Maskeren onzichtbare nonsensletters fraude?

Docent social work Erwin Bromlewe stuitte bij het beoordelen van een eindscriptie op een listige vorm van fraude die nogal lastig te ontdekken valt. Wordt het tijd dat Windesheim een fraude-expert krijgt?

Het begon allemaal ongecompliceerd: ik downloadde de scriptie van N@tschool en zag met enig enthousiasme dat het een uniek document betrof. Unieke documenten van deze omvang zie ik haast nooit van studenten; zo weinig zelfs dat het me enigszins verdacht leek. Zoals gewoonlijk maakte ik via WORD een digitale vergelijking met de vorige versie, waaruit bleek dat bijna iedere pagina, alinea, zin en woord nieuw was. Dat leek mij wel erg onwaarschijnlijk, en tijdens mijn vergelijking met het oog bleken hele grote delen tekst ongewijzigd.

Het gevoel bekroop mij dat de student misschien probeerde de plagiaatcontrole onmogelijk te maken.

Wat volgde was een kleine vijf uur speuren. Ik ontdekte dat mijn student de letters ‘a’, ‘c’, ‘e’ en ‘o’ had vervangen door andere tekens die voor menselijke ogen weliswaar op die letters lijken, maar die dat voor een computer niet zijn. Tijdens mijn zoektocht vond ik nog veel meer methodes. Een spatie kan worden vervangen door een ‘wit teken’ dat geen spatie is. In dat geval ziet een computer de zin ‘meer geld naar docenten’ als ‘meer?geld?naar?docenten’. De spatie kan ook worden vervangen door een witgemaakte ‘i’. In alle gevallen geldt: wat het oog ziet als een zin, is niet hetzelfde dat de computer registreert. Het is onzichtbare nonsens.

Omdat niet valt uit te sluiten dat de manipulatie bewust is gebruikt om de plagiaatcontrole te omzeilen, heb ik het geval voorgelegd aan onze examencommissie. De student loopt nu alle risico’s die met fraude samenhangen, zoals beëindiging van de inschrijving aan Windesheim. Dat risico vind ik terecht, gezien de ernstige misleiding van zo’n manipulatie. Het curieuze is dat ik het herstelde document door de plagiaatcontrole heb gehaald, maar plagiaat niet bleek. De student was vermoedelijk zenuwachtig maar vond een kuur die erger was dan de kwaal.

Volgens mij vertrouwen we voor plagiaatontdekking te sterk op een feilbare technologie. Sommige studenten proberen actief de controle te omzeilen. Het ontdekken van plagiaat is een interpretatieve bezigheid die computers slechts deels kunnen overnemen. Tegelijk zijn er veel collega’s die technisch onvoldoende toegerust zijn om deze fraude te achterhalen. Ik pleit daarom voor een digitale-fraude-expert die verdachte documenten kan controleren. Nieuwe vormen van digitale fraude zullen ons bereiken, wij hebben ons daartoe te verhouden. Laten we onze kennis verbreden en onze procedures daarop aanpassen. Dat zijn we aan de tijd en onze studenten verplicht.

De noodzaak voor zo’n expert mag blijken uit mijn fraudezaak: de examencommissie gelooft dat de student geen boze opzet heeft gehad. Wie technisch op de hoogte is, weet dat het haast onmogelijk is om deze fout in het bestand ‘toevallig’ te laten ontstaan. Toch is de beslissing van de examencommissie inmiddels onomkeerbaar, terwijl het inzicht nog onvolledig is. Dat is onwenselijk, zowel voor de studenten als voor Windesheim. Daarom verrichten we inspanningen om er alsnog achter te komen hoe de vork precies in de steel zit.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *