Als ik ergens mijn volle agenda voor leegmaak, dan is het wel schaatsen op natuurijs. Ik voel me een echte Friezin als ik dat soort dingen zeg. Gisteravond zag ik op de NOS een item over schaatsers op de Ryptsjerksterpolder in Friesland. Op nog geen 15 kilometer van mijn huis. Ik belde gauw mijn familieleden op: “Ik ga mee! Hoe laat?”
Het is half 9 ’s ochtends en ik zit op een plastic zak op het gras. Vol enthousiasme doe ik mijn ongeslepen schaatsen aan. Muts op, geleende sjaal om, handschoenen aan. Ik ben er helemaal klaar voor. Iets verderop zie ik andere Friezen rondjes schaatsen. Met drie vrouwen sterk gaan wij ook die kant op.
Het kraakt en het barst onder mijn ijzers. “Niet te dicht bij me komen!” roept mijn tante. Mijn benen trillen, mijn hart bonkt. Het ijs is zwak. “Meer vaart, dan zak je er niet doorheen,” zegt mijn andere tante. Doorbijten, niet stilstaan. Na een paar minuten zijn we op beter ijs. Even op adem komen. Met trillende benen schaats je niet.
Door het ijs
Het is een klein rondje van een minuut. Goed genoeg. Ik schaats tussen de wakken door en soms haal ik wat voorzichtige schaatsers in. Extra vaart, dan zak je niet. Aan de kant kijken we naar de schaatsers. Wat een uitzicht. De zon schijnt fel, dit is echt genieten.
Een tweetal oude mannen staat op het ijs een selfie te maken. “Lachen!” Ze komen dichter bij elkaar. De ene schaats gaat in de andere. Hij klampt zich vast aan zijn vriend en valt met zijn volle gewicht op het ijs, door het ijs. De ander volgt. Ik sla een hand voor mijn mond. We beginnen te lachen. De mannen zijn doorweekt en komen rillend onze kant op. Gelukkig lachen ze nog.
Vanaf dat moment zakt de een na de ander door het ijs. Het is gedaan, de schaatspret is voorbij. Over hetzelfde stuk schaatsen we terug. Het ijs is nog zwakker. Ons gewicht deint mee met het ijs. Met een rotvaart schaats ik richting de kant, ongedeerd. Mijn tantes zakken met elke beweging die ze maken door het ijs en komen met natte sokken aan de kant.
Wakschaatsers
Meer wakschaatsers geven het op. Op hetzelfde moment komt een horde fanatieke schaatsers met pasgeslepen schaatsen onze kant op. Ik schud mijn hoofd. “Het is mooi geweest,” vertel ik ze. “Volgend jaar nog een kans.” Wij waren net op tijd. En wat hebben we genoten. Een ochtend voor in de boeken.

Nynke Lautenbag is oud-student Journalistiek