Wat is er aan de hand bij Techniek?

Windesheim heeft geen gebrek aan opleidingen die volgens de Keuzegids ‘top’ zijn. Maar techniekopleidingen springen er vaak bovenuit. Wat is het geheim van dat domein?

Het is even zoeken. Armand Gijsman, docent bij de opleiding RO-mobiliteit, wil best iets vertellen over het succes van zijn opleiding maar er zijn in T nauwelijks rustige plekken te vinden. En veel tijd heeft hij eigenlijk ook niet: ‘Het is een kleine opleiding, met acht docenten. Daardoor geef ik een heleboel vakken. Dit jaar een stuk of tien, geloof ik. Dat vraagt veel uren voorbereiding, maar ik vind het vooral heel leuk. Ik moet er niet aan denken dat ik altijd één en hetzelfde vak moet geven.’ RO-mobiliteit keert voortdurend terug in de lijstjes met topopleidingen van de Keuzegids. De docenten zijn er een beetje aan gewend geraakt. Gijsman: ‘Vorig jaar zijn we een jaartje géén topopleiding geweest. Toen hebben we wel even geanalyseerd hoe dat kon gebeuren. Waar lag dat aan? We kwamen tot de conclusie dat er niet echt een duidelijke reden was. En nu zijn we het dus weer.’

Cruciaal voor het verkrijgen van die grote gouden sticker is de waardering door studenten. Een van hen, Koen Schreurs, vertelt hoe dat komt: ‘Ik kwam hier drie jaar geleden, vanuit Enschede, waar ik civiele techniek deed. Ik besloot dat ik deze studie wilde doen en kon kiezen tussen Leeuwarden en Zwolle. Ik had het idee dat Zwolle iets beter was. Het praatje van de docent op de Open Dag gaf de doorslag. Ik denk dat het docententeam top is én de samenwerking tussen docenten en studenten ook. In Enschede durfde je de meeste docent niet eens aan te spreken – daar was ook niet echt een gelegenheid voor.’ Gijsman reageert: ‘De inhoud is belangrijk, maar het contact zeker ook. Daarom is het wel goed dat we een kleine opleiding zijn. Elke docent kent alle studenten.’

‘We zijn gegroeid’
Voor Nico Mensen, docent bouwkunde, was de overgang naar een nieuw curriculum het moment van de waarheid: ‘Zo’n vier jaar geleden begonnen we daarover na te denken. De opleiding was te versnipperd, vonden we. Er waren te veel losse vakken. We wilden het heel anders aanpakken – de projecten van de studenten centraal stellen, terwijl de vakken daar dan zoveel mogelijk bij moesten aansluiten. Zodat de studenten het gevoel hadden dat ze niet alleen theorie kregen maar dat ze wat ze leerden ook direct in de praktijk konden brengen. Dat nieuwe curriculum stond helemaal los van het Nieuwe Onderwijsconcept, dat kwam pas daarná. Maar veel principes daaruit kwamen overeen met waar wij al mee bezig waren. Door na te denken over het curriculum kwamen wij er achter dat we als team beter met elkaar konden samenwerken. Daar is veel energie in gestoken waardoor we als docententeam gegroeid zijn. Maar we hebben hier bij bouwkunde altijd al de drive om het zo goed mogelijk te doen, om de samenwerking van studenten en docenten zoveel mogelijk te stimuleren. Kijk hier op T1, waar docenten en studenten voortdurend door elkaar heen lopen en werken.’

