Ingezonden: ‘Universiteiten moeten kiezen tussen twee walletjes’

Bert van der Zwaan, rector magnificus van de Universiteit Utrecht, is een gedreven man met heldere opvattingen. Ik heb hem zeer gewaardeerd toen ik nog bij de Universiteit Utrecht werkte. Nu verscheen er boven een artikel in de NRC (11 januari) een uitspraak van hem, ‘Hoger Onderwijs, daar hoort echt niet iedereen in’. Die zin roept weerstand op, maar is zo waar als een huis.

Draai de stelling eens om (‘Hoger onderwijs, daar hoort iedereen in’) en iedereen zou de mogelijkheid hebben, dan ligt ons land echt stil. Nederland smacht ook naar goede ambachtsmensen en er is nooit een tijd geweest dat iedereen bedoeld was om naar het hoger onderwijs te gaan. Treinen en bussen rijden niet meer, lekkages worden niet meer verholpen,  grote delen van de verzorging vallen weg. En als je de stelling doortrekt, betekent het dan als je het niet redt, omdat jou talenten elders liggen, je niet meer meetelt. In een land heb je een mix van talenten nodig. Het ene talent is niet meer waard dan het andere talent, ook al noemen we het ‘hoger’.  Dus ik ben ik vanuit het perspectief van een innovatieve en inclusieve samenleving helemaal eens met de stelling die boven het artikel staat.

Ik denk dat Van der Zwaan een oplossing zoekt voor twee vraagstukken. Wat te doen met de grote toestroom van studenten in het wetenschappelijk onderwijs die helemaal niet komen voor de wetenschap? Die voor die wetenschap ook niet bereid zijn de prijs voor te betalen, die daar internationaal voor telt, namelijk heel veel ambitie en een gigantische inzet? Persoonlijk ken ik er als vader ken ik er al drie binnen één gezin. Het tweede waar hij mee zit is dat de bekostiging van het wetenschappelijk onderzoek grotendeels los staat van de bekostiging van het onderwijs. Binnen de universiteit wordt aangenomen dat dit wel gelijk op behoort te gaan. Dat is echter niet het gegeven. Nederland heeft geld over voor onderwijs en onderzoek. Die bedragen gaan niet parallel omhoog. Bert zoekt de oplossing in het dan maar verhogen van het collegegeld. Dat stuit mij tegen de borst. Ik ben van mening dat iedereen die dat kan en wil hoger onderwijs zou moeten kunnen genieten. Mee doen in onderzoek is iets anders. Daar kan een overheid keuzes in maken die los staan van het onderwijs.

Een poging om het nader uit te werken, in de vorm van een oproep aan de komende regeringscoalitie:

Beste aankomende coalitiegenoten, nu verkiezingen voorbij zijn, bepaalt u hoeveel geld Nederland over heeft voor onderzoek. Wees daar niet te zuinig in, want zonder voldoende innovatie wordt het niet beter in Nederland. Bepaal bij de gekozen mate van bekostiging hoeveel studenten actief betrokken moeten worden bij dit onderzoek en wees daarin helder en accepteer geen open toegang, maar eis selectie op basis van talent en ambitie. Oneindig toevoegen van studenten aan wetenschappelijk onderzoek verlaagt de kwaliteit.

Daarnaast, beste coalitiegenoten, richt het hoger onderwijs zo in dat er voor elke student die in beginsel geschikt is voor het hoger onderwijs er een min of meer vast bedrag beschikbaar is om een studie te volgen. Maak dat bedrag geen onderdeel van de jaarlijkse prioriteiten, maar blijf stabiel investeren in de jeugd en in de toekomst van het land.

Is deze aanpak mogelijk? Ja zeker. Als we afstappen van het oneigenlijke onderscheid tussen universitaire en hbo bachelors en masters. Maak een onderscheid in professionele en research bachelors en masters. Recht en geneeskunde aan een universiteit zijn bijvoorbeeld in hoofdzaak een professionele bachelor en master. Wanneer gaat dit lukken? Als de hoogleraren wat bescheidener worden, niet in hun wetenschappelijke bijdrage, maar in hun capaciteiten voor hoger onderwijs. Er zijn genoeg voorbeelden van talentvolle professionals die willen afstuderen, maar met hun behoefte aan bijdrage aan de samenleving niet passen in de niche van de hoogleraar. Die niche van de hoogleraar wordt bepaald door de mate van citeren door collega’s in de wereld en niet door de mate waarin het binnen de samenleving wordt toegepast.

In de financiering van een universiteit en een hbo zit één groot onderscheid. Een hbo krijgt betaalt per student en daarnaast heel weinig voor onderzoek. Een universiteit krijgt betaald per student en los daarvan voor onderzoek. Als het aantal studenten stijgt dan stijgt het bedrag voor het onderwijs wel mee, maar niet het bedrag voor onderzoek. De onderzoeksopdracht wordt niet meteen groter bij meer studenten. Door nu de totale bekostiging van de universiteit te delen op de groei in studenten ontstaat een beeld van een hele forse daling. Bert van der Zwaan voelt dat probleem heel goed aan. Als er steeds maar meer studenten naar de universiteit gaan zonder dat ze echt interesse hebben in wetenschap dan groeit die onbalans.

In een klassieke universiteit werd van elke student ook een bijdrage in de wetenschap verwacht. Een hoogleraar onderzoekt en deed onderwijs erbij. Nu ontstaat er een worsteling binnen de universiteiten. Ze krijgen teveel studenten binnen dan ze aan kunnen binnen de wetenschap en een deel van die studenten komt niet voor de wetenschap. Het zou beter zijn dat studenten die een loopbaan, een beroep, in de samenleving en niet in de wetenschap ambiëren naar een ander type universiteit gaan. In Nederland noemen we dat het HBO, universiteiten van toegepaste kennis – in tegenstelling tot onderzoeksuniversiteiten. Dus met een opwaardering van het HBO naar universiteit van toegepaste kennis, kunnen de onderzoeksuniversiteiten veel meer richten op onderzoek. De Universiteit Utrecht en ook de Universiteit van Amsterdam worden dan substantieel kleiner, want ze nemen afscheid van de richtingen die eigenlijk beroepsopleidingen zijn voor rechters, artsen etc. De universiteiten van toegepaste kennis kunnen zich dan volledig richten op het onderwijs en het oplossen van het innovatiegat in Nederland. Een breed scala aan toegepaste masters kan ontstaan.

Maar wie zitten die masters nu af te houden? Wie doet laatdunkend op de waarde van toegepast onderzoek? Ik zou ook voor een discussie over een stelselwijziging willen gaan. Daarin hebben we onderzoeksuniversiteiten met een onderzoeksopdracht die studenten op kunnen nemen die voor de wetenschap willen gaan en in een omvang die de wetenschap kan verdragen. Dan mag daar geselecteerd worden op talent en ambitie. College geld hoeft daar absoluut geen instrument te zijn. Al die andere studenten gaan naar de universiteiten van toegepaste kennis.

 

‘Hoger onderwijs, daar hoort echt niet iedereen in. ‘We kunnen ons afvragen of we de beroepsopleidingen die we hebben niet beter aan het hbo kunnen geven. Daar worden studenten goedkoper opgeleid. Studenten (…) hebben nauwelijks belangstelling voor onderzoek. We zouden in Nederland een discussie over een diepgaande stelselwijziging moeten hebben.’

(De Utrechtse rector magnificus Bert van der Zwaan in de NRC van 11 januari)

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.