Jan Nabers bepleit nauwere samenwerking beroepsonderwijs en bedrijven

‘Windesheim moet opleiden voor de regio’

‘Windesheim moet opleiden voor de regio. Die focus ontbreekt in de strategische koers. De ambities zijn gericht op de individuele student, de ontwikkeling van een inclusieve en duurzame samenleving en op een betere aansluiting met het mbo. Prima, maar het bedrijfsleven wordt niet eens genoemd. Onbegrijpelijk.’

Zwollenaar Jan Nabers (50) is één van de initiatiefnemers van de ontwikkeling van de regio rondom de Overijsselse provinciehoofdstad. Nabers is zelfstandig ondernemer, oud-hoofd Ruimte en Economie van de gemeente Zwolle en CDA-lijsttrekker bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018. Windesheim kent hij onder andere als lid van de werkveldcommissie van Windesheim Honours College en als adviseur bij de totstandkoming van de master ‘Leadership in Transition’ van domein Business, Media en Recht.

Nabers onderzoekt voor de Zwolse Acht, het samenwerkingsverband van onderwijsinstituten waarvan ook Windesheim lid is, hoe onderwijs en bedrijfsleven verder kunnen integreren. ‘Je moet de werkgevers op het hoogste ambitieniveau meenemen. Ik ben blij dat Windesheim kennis wil delen en een netwerk wil vormen met de omgeving, maar met dit plan verbind je je niet tot in de diepste nerven met de regio. Het is een in zichzelf gekeerd verhaal. Windesheim is nog te veel een gesloten bolwerk dat te weinig van buiten naar binnen kijkt.’

Waarom is integratie van onderwijs en regionale bedrijfsleven noodzakelijk?
‘Je leert veel meer op de werkvloer bij het uitvoeren van interdisciplinaire projecten en als je in het bedrijf les krijgt van een Windesheim-docent die met één been in de praktijk staat. Dat is wel even iets anders dan projectgroepjes waarin je de werkelijkheid nabootst, maar iedereen steeds weer dezelfde taken uitvoert – met als leereffect nul. Kijk naar het mbo. Ik ken een voorbeeld van een samenwerking met tien bouwbedrijven. In het eerste en tweede jaar gaan studenten zich daar oriënteren. In het derde jaar voeren zij echte opdrachten uit en in het laatste jaar lopen ze er stage.’

‘Zo houd je je afstudeerders vast. De behoefte aan hbo’ers is heel groot, maar het aantal hbo’ers dat zich hier vestigt is te klein. De omvang van de brain drain is de laatste jaren niet veranderd, maar er vertrekken nog steeds te veel afgestudeerden. Als je studenten vanaf hun eerste jaar laat meelopen in bedrijven, dan leren ze die kennen. Ze weten dan welk bedrijf bij hen past, waar ze zich prettig voelen. Na vier jaar hebben ze een hechte band opgebouwd en gaan ze hopelijk niet solliciteren in de Randstad.’

‘Werkgevers snappen best dat ze medeopleider zijn en dat studenten geen klusjesmannen zijn maar een hbo-niveau moeten halen. Ze hebben geen belang bij te smalle bedrijfsopleidingen. Laat hen meepraten over de curricula. Je hoeft nergens bang voor te wezen. Ook bij geïntegreerd onderwijs kun je gewoon de eindtermen halen en de nadruk leggen op de individuele ontwikkeling van de student. Werkgevers zien natuurlijk wie goed is, maar ze zullen niemand voortijdig – zonder diploma – met zijn studie laten stoppen.’

Windesheim claimt dat er met de bedrijven in de regio is overlegd over de strategische koers.
‘Er is met een aantal betrokkenen gesproken, maar je kunt niet volstaan met een middagje praten op Windesheim. Alle bedrijven – ook de grote – zijn zeer welwillend, maar ze willen het gevoel hebben toegevoegde waarde te mogen bieden. Het schiet niet op als je alleen naar meningen vraagt. Je moet niet met bedrijven in gesprek gaan en dan de deuren van Windesheim weer dichtgooien. Het is jammer dat Windesheim nog steeds in diezelfde  groef loopt.’

‘Ik geloof wel dat bestuursvoorzitter Henk Hagoort begrijpt dat het gaat om verbindingen leggen. Dat hij een betere aansluiting zoekt met het mbo is positief. Hij moet zich alleen wel realiseren dat niet alle mbo’ers de stap naar hbo kunnen of willen maken. Mooi vind ik ook dat Windesheim gaat bijdragen aan een inclusieve samenleving. Dat spreekt me als CDA’er aan.’

Wat vind je van de internationale gerichtheid van Windesheim?
‘De meeste bedrijven in de regio zijn internationaal georiënteerd maar bij Windesheim zijn het alleen enthousiaste enkelingen die initiatieven ontplooien. Druppels op een gloeiende plaat. Windesheim is veel te lokaal bezig. Zij zou een structureel aanbod moeten ontwikkelen van minoren en stages in het buitenland. Ook daarbij kunnen regionale bedrijven helpen. Sandra Schouten bijvoorbeeld, die IKEA Zwolle heeft opgezet, is nu manager bij IKEA Oslo. Ook de manager van Scania heeft korte lijntjes met Zweden.’

Windesheim wil werk maken van onderzoek in techniek en informatietechnologie. Goede thema’s?
‘Ja, maar ik mis de thema’s ‘de ouder wordende mens’ en ‘het klimaat’. Vind ik raar als je duurzaam wilt zijn. En Windesheim zou bij haar onderzoek moeten kiezen voor een focus op wat ik noem zachte competenties. Aan dat soort onderzoek heeft deze regio, waarin mensen nog om elkaar geven en waar 600.000 inwoners hun omgeving zien als één groot dorp, dringend behoefte. En het bedrijfsleven is ook bereid ervoor te betalen.’

Hans Invernizzi

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.