Op gelijk niveau
De student centraal, dat is iets wat Gijsman herkent: ‘Ons uitgangspunt is steeds: hoe ziet de ideale opleiding eruit? En achteraf kijken we dan hoe we dat ook praktisch haalbaar kunnen maken. Op deze manier kom je écht tot een andere opleiding. Waar we naar streven is dat studenten in de eerste twee jaar een richting kiezen, en dan in het derde, vierde jaar op, zeg maar, op een gelijk gespreksniveau komen met de docenten. Dat je dan echt een goed inhoudelijk gesprek kunt hebben in plaats van de klassieke verhouding docent-student.’ Koen Schreurs wil daarbij graag nog iets vertellen over het Innovatieteam: ‘Dat bestaat uit studenten uit verschillende jaren die allerlei activiteiten organiseren om de verschillende jaargroepen bij elkaar te brengen. Op die manier krijg je veel meer het gevoel dat je allemaal studenten bent van dezelfde opleiding. En het is ook nuttig, want oudere studenten kunnen je van alles vertellen, over stages bijvoorbeeld. Dat team, dat vind ik echt een sterk punt van de opleiding.’

‘Toch iets meer mee doen’
Is het ook nuttig zo’n titel? Mensen: ‘Ik denk dat het voor studenten een stuk gevoeliger ligt dan wij docenten in de gaten hebben. Ik merk op open dagen dat die titel studenten aantrekt. We trekken nu meer studenten uit de regio Utrecht, heb ik de indruk. Los daarvan was er de afgelopen jaren al sprake van een forse groei van het aantal studenten.’ Gijsman: ‘Het werkt wel. In deze tijd willen mensen lijstjes, cijfers, snelle informatie. En ik denk dat studenten daar dus wel op letten. Maar eigenlijk doen we er niet zo veel mee, met die titel topopleiding. Een sheet aan het eind van de presentatie op de Open Dag. Vaak niet meer dan dat. Ondertussen hebben we toch de ambitie om te groeien. Misschien dat we daar toch iets méér mee moeten doen…’

Kenmerkend voor beide opleidingen ook dat er voortdurend wordt gesleuteld. Mensen: ‘We zijn zeker niet klaar. In de eerste twee jaar willen we alle studenten natuurlijk een stevige theoretische basis blijven geven. We willen ze straks meer keuze bieden met een aantal verbredende en verdiepende keuzemodules in het tweede jaar en een aanbod van mini-

minoren van 15 EC in jaar 4. We willen dat de studenten straks met zoveel mogelijk vrijheid, op hun eigen persoonlijke wijze, kunnen aantonen dat ze startbekwaam zijn.’

Gijsman: ‘We zijn altijd aan het nadenken over hoe het beter kan en daar betrekken we zoveel mogelijk de studenten en het werkveld bij. We zijn altijd aan het veranderen. Dat kan soms druk zijn… maar eigenlijk is het heel goed. Daar haal je energie uit.’ (MH)

Topopleidingen – wat de Keuzegids zegt:

  • Bouwkunde: ‘Een echte topper’
  • Civiele techniek: ‘Arnhem is voorbijgestreefd door Zwolle. Hier zijn de studenten vol lof over hun docenten die deskundig zijn en uitstekende begeleiding bieden.’
  • Electrotechniek: ‘De studenten zijn over alle aspecten enthousiast. De inhoud en toetsing zijn van uitstekende kwaliteit.’
  • Global project and change management: ‘Top’
  • Lerarenopleiding lichamelijke opvoeding: ‘De studenten zijn vooral onder de indruk van hun docenten.’
  • Lerarenopleiding natuurkunde: ‘Prima.’
  • Lerarenopleiding scheikunde: ‘De enige topper.’
  • Psychomotorische therapie en bewegingsagogie: ‘Vooral de loopbaanvoorbereiding en de docenten zijn top.’
  • RO-mobiliteit, Zwolle en Almere: ‘De beroepsvoorbereiding is uitstekend en de docenten worden op handen gedragen.’
  • Commerciële economie, Almere: ‘Deze kleinschalige opleiding blinkt op vrijwel alle onderdelen uit.’
  • Hbo-ict Almere: ‘Vooral in Almere leren ze kritisch lezen en denken, en worden ze goed voorbereid op een loopbaan in ict.’

Foto: Jasper van Overbeek

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *