Ingezonden: ‘De kracht van positieve discriminatie’

Ömür Gökcan vraagt zich in de win’ van 8 december jl. af waarom er een aparte aanpak zou moeten gelden voor moslims en waarom mensen willen vasthouden aan positieve discriminatie. Bas van der Meijden reageert.

Wat het eerste betreft: moslims worden in onze samenleving over het algemeen als minderheid erkend. Dat betekent dat kan worden vastgesteld dat mensen die tot deze groep behoren minder succesvol blijken in de samenleving (net zoals dat voor andere minderheden geldt, bijv: vrouwen, homo’s of mensen met een functiebeperking). In een op vrijheid, gelijkheid en solidariteit gebaseerde democratie is het niet meer dan normaal dat er ‘aanpakken’ worden ontwikkeld om deze achterstelling weg te werken. Dat zou dus ook binnen onze hogeschool moeten gebeuren. In het oorspronkelijke artikel in de Win’ heb ik gesteld dat dit beleid er niet of nauwelijks is. Alleen ten aanzien van studenten met een functiebeperking bestaat er naar mijn weten expliciet beleid. Verder wordt er wel een Windesheimbrede minor ‘diversiteit’ ontwikkeld, maar dat is geen direct uitvloeisel van beleid.

En dan het tweede punt, positieve discriminatie. Elke sociale omgeving (zoals een bedrijf of instelling) heeft niet alleen een kwalificerend effect, maar is ook van invloed op de socialisatie en de persoonsvorming. Organisaties zouden dit actief kunnen beïnvloeden door mensen met diverse achtergronden aan te nemen en met elkaar te laten samenwerken. Ik ben niet de enige die ervan overtuigd is dat mensen die in een sociaal veilige omgeving samenwerken met collega’s die anders zijn dan zijzelf (autochtoon, allochtoon, transgender, hoogbegaafd, rijk, arm, autistisch, etc) beter in staat zijn om andersdenkenden te begrijpen, toleranter zullen zijn, minder vooroordelen zullen hebben en creatiever kunnen zijn. Dat zou je de kracht van diversiteit kunnen noemen.

Windesheim heeft die kracht van de diversiteit tot een van de vier uitgangspunten verheven. Bovendien leven we in een samenleving waarin de polarisatie lijkt toe te nemen. Daarom lijkt het me niet meer dan logisch dat Windesheim actief werk maakt van positieve discriminatie. Overigens is het wel van belang de positieve discriminatie niet alleen te laten gelden voor bepaalde minderheden, maar je te realiseren dat diversiteit voor iedereen geldt. In een team dat voornamelijk uit allochtonen en/of homo’s bestaat is het goed bijvoorbeeld eens aan een hetero-autochtoon te denken. Om te voorkomen dat het vooroordeel postvat dat je ergens vooral zit vanwege je diversiteit, is het nodig om in te zien dat je persoonlijke kenmerken niet bestaan náást je inhoudelijke kwaliteiten, maar daar deel van uitmaken. Gelijke geschiktheid gaat daardoor iets heel anders betekenen. Het verschil in geschiktheid heeft dan vooral te maken met kansen om bij te dragen aan voldoende diversiteit van het team of de klas.

Bas van der Meijden is docent
LVO geschiedenis

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.