Wat moet je doen wanneer je tijdens je stage gediscrimineerd wordt? Het Meldpunt Zorgwekkend Gedrag heeft altijd een luisterend oor. ‘Niet wachten, geef een signaal’, is het advies van Jan Julius Buwalda.
In samenwerking met ECHO, Expertisecentrum Diversiteitsbeleid, faciliteerde Windesheim onlangs de derde jaarlijkse conferentie ‘Dag van de Stagediscriminatie’ met als thema Stage als Sleutelmoment. Meer dan honderd onderwijsprofessionals, beleidsmakers, werkgevers, studenten en andere belanghebbenden schreven zich hiervoor in en kwamen op 27 november naar Windesheim Zwolle. Vanuit Windesheim was de leiding in handen van adviseur diversiteit en inclusie domein Gezondheid en Welzijn, Jan Julius Buwalda.
Veel belangstelling, het onderwerp is hot…
‘Ja, en helaas is zo’n dag nodig. Maar het is ook heel goed dat de deskundigen en betrokkenen elkaar weten te vinden, zodat ervaringen uitgewisseld kunnen worden en samen de stappen verkend kunnen worden als het gaat om de aanpak van stagediscriminatie zodat niet iedereen in z’n eentje het wiel gaat uitvinden.’
Nederland is aan het verharden, zegt men. Discrimineren is weer bijna “normaal”. Merk je dat? Neemt het aantal meldingen toe?
‘Dat is een herkenbaar signaal en het probleem wordt erger. Het aantal meldingen lijkt toe te nemen, deels omdat het probleem groter wordt, maar ook omdat het vaker wordt benoemd. Door meer aandacht, de komst van meldpunten en het protocol stagediscriminatie komen ervaringen eerder naar voren. Waar studenten vroeger vaak pas aan het einde van, of zelfs na hun stage, vertelden wat hun was overkomen, gebeurt dat gelukkig eerder’
Wat zijn nu veel voorkomende signalen van discriminatie?
‘Wat je bijvoorbeeld ziet en hoort is dat studenten op basis van hun achternaam niet eens uitgenodigd worden voor een sollicitatiegesprek. Verder kunnen stagiaires ermee te maken krijgen dat ze vanwege een andere huidskleur op een vervelende manier bejegend worden, zowel door collega’s als cliënten. Ze moeten vervelende klusjes doen, worden op een zijspoor gezet, worden gepest, mogen geen hoofddoek dragen of worden niet ingepland, ga zo maar door. Het gaat dus niet alleen om huidskleur of geloof, er kunnen allerlei redenen zijn.
Je vraagt je af waarom bedrijven en instellingen waar zoiets systematisch gebeurt, überhaupt stagiaires aannemen die ze niet voor vol aanzien…
Nou, dat vraag ik mezelf ook wel eens af. Wat de zorg betreft is de werkdruk heel hoog en is iedere stagiair welkom maar dit speelt natuurlijk bij veel meer bedrijven en organisaties. Daarnaast is het mijn persoonlijke indruk dat veel bedrijven en instellingen graag willen laten zien dat ze divers en inclusief zijn, terwijl ze dat in feite helemaal niet zijn.
Het is voor stagiairs die voelen dat ze gediscrimineerd worden natuurlijk een hele stap om aan de bel te trekken.
‘Dat klopt. Vaak is er al heel wat gebeurd voordat studenten een signaal afgeven aan bijvoorbeeld een begeleider, vertrouwenspersoon of een adviseur diversiteit en inclusie. We gaan ook niet direct allerlei procedures starten. We zijn er eerst om ervoor te zorgen dat studenten hun verhaal kunnen doen en leggen uit welke stappen er genomen kunnen worden. Studenten willen vaak gehoord worden en soms laten ze het daarbij. We noteren hun verhaal en zeggen: mocht je van mening veranderen, of mocht de situatie verergeren, kom dan terug. De uiteindelijk stap om er iets mee te doen, is in handen van de student. Wat we ook doen, de student moet daar achter staan.’
Als die geen actie wil, doen jullie niets?
Als een student geen actie wil ondernemen, ondernemen wij die in principe ook niet. Wel blijven we betrokken: we houden contact en checken na verloop van tijd hoe het gaat en of de situatie is veranderd.’
Als er besloten wordt om iets te doen, wat zijn de eerste stappen?
‘Wanneer er wordt besloten om actie te ondernemen, volgen we een vast protocol stagediscriminatie. Dit protocol geeft aan dat allereerst de stagebegeleider van Windesheim erbij betrokken wordt waarna er een signaal af wordt afgegeven aan de directe leidinggevende van de stagiair en aan de stagebegeleider binnen de stageorganisatie. Er komt dan met hen een gesprek en we proberen de zaak ‘klein’ te houden zonder gelijk iedereen erbij te betrekken. Mocht dit nodig zijn, dan kan er opgevoerd worden. We gaan er open in en vragen goed door. Het doel is toch vooral het probleem doormiddel van één of meer goede gesprekken uit de wereld te helpen.’
Kom je dan niet te gemakkelijk uit bij een zwakke ‘tussenoplossing’. Iedereen een beetje gelijk…
‘Aan elk verhaal zitten twee kanten. Maar we zijn er uiteindelijk voor de student. Het is een precair proces maar als er iets aan de hand is, moet er een krachtig signaal worden afgegeven en het goed worden opgepakt. Studenten moeten zich op de plek waar ze stagelopen dan wel werken vrij en veilig kunnen bewegen.’
Vaak, denk ik, gaat het om één enkele collega die vervelend doet zonder dat het bedrijf dat in de gaten heeft.
‘Het is een mix. Vaak gaat het om een individuele collega waar de stagiair last van heeft, soms is het toch het hele bedrijf. Als het om één persoon gaat, is die zich soms niet eens bewust van wat voor eff ect hij of zij heeft of er speelt iets anders. Dan is een goed gesprek vaak genoeg om de lucht te klaren, dit verschilt uiteraard van geval tot geval’
Komt het voor dat je als Meldpunt de hogeschool adviseert om naar een bepaald bedrijf of instelling überhaupt geen stagiaires meer te sturen?
‘Dat komt voor. Het is wel een hele radicale stap en hier gaan veel stappen aan vooraf. Het doel is natuurlijk dat er gezamenlijk uit wordt gekomen. Maar als de stagediscriminatie in welke vorm dan ook aanhoudt, kan de samenwerking worden beëindigd. We hebben het wel over de professionele carrière van een student. Als die op een slechte manier start, hoe moet het dan verder?’
Tot slot, wat moet een student doen die zich gediscrimineerd voelt?
‘Wacht niet, maar geef een signaal af bij je stagebegeleider of het Meldpunt Zorgwekkend Gedrag. Dat kan zijn om gewoon even je frustraties te ventileren en soms is dat genoeg. We doen niks zonder je toestemming.
tekst: Marcel Hulspas
foto: Stefan Lucassen