie zijn beland, plus na de verkiezingen in maart aanstaande een nieuw kabinet, dan gaat de strijd om het geld écht beginnen.

Even terug naar de maatregelen vanaf september. Je ziet dat overal in het land de discipline lijkt te verdwijnen. Men wil terug naar ‘normaal’. Wordt het hoger onderwijs niet onnodig zwaar aangepakt?
In mijn omgeving merk ik dat vrienden en familieleden die werkzaam zijn bij bedrijven niet te maken hebben met onze strenge regels. Dat geeft soms stevige discussies. Anderzijds tel ik mijn zegeningen, dat we ondanks de enorme druk – daarover geen enkel misverstand – geen collega’s hoeven te ontslaan en onze organisatie niet in de problemen komt.  Ik vind alle beperkingen  wel enorm zuur voor de studenten…

Nog een slotwoord?
Blijf allemaal gezond en wij blijven ons uiterste best doen voor studenten en collega’s!

Tekst: Marcel Hulspas
Foto: Herman Engbers
Illustratie: Gilles Tijmes

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *