Ingezonden: ‘Het wilde maar niet tot ons doordringen’

Bedankt, Albert Cornelissen! U hebt ons – en dan spreek ik als opleidingsdocent van de Calo – in uw afscheidsinterview duidelijk gemaakt dat we tevreden moeten zijn met de ontstane situatie onder uw bewind.

En waarachtig, volgens de Keuzegids HBO staan we met onze LO opleiding nu immers (weer) op nummer 1 en moeten we niet langer en tegendraads blijven zeuren over eventueel verlies van eigenheid. Niet meer treuren over een blijvend tekort aan eigen accommodatie, over het niet langer meer kunnen uitbaten van een eigen kantine of het zelf ontwikkelen van een curriculum volgens onze eigen standaarden.

Onze dank is groot. Net als de anarchistische journalisten hebben we ons – top-down – door u en uw kompaan Jan Willem Meinsma in al die jaren laten temmen door een grote hoeveelheid aan uitgevaardigde en opgelegde WOO standaarden, protocollen en andere bureaucratische regels. En zoals uw vazal en ex domeindirecteur van B&E Harry Frantzen dat in zijn nieuwjaar speech ook altijd zo mooi en krachtig kon zeggen: de neuzen staan in ieder geval weer allemaal dezelfde kant op.

Ook dank voor uw stimulerende woorden: “We vinden het normaal dat mensen in allerlei beroepen blijven bewijzen dat ze hun bevoegdheid verdienen, maar in de hele onderwijskolom geldt kennelijk: eens docent, altijd docent en daarom heerst er intrinsieke weerstand tegen her accreditatie van het docentschap. Dat is vreemd. Ik hoop dat docenten binnen het nieuwe onderwijsconcept de ruimte zoeken om alle aspecten van hun vak bij te houden.” Op de Calo heeft bijna iedereen nu zijn master inmiddels afgerond.

Deze zinnen en gedachten geven precies aan hoe goed u op de hoogte bent geweest van de wereld waarin wij als opleidingsdocenten verkeren. U gaat er prat op dat u ook in het onderwijs (VO) hebt gewerkt, voordat u zich opsloot in de ivoren toren van de wereld der hogescholen: Plato’s ideeënwereld van verlichte kennis en onderzoek. En ach, wij zijn slechts de starre en kortzichtige ambachtslui, traditioneel vastgebonden in de grot en afgekeerd van elke innovatie. Wij zijn de arbeiders en uitvoerders die nauwelijks contact hebben en onderhouden met het werkveld, en geen flauw benul hebben met welk doel we onze studenten eigenlijk opleiden.

Dank dat u ons niet het gevoel gaf dat wij een kudde initiatief loze makke schapen zijn, met onze poten vast in de klei. Terwijl wij de één na de andere onderwijsvernieuwing voor onze kiezen krijgen en deze mateloos moeten herkauwen, trekken de 21e -eeuwse vaardigheden ons vast en zeker uit de klei.

Heel veel dank voor de trap na die we van u krijgen. En ook ontzettend bedankt voor uw opvatting dat wij geen inhoudelijke en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de opleiding hebben genomen. Hiervoor bieden wij ruiterlijk onze nederige excuses aan. Wat ontzettend onprofessioneel dat wij niet in de gaten hebben gehad dat bestuurders, managers en bureaucraten natuurlijk de beste visie op opleidingsonderwijs en organisatie bezitten. Ach ja, wel over verantwoordelijkheid spreken, maar geen boter bij de vis. Die onmacht wil maar niet tot ons doordringen.

Wel jammer van de kloof die daardoor is ontstaan tussen ons en bestuurders. Dat er nooit echt een dialoog is geweest en dat we niet hebben kunnen sparren over de inhoud van ons geweldige opleidingsinstituut. Een gemiste kans. U heeft mij in ieder geval niet in mijn kracht kunnen zetten. Wel was u een dankbaar onderwerp voor vele columns. Albert Cornelissen: he is a honourable man, but never the twain shall meet.

Herman Verveld

Er is 1 reactie op “Ingezonden: ‘Het wilde maar niet tot ons doordringen’

  1. Francien Lange schreef:

    Hoe anders kunnen mensen die op Windesheim werken de organisatie beleven. Ik herken niets uit dit bericht, laat staan de toon.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.