‘De noodzaak tot bezinning laat zich niet opheffen’

INGEZONDEN

De noodzaak tot bezinning laat zich niet opheffen, vindt Jan Hoogland.

‘Na de zomer van dit jaar hoorde ik dat het CvB van Windesheim voornemens was ‘Windesheim in Dialoog’ (WiD) op te heffen. Als lid van de Raad van Advies van WiD was ik al enkele jaren bij dit initiatief betrokken en heb ik het voorrecht gehad met de ontwikkeling van deze kleine afdeling binnen Windesheim te mogen meedenken. Ik kan niet anders dan de opheffing van dit ‘instituut’ betreuren.

Voor mij is er een sterke verbinding tussen geloof, levensbeschouwing en waarden enerzijds en professionaliteit en beroepsopleidingen anderzijds. WiD wilde aan die verbinding aandacht besteden in allerlei publieksactiviteiten binnen en rondom de hogeschoolgemeenschap.

Als het om geloof en om identiteit gaat krijg je dan natuurlijk al snel te maken met de vraag of het maken van zo’n verbinding tussen wereldbeschouwing en beroep niet veel te exclusief werkt. Moet je geloof en werk wel verbinden?  Is Windesheim nu wel of niet een christelijke hogeschool? Is het niet veel beter je zelf als ‘professioneel’ of ‘neutraal’ te presenteren? Volgens mij wordt hier een schijntegenstelling gecreëerd. Dat komt door het feit dat als het om geloof of levensbeschouwing gaat, vooral wordt gedacht aan de exclusiviteit ervan. Hoort het niet bij geloven te onderscheiden tussen ‘gelovigen’ en ‘niet-gelovigen’? Ik zou echter vooral de inclusiviteit van levensbeschouwing, geloof en waarden willen benadrukken. Als het gaat om waarden kun je namelijk niet genoeg de universele betekenis ervan benadrukken.

Waarden spelen altijd mee, in al onze activiteiten, maar vooral in die dingen waarvoor we zijn opgeleid en waarin we onze toekomst zoeken: ons beroep of onze professie. Een leraar probeert leerlingen of studenten verder te brengen in het leven, een verpleegkundige probeert mensen op een waardige wijze te verzorgen en een landbouwkundige probeert zijn steentje bij te dragen aan een duurzame voedselvoorziening.

Zonder waarden, zonder idealen en zonder de hoop en verwachting dat eigen activiteiten aan verbetering en ontwikkeling zullen bijdragen, kan een professional niet zinvol werken. Opleidingen moeten hun studenten de nodige kennis, vaardigheden en instrumenten bijbrengen om hun werk te kunnen doen, maar moeten hen zeker ook helpen bezig te zijn met de vraag van waaruit en waarom zij dit doen.

Helaas moet je vaststellen dat instellingen voor hoger onderwijs wel het eerste doen, het bijbrengen van deskundigheid, maar vaak behoorlijk verlegen zijn als het erom gaat werk te maken van het tweede, de bezinning op achterliggende waarden. Zij brengen wel het ‘hoe’ en ‘wat’ ter sprake, maar bekommeren zich veel minder om het perspectief van waaruit dit belangrijk is. WiD was een initiatief dat in deze leemte wilde voorzien.

Het besluit om iets op te heffen is snel genomen. De vraag hoe dan wel goed aandacht te besteden aan thema’s rond waarden en zingeving, is daarmee echter nog niet beantwoord. Of WiD daarvoor de beste manier was, durf ik niet te beoordelen. In ieder geval is Windesheim het volgens mij aan zijn stand verplicht om veel aandacht te besteden aan de rol van waarden in het werk. Ik ben daarom heel benieuwd naar de voortgang van dit verhaal.’

Jan Hoogland
Bijzonder hoogleraar Christelijke Filosofie aan de Universiteit Twente, en lector Vormend Onderwijs aan hogeschool Viaa te Zwolle.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.