‘Benader álle studenten met een open blik’

De overstap naar het hbo zou voor mbo’ers veel lastiger zijn dan voor havisten. Bas Baremans dook in de cijfers en kwam tot andere conclusies.

In het kader van mijn Masterscriptie heb ik in 2018 onderzoek gedaan naar de effectiviteit van het inzetten van een SkillsCoach. Dat is een ouderejaars hbo-student die zelf ook van het mbo afkomstig is en die een mbo’er gedurende een aantal weken begeleidt, voordat deze aan zijn studie begint, tot tien weken na de start ervan. Mijn onderzoek richtte zich op het effect van SkillsCoach op zelfregulatie/zelfsturing en op de betrokkenheid/ binding van de startende mbo’ers. Zelfregulatie is het vermogen om je eigen studie in te richten, daarop te reflecteren en te sturen. Betrokkenheid is alles van aanwezig zijn tijdens colleges, huiswerk maken, actief bijdragen aan groepsopdrachten tot je relatie met medestudenten/ docenten en dat vage “gevoel” dat je erbij hoort. Omdat de SkillsCoach geen verplichtend karakter had, start je bij zo’n onderzoek wél met een selecte steekproef: met mbo’ers die zich daarvoor hadden aangemeld. En een aantal deed dat naar eigen zeggen omdat ze bang waren voor de overstap van mbo naar hbo.

Maar de nieuwste cijfers geven aan dat die overstap niet anders is dan voor havisten. Er is praktisch geen verschil meer in uitvalspercentages tussen deze twee groepen. Dit verschil was er zes, zeven jaar geleden zeker wél. Dat was mede ontstaan doordat de kwaliteitseisen voor het hbo toen sterk werden opgeschroefd. Daar kwam de “Bologna-ambitie” nog bij: we spraken binnen de EU af dat minstens vijftig procent van de beroepsbevolking een hbo-opleiding of hoger moest hebben gevolgd. Het mbo werd daarmee getransformeerd van toeleverancier voor de arbeidsmarkt naar een “doorvoerhaven” richting hbo met alle (aansluiting)problemen van dien. Dat is inmiddels al veel minder. De kwaliteit lijkt sterk verbeterd. En dat heeft gevolgen. Wat je de afgelopen jaren ziet is dat de uitval van mbo’ers daalt en doordat zij van oudsher al minder vaak switchen van studie dan havisten is het verschil in aantal studenten dat na één jaar zijn opleiding vervolgd nu verwaarloosbaar.

Uit mijn onderzoek kwam naar voren dat de SkillsCoach op vrijwel alle aspecten  van zelfregulatie en betrokkenheid een positief effect heeft. Maar van een significant verschil in behaalde studieresultaten of uitval was geen sprake. Het is niet uit te sluiten dat die positieve effecten van SkillsCoach op de langere termijn wél effect hebben op de behaalde cijfers en uitval. Het algemene beeld is dat mbo’ers wat betreft zelfregulatie zwakker zouden zijn dan havisten maar dat is niet zo. Dat was vroeger misschien zo, maar tegenwoordig niet meer. Maar dat “etiket” leeft nog steeds en daar maak ik me zorgen over. De kans bestaat dat mbo’ers zich ernaar gaan gedragen. Ze gaan denken dat het voor hen extra moeilijk zal zijn en wanneer het dan inderdaad moeilijk wordt, geven ze eerder op. Ook docenten kunnen zich er naar gedragen. Die kunnen hun zorgen over het studiesucces van deze groep uitdragen, en dat heeft weer zijn weerslag op hoe de mbo’ers tegen hun studie aankijken. De overgang mbo-hbo is fors maar dat geldt net zo goed voor de overgang havo-hbo.

Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat de mbo’ers geen “probleemgroep” meer vormen. Ze verschillen niet echt meer van de gemiddelde hbo’er. Wat je nu ziet is dat havo-jongens een stijgende uitval vertonen – maar we moeten uitkijken dat we nu die groep weer “apart” gaan behandelen want dat kan opnieuw een self fulfilling prophecy worden. Wat mij betreft moeten we álle studenten met een open blik benaderen. En hen beoordelen op hun persoonlijke kwaliteiten en tekortkomingen.

Bas Baremans is docent aan de Calo

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *