‘Deeltijder beslist over hoe en wanneer’

Bij het nieuwe flexibel deeltijdonderwijs gaat het om het geleerde en niet om de manier waarop dat gebeurt. Dat is wennen voor docenten, zegt Mirriam Jansen.

Komend studiejaar starten alle domeinen met nieuwe vormen van deeltijdonderwijs, in het kader van de landelijke pilot flexibilisering. Leeruitkomsten in combinatie met leerwegonafhankelijke toetsing zijn het vertrekpunt voor flexibele opleidingstrajecten. Het gaat hierbij om de output in plaats van de input en het proces.

In tegenstelling tot de voltijdopleidingen, waar onderwijseenheden of vakken de basis zijn van het curriculum, staan bij het deeltijdprogramma leeruitkomsten en toetsing centraal. De manier waarop een student leeruitkomsten heeft gerealiseerd is niet voorgeschreven. Dit kan zijn via contactonderwijs, online leren, werkervaring/werkplekleren of informeel leren. Ook de hoeveelheid tijd is niet opgelegd. De opleiding bepaalt het wát en de kwaliteitseisen. De student beslist over het hoe en wanneer.

Dat het gaat om het geleerde en niet om de manier waarop dat gebeurt, is best wennen voor ons docenten. Wij zijn gewend om zelf te bepalen welke kennis en vaardigheden wij belangrijk vinden om over te dragen. Maar bij flexibel deeltijdonderwijs bepalen de leeruitkomsten wat belangrijk is en wat er getoetst moet worden. Dikwijls zal het zo zijn dat de docent die het onderwijs verzorgt niet degene is die toetst. Het valide en betrouwbaar toetsen van leeruitkomsten blijkt geen gemakkelijke opgave, zoals we nu ontdekken. Binnen het domein Gezondheid & Welzijn werken we met eenheden van leeruitkomsten van gemiddeld 10 EC. En het is zoeken naar een werkbare manier om een ruime hoeveel kennis, vaardigheden en houdingsaspecten volledig te beoordelen binnen beroepsproducten en assessments.

Collega’s vragen mij regelmatig wat er zo anders is aan deze ‘nieuwe flexibele’ deeltijdopleiding.  Ook is er zorg. Gaan ‘jullie’ dan niet iets heel anders doen dan ‘wij’ bij voltijd? Leren deeltijdstudenten wel hetzelfde? En is wat zij leren van voldoende kwaliteit en niveau? Een doel van de landelijke pilot is om het deeltijdonderwijs beter aan te laten sluiten bij de behoeftes van werkende volwassenen en scholingsvragen van het werkveld. Vanuit deze doelstelling is flexibiliteit vertaald in de mogelijkheid om via meerdere routes een erkend diploma of certificaat te behalen. De leeruitkomsten zijn voor iedereen gelijk. Route en tempo om deze te behalen kunnen verschillend zijn. Dus versnellen kan ook. Bijvoorbeeld door leeruitkomsten die via werkervaring verworven zijn in één keer te laten toetsen en beoordelen via een portfolioassessment.

Door de modulaire opzet is de volgorde waarin aan de leeruitkomsten wordt gewerkt vrij. Ook dat vraagt om een andere manier van denken over curriculumopbouw. Voortbouwen op eerdere onderdelen uit het curriculum kan nog maar beperkt. Wij lossen dit op door een deel van de basiskennis en basisvaardigheden leerroute onafhankelijk aan te bieden.

Deeltijdstudenten worden opgeleid voor hetzelfde beroep als waar voltijdstudenten voor opgeleid worden. Zij volgen wel  een andere route, waar zij zelf veel zeggenschap over hebben, maar moeten aan het eind van rit aan dezelfde eisen voldoen, c.q. aantonen dat zij de beoogde opleidingskwalificaties behaald hebben. Of zoveel vrijheid bij het kiezen van een studieroute zal leiden tot voldoende kwaliteit en niveau? Dat zullen we gaan ervaren wanneer we er vanaf september in de praktijk mee aan de slag gaan. Maar ik ben van mening dat het werken met leeruitkomsten hier alle kansen voor biedt.

Mirriam Jansen is projectleider van de pilot flexibilisering deeltijdopleidingen van domein Gezondheid en Welzijn.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.