Dat wordt keuzes maken

Ik ben trots op de Strategische Koers van Windesheim en zie er veel in terug waarop we ook in Almere al een aantal jaren stevig inzetten: een persoonlijke benadering van de studenten met bijzondere aandacht voor de doorstroom van mbo naar hbo. Tegelijkertijd zal het de komende jaren forse aanpassingen vergen in de Windesheimorganisatie.

In mijn visie gaat het in de Koers vooral om het verbeteren van de toegankelijkheid van het hoger onderwijs voor een grotere groep deelnemers, die daarbij zelf hun leerroutes kunnen bepalen. De Associate degrees (Ad’s) en de flexibele deeltijdopleidingen die in september starten zijn al zulke leerroutes, maar er zullen er veel meer ontstaan, aangepast aan de levensfase van de student, de plaats en het tempo waarin hij of zij wil studeren. Deze personalisering van het onderwijs zal grote consequenties hebben voor de organisatie van het onderwijs binnen Windesheim. De onderwijslogistiek zal flexibeler dienen te worden. Het lesgeven als primair proces wordt minder belangrijk, en een matrixorganisatie lijkt een logische consequentie.

De ontwikkeling van de Ad-opleidingen, waar momenteel, 20 procent van onze studenten instroomt, is in feite al een eerste geslaagde stap in de personalisering van het onderwijs. Het hbo wordt hiermee niet alleen veel toegankelijker doordat twijfelende mbo-ers nu wél durven te kiezen voor een vervolgopleiding; het eerstejaars studiesucces neemt hierdoor zowel in de Ad als in de bachelor enorm toe. Dit laatste is niet alleen toe te schrijven aan de aangepaste didactiek, die veel meer toegesneden kan worden op homogenere communities van studenten, maar vooral aan de persoonlijke coaching en aandacht die al begint op de Open Dag en eindigt tijdens de diploma-uitreiking, zoals ik zelf vlak voor de zomer mocht ervaren bij de uitreiking van de eerste Ad-diploma’s aan zeer ambitieuze afstudeerders, in aanwezigheid van hun trotse docenten.

Het wordt interessant om te zien hoe de pilot met flexstuderen en de start van de flexibele deeltijdopleidingen zullen uitpakken. Maar dit zal hoe dan ook grote consequenties hebben voor de organisatie van de onderwijslogistieke keten van roostering tot examinering. Zo zullen docenten en studieloopbaancoaches vaker dan nu het geval is de hele week en ook in de avonden, beschikbaar moeten zijn. Ik maak me daarbij zorgen over onze ICT-systemen en -infrastructuur, die fors aangepast zullen moeten worden om de gewenste flexibiliteit te kunnen ondersteunen. De pilots zullen ons helpen belangrijke keuzes te maken, een robuuste infrastructuur op te bouwen en slimme investeringen te doen. Flexibilisering zal ook veel vergen van bijvoorbeeld de examencommissies. Zij zullen, zoals bij individuele leerovereenkomsten, veel meer maatwerk gaan leveren en ze dienen een ander instrumentarium te ontwikkelen om het eindniveau te borgen. Een belangrijke taak is daarbij weggelegd voor het CvB, dat samen met de Vereniging van Hogescholen er bij OC&W en de NVAO voor moet zorgen dat de accreditatiestandaarden aangepast worden waarbij veel meer van vertrouwen wordt uitgegaan.

Zoals de eerste ervaringen in het Ad-onderwijs laten zien, zal het primaire proces in belangrijke mate verschuiven. Waar nu de nadruk ligt op lesgeven aan cohorten bachelorstudenten, zal straks de rol van de studieloopbaancoach, die de student helpt om een persoonlijke opleiding en leerplan samen te stellen en te voltooien, veel belangrijker worden. Op het niveau van de opleiding zal er een verschuiving plaatsvinden van kennisoverdracht naar assessment, (flexibele) examinering en certificering. Een brede toepassing van Student Analytics moet er voor zorgen dat we optimaal kunnen inspelen op de karakteristieken van (groepen) studenten al voordat ze bij ons binnenkomen.

De vraag van de studenten (naar opleidingen, leerroutes, etc.) en het aanbod van de hogeschool (onze kennis in de vorm van onderwijs en onderzoek) zullen in toenemende mate los van elkaar komen te staan. Dit vereist op den duur een matrixorganisatie waarbij het aanbod van onderwijs en onderzoek efficiënt en zonder dubbelingen georganiseerd is in bijvoorbeeld vakgroepen. Er bestaan dan geen schotten meer tussen opleidingen en tussen domeinen. Vakdocenten zullen hun kennis in meerdere opleidingen aanbieden. De vraag organiseert zich flexibel, afhankelijk van de klant en de markt, met diverse opleidingen en opleidingroutes: Ad’s, bachelors en masters in voltijd en deeltijd, modules, nascholingen, al dan niet in combinatie met toegepast onderzoek. De resultaten van marketinginspanningen zullen daarbij in toenemende mate de drijvende kracht zijn. Dit alles betekent ook dat de samenstelling en de competenties van het docentencorps, de ondersteuning en het management ingrijpend zal wijzigen. Er zullen zich nieuwe loopbaanperspectieven ontwikkelen maar er zullen ook forse investeringen nodig zijn in omscholing en het aantrekken/afstoten van collega’s.

Met deze Stratgische Koers garandeert Windesheim haar bestaansrecht op de langere termijn. De komende periode zullen het bestuur en het directieteam zich met de hele organisatie buigen over de vraag hoe de ‘stip op de horizon’ van het gepersonaliseerde onderwijs er uit moet zien. Via diverse initiatieven en pilots gaan we samen op expeditie om die stip te formuleren. Daarbij dienen we keuzes te maken: wat gaan we uiteindelijk doen? Het antwoord op die vraag zal hoe dan ook forse aanpassingen vergen van zowel de structuur van de organisatie, het management als ons, collega’s.

Rien Komen is directeur van Windesheim Flevoland

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.