‘Windesheim en de paarse krokodil’

De hogeschool is veel te bureaucratisch. Komt dat door de vele managers, coördinatoren en adviseurs, vraagt Frans Hikspoors zich af.

In de legendarische OHRA commercial, waar een klein meisje haar paarse krokodil in het zwembad vergeet en hem bij de balie ziet staan, krijgt ze hem niet zo makkelijk terug! Na talloze vragen en formulieren zegt haar moeder: “Hij staat daar! Waarop de ambtenaar zegt: ‘Ja, hij staat daar’ en vervolgens niets doet.

Kent Windesheim een paarse krokodil? Ik wil in dit stuk betogen dat dit sinds de domeinvorming toenemend het geval is. Allereerst is de aansturing veel gecompliceerder dan in het verleden. Menig professional wordt hier aangestuurd door: 1. het college van bestuur, 2. de domeindirecteur, 3. de opleidingsmanager, 4. de HHD’er van je onderdeel, 5. de teamleider, 6. de moduulbeheerder van het vak dat men geeft. Daaromheen  zwerven ook nog adviseurs/beleidsmedewerkers/ondersteuners.

De nadelen van een dergelijke topzware structuur werden mij onlangs duidelijk toen ik voor een simpele vraag twee planners, twee HHD’ers en een minor-coördinator moest raadplegen.  Door complexiteit en bureaucratie ontstaat een ‘kastje-naar-de-muur gevoel’.

Naast aansturing spelen andere processen een rol, namelijk centralisatie en standaardisatie. Deze twee gaan hand in hand. Door centralisatie en standaardisatie is meer onderling overleg nodig, zijn er meer instructies nodig en worden communicatie en rapportagelijnen langer. Een derde element is de automatisering waardoor nog meer standaardisatie nodig is en nog meer instructie.

Voor het ondernemen is de bureaucratie de ‘dood in de pot’. Door onze bureaucratie zijn wij niet in staat om flexibel op marktvragen te reageren. Een snelle reactie op marktvragen is nagenoeg onmogelijk, omdat je rekening moet houden met de verplichtingen van de uitvoerders (docenten) die geketend zitten aan de inflexibele roosters en bovendien moet de ondernemende Windesheimer een overload aan overhead meetorsen waardoor je je vaak letterlijk uit de markt prijst.

De onderwijsprofessionals  kiezen hun beroep niet vanwege geldzucht of statusmotieven maar uit sociale motieven. Ze zijn intrinsiek gemotiveerd en zullen uit zichzelf enthousiast hun taken uitvoeren. Hierdoor is het zeer onverstandig om professionals te overvoeren met regels en voorschriften.

Een professional moet zijn/haar professionele ruimte hebben. In plaats daarvan wordt er van onder en van boven gedelegeerd. Van onder worden er administratieve taken naar de docent gedelegeerd (zoals DIBA en cijferregistratie). Via de teamvorming worden ook leidinggevende taken op het bordje van de onderwijsprofessional gedeponeerd. Er ontstaat daardoor een woud aan regels en administratie, waardoor de docent door de administratieve bomen het educatieve bos niet meer ziet en zich behandeld voelt als een kleuter.

Frans Hikspoors
is docent Human Resource Management

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.