Studenten Irene en Tom zijn groot geworden met bloemencorso’s. Zij bouwt ieder jaar mee aan een wagen in Sint Jansklooster, hij in Vollenhove. “Als je hier woont, heb je maar één droom: het corso winnen.”
‘Vlinders in je buik, kippenvel op je armen’
Ieder jaar bouwt student Irene Bovendeur (26) mee met corsobouwgroep Olympia in Sintjansklooster. “Het is meer dan alleen een wagen; het is het hele proces.”
Wanneer je de bouwplaats oploopt, net achter het autobedrijf, struikel je over de kleine kinderen die de corsowagen natekenen. Op metershoge steigers zijn mensen druk in de weer met tape, kranten en dahlia’s. Irene, student Pedagogisch Didactisch Getuigschrift, zet haar handen in haar zij en knikt naar het gigantische bouwwerk in de tent: “Dit moet de wagen worden dit jaar!”

De start van het bouwproces
Het bloemencorso van Sintjansklooster is een van de evenementen van het jaar. Halverwege augustus rijden gigantische wagens versierd met bloemen, dahlia’s, stapvoets door het dorp. Mensen staan rijen dik rondom de straten om de praalwagens te bewonderen. Inmiddels behoren diverse corso’s, waaronder die in Vollenhove en Sintjansklooster dan ook tot Immaterieel Werelderfgoed. De wagens, ook wel ‘dahliareuzen’, worden ieder jaar met veel zorg gebouwd door de verschillende bouwgroepen. Wanneer je richting Sintjansklooster rijdt, zie je door het hele dorp de corso al terugkomen: grote, witte tenten van meters hoog waar de wagens worden gebouwd, velden waar bouwgroepen hun bloemen kweken en de data van de optocht.
Dit jaar heeft Irenes bouwgroep gekozen voor een bouwwerk waarin metershoge, paarse kerktorens de hoofdrol spelen. De piepkleine maquette staat vooraan op de bouwplaats zodat de bouwers precies weten wat het moet worden. Nadat er met veel tijd en aandacht een ontwerp is gekozen en de bouwtekeningen staan, start in mei start het echte bouwen. Hoewel er al een bouwtekening staat, zijn er dan nog veel toevoegingen: “Mensen hebben vaak nog meer ideeën: hoe we dingen kunnen laten bewegen op de wagen, of we het geraamte niet beter zo kunnen doen. Vervolgens lassen we de constructie.” Op de vraag waar Irene deze skill heeft geleerd, moet ze lachen: “Iedereen kan hier lassen. Dat is iets wat je gewoon leert als je wagens bouwt.”
De laatste week
De laatste weken is het alle hens aan dek, zoals ook nu te merken is op de bouwplaats. Mensen zoeken plakband, kranten en klimmen de steigers op en af. Het opgeplakte karton wordt geschilderd alvorens de bloemen erop geprikt worden. Mochten er dan bloemen afvallen tijdens de optocht, valt het niet zo op. “Tijdens de zomer ben ik de hele tijd op de bouwplaats of bezig met het corso. Dit jaar coördineer ik ook de figuranten.” Deze figuranten brengen de wagen tot leven: tijdens de optocht lopen ze mee of zitten ze op de wagen waardoor het verhaal compleet is. “We oefenen altijd droog: pas op het allerlaatste moment, wanneer de wagen af is, kunnen de figuranten oefenen met de wagen erbij.”
“Vlak voor het corso is het altijd het spannendst. Omdat je niet te vroeg kunt beginnen met opprikken van de dahlia’s omdat ze anders niet meer goed zijn, moet dat in de laatste week. De avond van tevoren heb je dan ook de ‘priknacht’. Dan prikt iedereen mee om de wagen maar zo snel mogelijk helemaal bedekt te krijgen. Ik heb wel eens een nacht doorgehaald om die wagen maar af te krijgen.”
Grote ambities
“Wij bouwen wel om in de top te komen,” vertelt Irene. “Mijn ouders, zus en broertje zitten bij een andere bouwgroep die bouwt omdat ze het bouwen leuk vinden. De mensen waren daar ook net wat ouder dan ik toen ik voor het eerst echt mee ging doen. In de andere groep waar ik nu bij zit, zaten ook vriendinnen. Toen heb ik de overstap gemaakt.” Dat betekent dat Irene dus ook ‘tegen’ haar ouders bouwt, maar er is alleen sprake van gezonde concurrentie: “Uiteindelijk willen we vooral een mooi corso. Ik heb ook wel eens bij een andere groep meegeprikt omdat anders hun wagen niet op tijd klaar zou zijn. We doen het met het hele dorp.”

