‘Gezond gedrag Zwolse kinderen houdt stand’

Zwolse basisschoolkinderen uit arme milieus leven niet meer aantoonbaar minder gezond dan hun leeftijdgenoten in rijkere gezinnen. De verschillen in (on)gezond gedrag tussen kinderen met een laag en een hoog sociaal-economische achtergrond bestaan niet meer. Dat is te danken aan een interventieprogramma, dat succesvol bleek in twee Zwolse wijken. Tommy Visscher en Ingrid Bakker legden de basis voor het programma met een internationaal onderzoek.

Nog maar drie jaar geleden waren de gezondheidsverschillen tussen kinderen op de basisschool de Werkschuit in de wijk Aa-landen en de basisschool de Campherbeek in de wijk Berkum groot. Kinderen van hoogopgeleide ouders leefden gezonder dan die van laagopgeleiden. Associate lectoren Tommy Visscher (44) en Ingrid Bakker (43) van lectoraat De Gezonde Stad onderzochten of – en hoe – de verschillen konden worden verkleind.

JOGG
Uit een nulmeting in 2013 bleek dat arme Zwolse kinderen te weinig fruit aten, veel dikmakende frisdrank dronken, veel tv keken en te weinig sliepen. Visscher en Bakker wilden aantonen dat het mogelijk is kinderen uit laag-sociale gezinnen een gezondere levensstijl aan te leren. Ze kozen voor onderzoek in Zwolle omdat die stad in 2010 als eerste in Nederland het wijkgerichte programma JOGG (Jongeren Op Gezond Gewicht) omarmde en daarbinnen nauw samenwerkt met Windesheim.

Visscher: “De overheid neemt veel initiatieven om het gezondheidsgedrag van alle kinderen te verbeteren, maar het zijn de hoogopgeleide ouders die actie ondernemen. In laag-sociale milieus gebeurt dat veel minder. In Nederland doen volwassenen het qua obesitas en gezond leven wel goed. We zijn nog één van de ‘dunste’ landen, maar met onze kinderen moeten we oppassen. Als we niets doen, zijn die over dertig jaar net zo dik als de Amerikanen.”

Bakker: “Ons onderzoek leverde voorstellen op voor effectieve interventies waaraan de GGD, schooldirecteuren en alle ouders enthousiast meewerkten. De kinderen gingen meer water en minder zoete frisdrank drinken. Ze stopten met op school koekjes eten en schakelden over op fruit. We stimuleerden het bewegen en acteurs hielpen kinderen en ouders beter omgaan met het slapengaan van de kinderen. Het besef dat verhaaltjes voorlezen goed is, bestond bijvoorbeeld nauwelijks.”

Visscher: “Iemands gedrag permanent veranderen, is niet gemakkelijk. Ongezonde koek als traktatie meenemen is normaal; als je een appeltje meeneemt ben je een uitzondering. Bij de Zwolse kinderen werden de gezonde keuzes aantrekkelijke keuzes en dat verklaart waarom de gedragsveranderingen standhouden. Kinderen vinden water drinken nu fijn en zij en hun ouders blijven vragen om fruit.”

Visscher en Bakker deden hun onderzoek, in samenwerking met collega’s in België, Roemenië, Griekenland, Bulgarije, Frankrijk en Portugal, in het kader van een Europees programma ter bestrijding van overgewicht. Bakker: “In de deelnemende landen hebben we op lagere scholen dezelfde vragenlijst laten invullen. De gezondheidsverschillen tussen arm en rijk zijn overal groot. Ook de thema’s water drinken, slapen, fruit eten en bewegen bleken universeel.”

Jaloers
Visscher: “We konden veel van elkaar leren. Zo kwamen wij op het idee om, net als in Roemenië, bekende sporters in te zetten om gezond gedrag te promoten.” Bakker: “Andere landen zijn jaloers op de betrokkenheid van onze politici en private partijen. Wij hebben in Nederland een uitstekend landelijk JOGG-bureau. Dat willen ze in het buitenland ook.“

HANS INVERNIZZI
Tips? Mail win@windesheim.nl

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.