‘Instellingsplan maakt verkeerde keuzes’

Windesheims nieuwe instellingsplan moet meer aandacht besteden aan de kwaliteit van het onderwijs en internationalisering, vindt Sander Janssens.

De drie ambities in het instellingsplan 2017-2021 (verbetering van de aansluiting tussen mbo en hbo, persoonlijke flexibele leerroutes voor de student en onderzoek dat zich richt op een duurzame samenleving) leggen prioriteit bij de instroomkant. Het sluit niet aan bij het huidige business model van Windesheim. De uitermate belangrijke stakeholders aan de uitstroomkant worden genegeerd.

Het businessmodel van Windesheim heeft een zekere logica. Het werkveld bepaalt uiteindelijk of onze studenten waardevol zijn. Een afgestudeerde hbo´er zonder baan is slechte reclame voor Windesheim. Onze belangrijkste prioriteit als onderwijsorganisatie is dus aansluiting met het werkveld. Daartoe leiden we studenten op met overdraagbare vaardigheden, oftewel 21st century skills. Zodat het werkveld graag door Windesheim opgeleide studenten in dienst neemt en studenten voor meerdere werkgevers aantrekkelijk kunnen zijn. Op de tweede plaats staan docenten die didactisch en inhoudelijk sterk zijn en deze studenten helpen hun talent te ontwikkelen. Op de derde plaats staat een flexibele organisatie die het onderwijsproces ondersteunt.

Levenslang leren is het devies. Onze buren, de hogeschool Saxion, lukt het om veel contractactiviteiten voor professionals uit het werkveld te halen. Als Windesheim hierin gericht investeert, kan Windesheim ook hier een grotere omzet halen. Helaas, investeren in een betere aansluiting van opleidingen voor professionals hoort niet tot de drie ambities van het instellingsplan.

Als het onderwijs op macroniveau zo ingericht is dat laatbloeiers, studenten met talent, veel mogelijkheden hebben om hogere opleidingen te stapelen is er sprake van een emancipatoire functie. Aansluiting mbo-hbo is primair een macrotaak van de overheid. De kwaliteit van de instroom is de afgelopen 15 jaar gedaald. Nog maar 8 procent van de eerstejaars hbo komt van het vwo, tegenover 50 procent havo en 32 procent mbo. Waarom neemt Windesheim in zijn eentje op instellingsniveau zo’n grote (financiële) verantwoordelijkheid voor een betere aansluiting mbo-hbo? Terwijl de kans op succes uitermate klein lijkt.

Het is onbegrijpelijk dat in het instellingsplan het woord internationalisering niet voor komt! Nederland is een handelsnatie met een open economie. Het werkveld heeft internationaal georiënteerde studenten nodig. Elke zichzelf respecterende hogeschool in Nederland besteedt aandacht aan internationalisering van het hoger onderwijs. Windesheim zoekt geen aansluiting met andere Europese Universities of Applied Sciences, noch investeringen in een bloeiend talencentrum om studenten moderne talen te leren, noch internationale uitwisselingen, noch een verplicht Engelstalig semester. Gerichte internationalisering leidt tot studenten die beter voorbereid zijn op de internationale toekomst. En daarmee op een baan in het internationaler wordend werkveld. Studenten willen dit wel. Nu gaan de meeste studenten met internationale aspiraties naar Stenden in Leeuwarden, Saxion in Deventer of naar de Hanze hogeschool in Groningen. Windesheim dreigt op den duur een culturele mono enclave te worden. Terwijl Zwolle als Hanzestad al eeuwenlang profijt van een internationaal perspectief  heeft gehad.

Kortom het instellingsplan maakt de verkeerde keuzes die ingaan tegen de zakelijke logica van een onderwijsinstelling. Men richt zich te veel op de mbo-instroomkant. Terwijl ons bestaansrecht als kwalitatief goede hoger onderwijs instelling vooral gebaseerd is op waardevolle netwerkrelaties met onze stakeholders aan de uitstroomkant.

Sander Janssens is marketing docent bij domein BMR, coördinator minor
International Business Studies en kandidaatlid CMR.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.