Profiel: ‘Lector Liesbeth Hermans gelooft in oplossingsgerichte journalistiek’

‘Student moet maatschappelijk debat leren stimuleren’

Liesbeth Hermans (56), lector constructieve journalistiek bij het kenniscentrum media, gelooft dat journalisten het zwart-wit denken in de maatschappij kunnen helpen doorbreken. “Zij moeten dan wel beter laten zien dat grote groepen wel genuanceerd denken en oplossingen voor hun problemen aandragen. In de media voor- en tegenstanders tegen elkaar laten schreeuwen, zoals bij de zwarte pietendiscussie gebeurt, leidt nergens toe. Die mensen bereiken elkaar zo toch niet.”

Communicatiewetenschapper Liesbeth Hermans constateert dat de Nederlandse journalistiek zich de afgelopen twee, drie decennia niet voldoende heeft ontwikkeld. “De gewone burger en diens denk- en leefwereld krijgen te weinig aandacht. De journalistiek opereert nog te veel vanuit het perspectief van de politiek, grote instituties en bedrijven. Hoewel journalisten hun waakhondfunctie serieus nemen, leiden hun keuzes ertoe dat negativiteit de overhand heeft gekregen in het nieuws. De kritische journalist Iijkt een cynicus te zijn geworden.”

“Negatieve berichtgeving maakt ook de nieuwsconsument cynischer. Uit de gedragswetenschap weten we dat berichtgeving zonder perspectief verlammend werkt. Mensen wenden zich af. Je moet als media niet alleen de problemen bij je lezer neerleggen en zeggen: zoek het maar uit. Daardoor zit het publiek vaak met het gevoel: het is allemaal ellende. Je moet ook laten zien dat er oplossingen zijn. Dat kan met constructieve journalistiek die de burger het gevoel geeft betrokken te zijn bij het nieuws. Dat nieuws moet over hem en zijn leven gaan.”

De journalistiek moet de werkelijkheid toch niet mooier voorstellen dan zij is…
“Ik pleit niet voor een goed nieuwsshow. Feiten blijven feiten, maar de interpretatie van feiten kan minder negatief. Nu kiezen journalisten routinematig voor een bepaalde, vaak negatieve interpretatie. Als je – zonder context – leest dat er veel wordt ingebroken in je buurt, dan geeft dat een gevoel van onveiligheid. Daar word je doodongelukkig van. Maar je moet geen slachtoffer maken van de burger. Als die leest dat er, vergeleken met vroeger, minder wordt ingebroken en dat hij inbraken zelf kan helpen voorkomen, dan gaat hij niet naar bed met het idee dat de wereld alleen maar ellendig is.”

Maar het meeste nieuws is toch negatief nieuws?
“Nee, dat is een opvatting. Het idee dat negatief nieuws het echte nieuws is, is er ooit een keer ingeslopen bij de journalistiek. Natuurlijk kijken mensen naar nieuws over ongelukken, dat is menselijk, maar dat betekent niet dat het het enige nieuws is dat ze willen. Auto botst op boom, dat zal altijd nieuws blijven, maar schets ook de positieve ontwikkeling dat er juist minder ongevallen gebeuren in een bepaalde stad. Journalisten kijken te routinematig naar onderwerpen. Ze bevestigen wat we toch al denken.”

“Je kunt het nieuws ook minder pessimistisch en toch interessant en realistisch presenteren. Kijk bijvoorbeeld naar hoe er bericht wordt over de misstanden in de zorg. Met al die lijstjes. Zwart-wit. Dat kan veel genuanceerder. Die zorginstelling, die negatief in het nieuws komt, is natuurlijk niet honderd procent slecht. Je kunt zo’n organisatie makkelijk afbranden, maar vraag je eerst af welke criteria zijn gehanteerd bij de beoordeling. Ga er zelf naartoe en praat met de mensen die er werken voor je je oordeel vormt en opschrijft.”

Liesbeth Hermans stamt uit een politiek geëngageerd Limburgs KVP-gezin, waarin het katholieke geloof geen grote rol speelde.“Mijn selfmade vader leerde zijn drie dochters wel altijd respect te hebben voor je medemens – en dat je als vrouw economisch zelfstandig moest zien te worden.” Hermans studeerde handvaardigheid en kunstgeschiedenis in Maastricht en communicatiewetenschap in Nijmegen. Ze promoveerde op onderzoek naar het nieuwsproductieproces bij het NOS Journaal.

Hermans is, naast haar baan in Zwolle, in Nijmegen coördinator van de master media, journalistiek en nieuwsgebruik bij de Radboud Universiteit en onderzoeker bij het Behavioural Science Institute. Bij Windesheim doet Hermans publieksonderzoek. Ze werkt daarbij nauw samen met lector civiele journalistiek Nico Drok en de Deense journaliste Cathrine Gyldensted, die constructieve journalistiek doceert.

Waarom is bij Windesheim constructieve journalistiek een speerpunt?
“Bij mijn eerdere onderzoeken heb ik gezien dat toevalligheden bepalen wat nieuws wordt en wat niet. De nieuwsselectie wordt sterk bepaald door persoonlijke keuzes van individuen. Hiërarchie speelt daarbij een grote rol. Een ervaren journalist zal eerder een item kunnen maken dan een jonge beginneling. Bij met name tv-nieuws spelen productieprocessen en tijdsdruk een belangrijke rol. Als je een journalist op pad stuurt en er blijkt geen echt nieuws te zijn, dan laat je hem toch maar een stand-upje doen omdat hij ter plaatse is.

“Wij leiden studenten op die kritisch reflecteren op deze bestaande werkwijzen in de informatievoorziening. We vinden dat er ook voor beginnende journalisten een maatschappelijke rol is weggelegd. Ze moeten als constructieve journalist het debat stimuleren door hun binding met en betrokkenheid bij de maatschappij. Onze studenten moeten zich ervan bewust zijn dat zij, door de keuzes die ze maken, hun eigen versies van de werkelijkheid construeren. Daarom leren we hen vanuit meerdere perspectieven schrijven, bijvoorbeeld vanuit dat van jongeren.”

Hans Invernizzi
Foto: Jasper van Overbeek

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.