‘Hinderlijk gedrag begint vaak klein’

Hoe ontstaan incorrecte situaties in de klas? Studenten nemen elkaars gedrag over en er ontstaat een neerwaartse spiraal, legt Bruno Oldeboom uit.

Studenten die rommel achterlaten in het lokaal, die zich niet aan opdrachten en inleverdata houden, die brutaal doen of pesten. Het begint vaak klein, maar het gaat langzaam van kwaad tot erger, tot het haast de spuigaten uit komt. Ze doen het vaak niet expres …. maar de anderen hebben er wel last van.

Zijn studenten tegenwoordig individualistischer, willen ze hun opleiding ‘Netflixen’ (zeg maar; ik kijk wat ik leuk vind, als ‘t mij uitkomt en de rest boeit niet), of weten ze niet wat fatsoenlijk gedrag is? Maar hoe komt het dan dat ze zich wél professioneel kunnen gedragen tijdens stages of projecten? Daar komen studenten vaak goed gekleed en op tijd, ze werken constructief en meestal met een positieve bijdrage aan de sfeer! Hoe kunnen we deze tegenstrijdige beelden verklaren? En is er iets aan te doen?

Een verklaring voor incorrect gedrag in de klas kunnen we vinden bij het principe van sociale conformiteit. De term werd bekend door het onderzoek van Asch uit de jaren ’50. Hij toonde met experimenten aan dat sociale druk er voor kan zorgen dat een persoon dingen zegt of doet die overduidelijk niet correct zijn. Sociale conformiteit vindt natuurlijk ook plaats in het onderwijs. Mensen richten zich vaak niet zo zeer op de formele regels, maar kijken naar het gedrag van anderen. Bijvoorbeeld; als anderen in de klas te laat komen en de docent doet er niet moeilijk over, dan geldt de regel van op tijd komen waarschijnlijk niet meer en mag je dus zelf bepalen hoe laat je de les binnen loopt. Vergelijkbare verklaringen kun je vinden voor rommel in het lokaal, te laat inleveren van opdrachten, maar ook voor brutaal doen of pesten.

De eerste neiging om de neerwaartse spiraal tegen te gaan met nul-tolerantie en hard aanpakken, is vaak niet zo verstandig: de positieve effecten worden vaak overschaduwd door de negatieve. Eric van ’t Zelfde, de directeur van de probleemschool in Charlois te Rotterdam kan er over mee praten. Hij bestreed zo succesvol hinderlijk gedrag, maar het sloopte zijn personeel.

Maar hoe moet je het dan aanpakken? Uit de didactische hoek komen geen standaard-recepten. Inspirende lessen doen wonderen voor de sfeer in de klas. En een docent die een goede relatie opbouwt met studenten en betrokken is, krijgt veel voor elkaar. In veel ‘lichte’ gevallen, zoals bij te-laatkomers kan een grapje maken al helpen: “Hé, ik hoop dat je het niet erg vindt, dat we alvast zonder jou begonnen zijn?”

Het markeren van de overtreding, op welke manier dan ook, kan helpen om het conformeren aan die nieuwe sociale regel te doorbreken. Vervolgens kan het mobiliseren van de groep, door te checken of er ook anderen zijn die zich over de kwestie willen uitspreken, een goede vervolgstap zijn. Bij ‘zware’ gevallen, zoals pesten, is een systematische en diepgaande aanpak noodzakelijk. De beste oplossing vinden, is soms niet makkelijk en vraagt veel didactische wijsheid van de docent.

Bruno Oldeboom is hogeschoolhoofddocent ‘Didactiek en het opleiden van leraren’ bij het domein Bewegen en Educatie. ‘Sociale conformiteit in de klas’ is een van de onderwerpen tijdens het Didactisch Café van donderdagmiddag 1 juni. Kijk op Sharenet voor meer informatie.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.