‘Wat doe ik nu weer fout?’

Nico Smeenk, docent aan de opleiding industrieel product ontwerpen, woont en werkt tot de zomer in Chongqing, China. Daar geeft hij les op een partneruniversiteit van Windesheim.

Klungelachtig, onhandig, hulpbehoevend. Ik voel me als een klein kind dat overal bij geholpen moet worden. Ik kan in theorie tot duizend tellen in het Chinees, maar als iemand me zegt dat iets 24 Yuan kost, dan vangen mijn oren (of wat daar tussen zit) dat niet op. Nu heb ik vanochtend toch aardig lang zitten studeren op hoe je ‘yishuxueyuan’ (Art en Design School) uitspreekt… maar de bestuurder van het shuttlebusje bij de ingang van de campus kijkt me aan alsof ik hem zojuist gevraagd heb om me naar de planeet Mars te brengen. Gelukkig is er dan altijd wel een behulpzame student in de buurt aan wie ik het in het Engels kan vragen.

Ik denk dat ze dit het derde niveau van het adaptatie-proces noemen. Frustratie.

Ik heb al eerder dit soort ‘cultuurschokken’ meegemaakt. Toen ik uit Nederland vertrok om in Italië te gaan wonen en werken, en 25 jaar later toen ik weer terugkeerde naar Nederland. Maar hier in China is de ‘shock’ toch wel van een andere graad en dimensie. Ik ben continu op zoek met ogen, oren en verstand naar iets dat ik kan duiden: een klank, een teken, een woord, een uitdrukking… en ik besef weer eens hoe diep mijn identiteit geworteld is in de taal (of talen) die ik spreek.

campusshuttlebus2Gedreven door nieuwsgierigheid ben ik enkele dagen geleden aangeschoven bij een klas internationale studenten voor een basis-les over culturele adaptatie. Een les voor beginnende expats. Praktische problemen die je tegenkomt: het pikante eten, vervoer, klimaat, gewoontes. Reacties als: ‘waarom kijkt iedereen naar mij…?’, en: ‘wat doe ik nu weer fout?’. Allemaal heel herkenbaar na mijn eerste dagen. En in die eerste dagen lach je daar een beetje om: dat is het eerste niveau van adaptatie. In het tweede niveau beginnen al die cultuurverschillen je toch wel te storen: je (Nederlandse) identiteit begint wat in de war te raken, je twijfelt wat aan jezelf. Het derde niveau is frustratie. Daar is geen andere oplossing voor dan gewoon door te bijten, flaters te slaan, hulp te vragen, open te staan voor de andere cultuur, goed op te letten hoe anderen iets doen, je de taal (een beetje) eigen te maken.

Dan zijn er nog drie volgende niveaus van adaptatie, in opgaande lijn: 4. groeiende effectiviteit, 5. erkenning en 6. persoonlijke groei. Zo af en toe in deze dagen denk ik weer aan de laatste vier woorden van die presentatie over adaptatie: Patience… lots of patience.

Ja, dit is mijn halte, ik ben er – yishuxueyuan – gelukkig maar dat ik er al eerder ben geweest en het gebouw herken. Nu moet ik me, met mijn lange benen en mijn grote voeten, alleen nog uit die smalle doorgang tussen de stoeltjes zien te wurmen. Ook een vorm van ‘disadaptatie’…

Dat gaat klungelachtig, onhandig … maar ik ben waar ik moet zijn!

Nico Smeenk

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.