“Ik ben nu voor de drukte op vakantie geweest, maar in de zomer ga ik niet weg. Dan ben ik hier. Ik weet ook niet beter dan dat ik hier ben: dit hoort zo bij Sintjansklooster dat je er niet níét kunt zijn. Je hebt één droom als je hier woont: Corso winnen!”
Vlinders en kippenvel
“Mijn favoriete wagen was die van twee jaar geleden. Dat was ‘Gierig’, een wagen met allemaal gieren die boven op een schat zaten. We hadden de hele nacht doorgeprikt en het was heel spannend of we hem af zouden krijgen.” ’s Ochtends is de wagen na een nacht lang heel hard werken klaar, en hoe! “Ik stond huilend toe te kijken terwijl hij uit reed. “Waarom huil je?” vroeg iemand. Ik antwoordde: “Ik ben zo moe, maar hij is zo mooi!” “Je ziet de wagen pas echt voor het eerst wanneer die vrijdagochtend de steigers worden afgebroken en de wagen de tent uitrijdt. Daarvoor zie je hem alleen maar in de tent en staat er zoveel voor. Op de opstelplaats waar je heen rijdt voor de optocht, komen de figuranten er ook bij. Dat is zo bijzonder: dan krijg je vlinders in je buik en kippenvel op je armen.”
‘Eerbetoon aan mijn broertje’
Tom Davids, tweedejaars student AD Sport, hielp als zesjarig jochie al mee met het bouwen van een corsowagen. Door het overlijden van zijn jongere broer, in maart, is het bloemencorso dit jaar extra bijzonder.
“Of je er niet bij hoort als je niet lid bent van een corsogroep? Je mist in ieder geval wel een hele hoop.” Tom, 19 jaar oud, is al zo lang als hij zich kan herinneren actief betrokken bij het corso in zijn woonplaats Vollenhove. Zijn vader kwam lang geleden in het Overijsselse stadje wonen en wilde graag integreren. “Dus sloot hij zich aan bij een wagenbouwgroep. Zo heeft hij een boel mensen leren kennen.”

De laatste week voorafgaand aan het corso, als het stalen buizenframe en de papier maché-achtige buitenkant klaar zijn en de dahlia’s arriveren, is misschien wel de mooiste week van het jaar.
Tom is onderdeel van Nameless, een groep waar het vooral draait om de gezelligheid en het plezier van het samen bouwen aan een mooie wagen. “In 2024 werden we eerste, dat was echt heel leuk, maar vorig jaar waren we negende en dat vonden we ook prima. We hebben met z’n allen alsnog een heel leuk en gezellig eindfeest gehad.”
Romeo en Julia
Veel van zijn vrienden zijn lid van dezelfde groep. “Maar mijn vriendin zit bij Stark Wark. Of wij daarmee een soort Romeo en Julia zijn? Nee hoor, valt mee, een vriendin die bij een andere groep zit kan best.” Ze ontmoetten elkaar niet via het corso. “Dat is gewoon in de kroeg gebeurd. Ze zat al wel bij een groep. Over het algemeen wordt bepaald bij welke groep je gaat doordat je er via je ouders inrolt.”
“Mochten wij ooit kinderen krijgen, dan wordt dat misschien wel een dingetje ja”, zegt Tom lachend. “Natuurlijk heb ik liever dat ze bij Nameless gaan, maar ze mogen zelf kiezen. Of misschien kunnen we om en om doen; het eerste kind bij Nameless, de tweede bij Stark Wark, enzovoort. Moeten we wel een even aantal kinderen krijgen. Maar dat zijn problemen voor later.”
Rivaliteit
Er is dus de nodige gezonde rivaliteit tussen de verschillende groepen. Maar nog meer tussen Vollenhove en Sint Jansklooster, het dorp vijf kilometer verderop dat ook een jaarlijks corso heeft. ‘Klooster’, zoals het dorpje wordt genoemd, op de derde vrijdag van augustus, Veno (zoals Vollenhove in de volksmond heet) altijd op de laatste vrijdag. Tom: “Zij zeggen dat ze het grootste verlichte bloemencorso ter wereld zijn. En ze hebben dit jaar één wagen meer dan Vollenhove, dus het klopt wel, maar bij ons lopen tussen de wagens door dan weer muziekgroepen mee. Daarom vind ik ons corso mooier.”

Eerbetoon
Tom bouwde dit jaar mee aan de jeugdwagen van zijn bouwgroep Nameless. Het ontwerp van de wagen, een diepzeeduiker op zoek naar het onverkende, is gemaakt door zijn jongere broer, die eerder dit jaar op zestienjarige leeftijd plotseling overleed aan een hartstilstand.
“Hij heeft in het verleden verschillende ontwerpen gemaakt, deze was het meest uitgewerkt. Als eerbetoon aan hem hebben we zijn ontwerp gekozen voor de wagen van dit jaar. Het is heel mooi dat ik daaraan heb kunnen werken.”
Vrienden van zijn jongere broer kwamen op de laatste dagen voor het corso meehelpen met het bevestigen van de bloemen op de wagen. “Ze kwamen een aantal uren helpen prikken, ook al zit een deel bij een andere bouwgroep en waren ze dus heel druk met hun eigen wagen. Er zijn ook een heleboel mensen van zijn school komen helpen. Heel speciaal.”
De wagen van Tom won in de categorie aspiranten, waar de wagens van bouwers tot achttien jaar onder vallen. “Ik bestuurde de wagen tijdens het corso, door de straten van Vollenhove. Dat was erg bijzonder, heel fijn dat ik die kans kreeg. Daarmee voelde ik mij ook vereerd.”
tekst: Boudicca Meerman en Wouter van Emst
foto’s p16,18: Herman Engers