‘Sociale wijkteams leren effectief samenwerken’

Samenwerken in sociale wijkteams lukt beter met een door Windesheim ontwikkeld computerprogramma. Monique Mensen bedacht met een groep docentonderzoekers en studenten een ‘samenwerkingsthermometer’ waarmee zorgverleners de samenwerking kunnen monitoren en efficiënter inrichten. Het instrument heeft zijn bestaansrecht bewezen in Meppel, Groningen, Dalfsen en Zwolle.

Voordat in 2014 de uitvoering van de eerstelijns zorg naar de gemeenten werd overgeheveld, werkten zorg- en welzijnsprofessionals vaak langs elkaar heen. De ene beroepskracht wist niet wat de andere deed en van systematisch overleg was daarom dikwijls geen sprake. Er zijn gevallen bekend waarbij negen organisaties afzonderlijk actief waren in hetzelfde probleemgezin. Dat moest anders, vond de overheid. Daarom werden interdisciplinaire wijkteams gevormd.

Efficiënt
Gezondheidswetenschapper en docent Monique Mensen (48) onderzocht – op verzoek van ruim twintig zorg- en welzijnsorganisaties en in opdracht van de lectoraten innoveren met ouderen en sociale innovatie – hoe de leden van wijkteams effectief en efficiënt kunnen samenwerken met elkaar en met mantelzorgers en vrijwilligers. Want dat gebeurde niet. Mensen begon met regionaal en landelijk onderzoek naar bevorderende en belemmerende factoren. Die bleken overal hetzelfde.

“Professionals gaven aan dat de start van de teams gepaard ging met grote onzekerheden. Logisch, want er was sprake van tegengestelde belangen tussen hun moederorganisaties. Mensen wisten niet of ze hun eigen werk konden blijven doen. Specialisten waren beducht voor het moeten functioneren als generalist. Jeugdhulpverleners vroegen zich bijvoorbeeld af of ze ouderen steunkousen moesten gaan aantrekken.”

“Een ander twistpunt was: wie wordt de regisseur van de zorg en welke organisatie krijgt het meeste geld. Tegengestelde belangen en discussies over de taakverdeling hielden de snelle vorming van goed functionerende teams tegen, maar over zorginhoudelijke zaken werden de beroepskrachten het meestal wel eens. De grootste problemen deden zich voor op het relationele niveau. De teamleden moesten elkaar gaan vertrouwen en zich verdiepen in elkaars expertises en werkwijzen.”

Miscommunicatie
“Uit ons praktijkonderzoek bleek dat professionals moeilijk tot een constructieve dialoog komen. Ze mopperen vaak over gebrek aan geld en tijd, maar dat zijn zaken waarop ze zelf weinig invloed hebben. In de samenwerkingsthermometer kom je daarom geen vragen over geld en tijd tegen.” Wat het instrument wel doet, is teamleden, mantelzorgers en vrijwilligers – individueel en collectief – bevragen over hun samenwerking. Het programma analyseert de uitkomsten en draagt passende oplossingen aan.

“De thermometer laat zien welke factoren je als team wel kunt beïnvloeden. Iets ogenschijnlijk simpels als het inzetten van de juiste vergadertechnieken, bijvoorbeeld, leidde tot ergernis omdat professionals casussen alleen bespraken vanuit hun eigen expertise. Men had er moeite mee elkaar daarop aan te spreken. Onze thermometer helpt dit soort miscommunicatie te onderkennen en aan te pakken. De teams geven aan dat ze nu beter communiceren en dat komt de kwaliteit van de zorg ten goede.”

Centraal
Van samenwerking met mantelzorgers en vrijwilligers kwam aanvankelijk ook niet veel terecht. De beroepskrachten hadden nauwelijks contact met hen. “Professionals hadden de neiging op eigen houtje te werken. Er wordt nu dankzij de thermometer geïnvesteerd in samenwerking. De professionals voeren samen met hen op de cliënt toegesneden zorgplannen uit. De cliënt staat centraal.”

Hans Invernizzi
Foto: Wouter van Emst

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.